En dan struikel je op het mbo

Jongeren met beperking Ook wie een beperking heeft moet op school kunnen meedraaien. Maar jongeren met bijvoorbeeld autisme of ADHD redden het vaak niet op het mbo.

Studenten met een beperking als autisme, ADHD of dyslexie vallen relatief vaak uit op het mbo, stellen de Nederlandse Vereniging voor Autisme (NVA) en oudervereniging Balans. Foto Daniel Niessen

Tijdens het intakegesprek klonken mooie verhalen. Het mbo zou ruime ervaring hebben met autisme, er zou extra begeleiding zijn. Maar toen de autistische jongen eenmaal aan zijn opleiding begon, zei zijn docent „niet in al die onzin” te geloven. En zijn mentor zei: ik vind niet dat jij autisme hebt. „Mijn zoon is totaal op”, aldus zijn moeder. „Thuis komen alle frustraties eruit.”

Een andere moeder met een autistische dochter zegt: „De teneur onder docenten is: jij past hier niet. Ze denken in onmogelijkheden.”

Studenten met een beperking als autisme, ADHD of dyslexie vallen relatief vaak uit op het mbo, stellen de Nederlandse Vereniging voor Autisme (NVA) en oudervereniging Balans. Ze behalen geen startkwalificatie maar wél een forse studieschuld – en hebben nauwelijks uitzicht op een baan. Terwijl de invoering van passend onderwijs in 2014 er juist voor moest zorgen dat alle jongeren, ook die met een beperking, een plek vinden op school. Woensdag vergadert de Tweede Kamer over het mbo.

De hierboven beschreven ervaringen komen uit een peiling door de verenigingen, waarop „binnen een korte tijd” 26 ouders, docenten en studenten reageerden. „Wij krijgen al sinds passend onderwijs veel zorgwekkende signalen over jongeren met een beperking die struikelen op het mbo”, zegt NVA-woordvoerder Joli Luijckx. „Terwijl het belangrijk is dat ook zij een plek vinden op de arbeidsmarkt, zodat ze in hun eigen levensbehoefte kunnen voorzien.” Cijfers over het aantal jongeren met een beperking op het mbo zijn er niet, maar zij belanden hier verhoudingsgewijs het vaakst, zegt ze.

Uit een evaluatie van passend onderwijs op het mbo eerder dit jaar bleek dat de meeste ouders en studenten tevreden zijn, maar dat er ook regelmatig schrijnende gevallen zijn waarin het niet lukt een passende plek voor een student te vinden.

Het prikkelrijke mbo

Vooral jongeren die van het voortgezet speciaal onderwijs (vso) komen, zouden stranden op het mbo. Zij zijn kleine klassen, begeleiding en structuur gewend. Op het prikkelrijke mbo moeten ze opeens zelf plannen en krijgen ze met onwetendheid te maken. „De hoeveelheid opdrachten tegelijkertijd kostte mij veel energie en stress waardoor ik vaker epileptische aanvallen kreeg”, beschrijft een 21-jarige die de opleiding tot onderwijsassistent deed. „Hierdoor heb ik moeten stoppen met de opleiding.” Een moeder omschrijft dat de overgang van speciaal onderwijs naar een roc „veel te groot” was voor haar zoon. „Hij liep steeds tegen deadlines aan.” De jongen bleef zitten, mocht „na veel praten” het jaar overdoen, maar toen werden zijn acht vakken opgesplitst tot zestien vakken. „Dit trok hij niet en hij werd langzaam depressief.” Nu doet hij twee middagen vrijwilligerswerk. „Ik ben zeer bezorgd over zijn toekomst.”

Ook stages zijn een struikelblok. Studenten met een beperking hebben vaak geen werkervaring en bedrijven weten niet hoe ze met hen om moeten gaan. „De theorie kon hij goed aan”, schrijft een ouder, „maar tijdens de stages liep het mis. ‘Niet assertief genoeg.’ Na deze faalervaringen heeft hij twee jaar thuis depressief in bed gelegen.”

Betere begeleiding

Volgens de NVA en Balans kunnen de problemen worden opgelost als studenten die van het speciaal- of praktijkonderwijs komen beter worden begeleid, ook tijdens hun stage. Ook de stagebedrijven zouden begeleiding moeten krijgen. En docenten, die vaak uit het bedrijfsleven komen, zouden meer kennis moeten hebben over beperkingen.

Scholen moeten meer werk maken van een goede ondersteuning voor jongeren met een beperking en samenwerking met Jeugdzorg, zegt het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap in een reactie. „Hiervoor is bij de invoering van passend onderwijs 50 miljoen euro toegevoegd aan de lumpsum.” Wettelijk gezien heeft iedere jongere die aan de vooropleidingseisen voldoet recht op toelating. Jongeren met een beperking hebben ook recht op begeleiding.

Een ouder concludeert: „Er is gewoon geen plek voor onze kinderen in de samenleving, waar alles snel moet en er zoveel prikkels zijn.”

Lees ook: SER: mbo’ers moeten beter op de toekomst worden voorbereid
    • Mirjam Remie