Opinie

    • Menno Tamminga

De toekomst van ING: wie is te vertrouwen?

ING is geworden wat toenmalig voorzitter Jeroen van der Veer van de raad van commissarissen begin 2017 vreesde. Een gemakkelijk doelwit voor politici. „Het maatschappelijke vertrouwen is nog steeds een onderwerp”, concludeerde hij in het voorwoord van het verslag van de commissarissen over 2016. Dat was het jaar waarin het Openbaar Ministerie een strafrechtelijk onderzoek opende naar de bank vanwege het vermoeden van overtredingen van onder meer antiwitwaswetgeving.

Je kunt zeggen: de commissarissen hebben het er zelf nadien wel een beetje naar gemaakt dat ING schietschijf is. Eerst dat snel ingetrokken voorstel voor die verhoging van de beloning van bestuursvoorzitter Ralph Hamers met 50 procent. Nu hun zwijgzaamheid na de recordschikking met het Openbaar Ministerie van 775 miljoen euro.

Uit de vele vragen die nog leven, pik ik er twee uit. Ze gaan over het vertrouwen van de commissarissen van ING zelf én van de toezichthoudende Nederlandsche Bank en Europese Centrale Bank (ECB) in de ING-top.

Lees ook dit achtergrondartikel over de rol van De Nederlandsche Bank: Waar was DNB?

Eerst het interne toezicht. Hamers en zijn collega’s hebben het vertrouwen beschaamd, maar vragen toch méér. Laat ons de vertrouwensbreuk helen, is de boodschap. Maar dat klinkt toch alsof je de brave bewaker die de inbraak negeerde, belast met het nieuwe alarmsysteem. Dat kan... Maar waarom niet een extra man of vrouw erbij?

NS benoemde eind 2015 na een aanbestedingsfraude in Limburg een extra bestuurder die naleving van regels en een interne cultuuromslag leidt. Ahold en SBM Offshore namen eerder juristen in het bestuur op voor een vergelijkbare klus. Geef als ING-top je eigen tekortkoming toe en haal er versterking bij. Dat was een teken van kracht geweest.

De tweede vraag is: hoeveel vertrouwen hebben de toezichthouders bij ECB en De Nederlandsche Bank nog? Zij toetsen elke bestuurder in de financiële wereld op deskundigheid en integriteit. Alleen nette en bekwame mensen mogen onze geldinstellingen leiden.

Vóór een benoeming in een topfunctie moet je een vragenformulier invullen. Daarna moet je de toezichthouders ook informeren over nieuwe feiten die je positie kunnen beïnvloeden. Als de toetsing negatief uitpakt, kun je vertrekken. Meestal is de dreiging met een zogeheten ‘aftoetsing’ genoeg om bestuurders te dwingen tot vertrek.

De toetsingsprocedure is een mijnenveld. Bij verzekeraar Delta Lloyd leidde die drie jaar geleden tot rechtszaken. De procedure is een onnavolgbare weging van karakter, kennis en ervaring. Meer art dan science. Meer kunst dan kunde.

Nu de praktijk. Op het formulier voor de integriteitstoetsing willen de vragen 2c en 2d weten of de bank die je leidt onderwerp is van een strafrechtelijk onderzoek en wat de afloop daarvan is. Ergens in maart 2016, kort na de eerste doorzoeking van de FIOD bij ING, zullen de bestuurders dat feit hebben opgegeven bij de bankentoezichthouders. Hebben zij de uitkomst, die schikking, vorige week na de ondertekening door Hamers en chef risicobeheersing Steven van Rijswijk ook gemeld als nieuw feit voor hun functioneren?

Dan is nu De Nederlandsche Bank aan zet. Die moet op basis van een zogeheten beoordelingsnota beslissen of een hertoetsing van een of meer van de drie bestuurders nodig is. De top van De Nederlandsche Bank zat vorige week meteen bij minister Wopke Hoekstra (Financiën, CDA). President-commissaris Hans Wijers van ING werd een dag later ontboden. Strafrecht kun je afkopen met een schikking, hertoetsing niet. Dinsdagochtend kondigde ING het vertrek aan van financieel bestuurslid Koos Timmermans.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie.
    • Menno Tamminga