Eenheid ligt tijdelijk stil door groot aantal vertrekkende mariniers

Defensie heeft zelf gesproken met mariniers en concludeert dat “een aantal” de verhuizing van de kazerne als reden geeft voor vertrek.

Legervoertuigen bij de kazerne in Doorn. Foto Lex van Lieshout/ANP Extra

Het aantal mariniers dat ontslag neemt, ligt dit jaar al 37 procent hoger dan het hele jaar ervoor. Hierdoor is een eenheid van het Korps Mariniers vorige maand tijdelijk stilgelegd. Dat schrijft staatssecretaris Barbara Visser (Defensie, VVD) dinsdag in een brief aan de Tweede Kamer.

Een op de tien mariniers wil vertrekken vanwege de verhuizing van een kazerne van Doorn naar Vlissingen, schreef de Volkskrant in het voorjaar. Defensie heeft zelf gesproken met mariniers en concludeert nu dat “een aantal” inderdaad de verhuizing als reden geeft voor vertrek. Er zijn ook andere redenen die naar voren komen, Defensie meldt niet welke redenen dat zijn.

De mariniers vinden daarnaast dat er te weinig oefen- en trainingsfaciliteiten zijn op de nieuwe locatie. Defensie gaat hierover in gesprek met de regio.

Brandbrief

In mei stuurden ruim tweehonderd officieren een brandbrief naar minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) met daarin de vraag af te zien van de verhuizing. Zij schreven dat “vrijwel niemand” bereid is om te verhuizen.

Het ministerie is momenteel in gesprek met vertegenwoordigers van het personeel over de verhuizing naar Vlissingen, schrijft Visser. Het totale korps bestaat uit ongeveer 3.000 man.

Lees ook: Wat moet het Korps Mariniers in Zeeland?

Krap behuisd

Het plan voor de verhuizing komt van voormalig minister Hans Hillen (Defensie, CDA). De huidige locatie in Doorn zou, mede door toename in materieel, zo klein zijn dat er niks meer aan te doen was, schreef hij in 2012. „Ook na de renovatie blijft de kazerne krap behuisd”, meldde hij destijds aan de Kamer. Zeeland zou een logisch alternatief zijn omdat er meer ruimte is voor militaire trainingen en het dichter bij het water is.

De mariniers zien een verhuizing niet zitten, mede omdat ze bang zijn dat hun partner er geen baan kan vinden. Daarnaast vrezen ze dat een koophuis in Zeeland niet meer doorverkocht kan worden.

De Algemene Rekenkamer keek eind 2012 naar de verhuisplannen en velde een keihard oordeel: het was onduidelijk waarom deze verhuizing nodig was. Bovendien was het besluit onder tijdsdruk genomen en waren de kosten erg hoog - tussen de 100 en 200 miljoen euro. Toch ging het plan door.

    • Meike Bergwerff