Dronken achter de productieband, of toch niet?

De rubriek economie & recht belicht elke week kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week: arbeidsrecht.

Foto iStock

Hij was duidelijk nog beschonken toen hij op zijn werk bij een vleesverwerkend bedrijf aankwam. Na een gesprek met een leidinggevende ging de man niet aan de slag, maar keerde huiswaarts. Amper twee weken later kreeg de man zijn ontslagbrief.

Hij vecht zijn ontslag aan, en stelt onder meer dat het nooit zijn bedoeling is geweest dronken aan de slag te gaan. Immers, hij meldde zich die dag direct bij binnenkomst bij zijn leidinggevende, zei dat hij alcohol had gedronken en dat hij niet in staat zou zijn te werken. Bovendien voert de man aan dat het de eerste keer is dat dit gebeurt, en dat hij, zo zegt hij, verslaafd is en van zijn werkgever eerder een kans had moeten krijgen hulp te zoeken.

De vleesverwerker verweert zich door te stellen dat de man „op staande voet ontslagen is omdat hij aan de productieband stond te werken, terwijl hij onder invloed van alcohol verkeerde”. Bij het bedrijf geldt een zerotolerancebeleid als het gaat om alcohol – er wordt met vlijmscherpe messen gewerkt en medewerkers die betrapt worden, wordt „voor altijd de toegang ontzegd”.

De kantonrechter noemt het dronken verschijnen op werk „een grote fout” van de man. Maar, stelt de rechter, het blijft onduidelijk of de man daadwerkelijk dronken aan de slag is gegaan. De rechter wijst onder meer naar de reden van ontslag die de werkgever noemt in de ontslagbrief: het onder invloed op werk verschijnen. En aangezien er ook geen eerdere incidenten of waarschuwingen aan het adres van de man zijn geweest in zijn achtjarige dienstverband, is er volgens de rechter geen dringende reden dat ontslag (op staande voet) is gerechtvaardigd.

Uitspraak: ECLI:NL:RBMNE:2018:3339