Recensie

Hoe grappig is een soldaat met tourette?

Sciencefiction Een team van ‘loonies’, soldaten met PTSS en andere aandoeningen, moet monsters verslaan in de vierde predatorfilm. De actiescènes zijn beter geslaagd dan de pogingen bepaalde syndromen in de plot te verwerken.

Olivia Munn en Boyd Holbrook nemen het op tegen een ‘predator’ in ‘The Predator’.

Als een predator naar de aarde komt, later opgejaagd door een twee keer zo grote predator met een paar vervaarlijke jachthonden, is het aan ‘the loonies’, een team soldaten met PTSS en andere aandoeningen, om deze twee monsters te verslaan. Daarbij speelt een jongen met asperger, het zoontje van scherpschutter Quinn, een rol, al was het maar omdat hij het schrift van de predators kan ontcijferen. Tijdens hun missie herontdekken de afgedankte oorlogsveteranen hun waardigheid en gevoel voor camaraderie, Quinn omarmt zijn vaderschap.

Lees ook waarom we maar geen genoeg krijgen van predators

De vierde predatorfilm is gemaakt door Shane Black, die als acteur een bijrol had in de eerste Predator. Black (Lethal Weapon, Iron Man 3) combineert actie met humor, al blijft het de vraag hoe grappig de soldaat met Tourette is. Een assertieve evolutionair biologe speelt een belangrijke rol, wat de filmreeks de eenentwintigste eeuw intrekt. De poging om PTSS, tourette en asperger in de plot te verweven verdient lof, maar is niet altijd even geslaagd. De meeste actiescènes zijn dat wel, al is de climax met de extra grote predator weer teleurstellend. De ‘gewone’ predator is lekker analoog: in wezen een boomlange acteur in predatorpak. De predator upgrade komt daarentegen uit de computer, en dat zie je. Meer monster betekent niet altijd beter monster.

    • André Waardenburg