Een zogeheten ‘City Tree’ op straat in Amsterdam. De groene muur filtert en haalt CO2, stikstof en fijnstof uit de vervuilde lucht en moet bijdragen aan een duurzamere leefomgeving. De grote vier steden kunnen volgens de Amsterdamse wethouder Marieke van Doorninck koplopers worden in de energietransitie.

Foto Branko de Lang/ANP

De groene wethouder wil Wiebes aan zijn zij

Energietransitie De wethouders ‘duurzaamheid’ van de vier grote steden – allen GroenLinks – willen graag bijdragen aan vergroening. Maar daar hebben zij wel geld en regels van het Rijk voor nodig.

‘Mijn meest geliefde publieke partner.” Zo noemde klimaatminister Eric Wiebes de gemeenten vorige week. Die gaan volgens hem „een heldenrol” spelen in de energietransitie. „Wij kunnen hier kletsen tot we blauw zien, maar uiteindelijk zullen de gemeenten de mensen mee moeten krijgen”, zei Wiebes tegen de Tweede Kamer.

Er is goed nieuws voor de liberale bewindsman. De wethouders die in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht verantwoordelijk zijn voor duurzaamheid, willen Wiebes’ liefde beantwoorden. Deze vier wethouders – allemaal van GroenLinks – zaten afgelopen vrijdag voor het eerst na de gemeenteraadsverkiezingen aan één tafel, in de werkkamer van de Haagse wethouder Liesbeth van Tongeren.

„We zeggen graag dat Wiebes onze lievelingsminister is”, zegt Van Tongeren, voormalig Tweede Kamerlid. Maar er moet gepraat worden over de huwelijkse voorwaarden. „We hebben wel een wensenlijstje waaraan hij mag voldoen.”

De opdracht is groot. De minister hoopt eind dit jaar een klimaatakkoord te sluiten dat de uitstoot van broeikasgassen in twaalf jaar bijna halveert.

Deze zomer werd een ‘voorstel voor hoofdlijnen van het Klimaatakkoord’ gepresenteerd. Lees meer over de kritiek daarop: De hete aardappels staan nog op tafel

Voor de gemeenten betekent het dat miljoenen huizen tot 2030 van het aardgas af gaan en beter geïsoleerd worden. Vieze fabrieken en vrachtwagens moeten de stad uit. Honderdduizenden laadpalen voor elektrische auto’s moeten een plek krijgen.

„Logisch” dat wij Wiebes’ lievelingspartner zijn, oordeelt Marieke van Doorninck, verantwoordelijk voor de energietransitie in Amsterdam. „Wij willen wel hollen en hij heeft ons hard nodig. Maar wij moeten in staat worden gesteld onze bewoners mee te nemen. Met behulp van financiën en regelgeving van het Rijk.”

„Wij gaan graag onze wijken in met de boodschap ‘uw gas gaat eruit’”, zegt de Utrechtse Lot van Hooijdonk. „Die boodschap is niet gemakkelijk. Dan moet het Rijk ervoor zorgen dat de woonlasten voor de mensen gelijk blijven, door op een goede manier aan de belastingknop te draaien en zo nodig de regels te veranderen.”

‘Groene’ titels

Het gemeentelijke enthousiasme over de energietransitie spat van veel college-akkoorden: een kwart kreeg na de laatste raadsverkiezingen een ‘groene’ titel, van Groene stad met lef! (Alphen aan den Rijn) tot Duurzaam doen (Haarlem). Van Tongeren: „Ik zie middelgrote gemeenten die soms verder zijn dan de grote steden. Die hebben al eerder hun nek uitgestoken om nieuwbouw gasvrij te laten.”

De ‘grote vier’ kunnen volgens de Amsterdamse wethouder Van Doorninck wel koplopers worden. „Wij hebben de kracht om dingen gedaan te krijgen, wij hebben de kennis in huis en kunnen de noodzakelijke lobby voeren.”

Amsterdam wil in 2030 55 procent minder CO2 uitstoten – niet toevallig vorig jaar de inzet van links bij de verkiezingen voor de Tweede Kamer

Nu al zien de wethouders de grote verschillen binnen hun gemeenten. „In de Watergraafsmeer hebben buurtbewoners zelf een plan gemaakt voor een koppeling aan een warmtenet”, zegt Van Doorninck. Maar in wijken met lage inkomens is het enthousiasme, zacht gezegd, minder. Van Doorninck: „Mensen hebben andere pannen nodig voor koken op inductie. Dat is voor sommigen een fikse uitgave.” Van Tongeren, die naast haar zit: „Je hebt ook speciale onderzetters.”

„De vijf wijken die we als eerste gasvrij gaan maken zijn, met opzet, gebieden waar veel mensen met lage inkomens wonen”, zegt Arno Bonte uit Rotterdam. „Wij willen garanderen dat hun woonlasten niet omhoog gaan. We proberen de bewoners ook aan het werk te helpen, bijvoorbeeld bij het isoleren van woningen. En we vergroenen tegelijkertijd de wijk.”

Maar de gemeentelijke aantrekkelijkheid kent grenzen, zegt Bonte. „Als een bewoner van [achterstandswijk, red.] Pendrecht een groot schip langs ziet varen dat volop stinkende stookolie de lucht in blaast, is het draagvlak meteen weg.” In Rotterdam stoten burgers 10 procent van de broeikasgassen uit, de rest komt van de haven. De regio is verantwoordelijk voor 20 procent van de Nederlandse uitstoot. Dit terugdringen is een immense opgave voor lokale autoriteiten. „Gelukkig zie ik op dit punt weinig partijpolitiek”, zegt Bonte. „Ook de VVD ziet kansen voor het bedrijfsleven en gaat echt voor verduurzaming.”

Ambitie hebben

Naast de energietransitie vergt het huishoudelijk afval lokaal veel aandacht. Over twee jaar moeten gemeenten de hoeveelheid gehalveerd hebben, ten opzichte van 2014. Weinig steden en dorpen lijken dat te gaan halen; menig burger verzet zich tegen een nieuwe aanpak. Van Tongeren: „Hier gaat eveneens op dat we afhankelijk zijn van het Rijk. Zolang er geen statiegeld op verpakkingen wordt gelegd, zolang om alles een plasticje wordt gedaan, is het voor steden bijna onmogelijk die doelstelling te halen.” Maar zegt Van Doorninck schuldbewust, gemeenten moeten ook ambitieuzer aan de slag met het scheiden van huishoudelijk afval, en het verminderen van de hoeveelheid afval. „Ik vind dat we daar in Amsterdam niet ver genoeg mee zijn.”

Plastic recyclen is lastig – al is het maar omdat er heel veel soorten plastic zijn. Lees ook: Weg met plastic in laagjes: dat is niet te recyclen

De gemeentelijke ambities rond de energietransitie zijn in elk geval duidelijk. Rotterdam stelt zich, in navolging van het kabinet, als doel de CO2-uitstoot met 49 procent te verminderen in 2030. Amsterdam gaat zelfs voor 55 procent – niet toevallig de inzet van links bij de Kamerverkiezingen vorig jaar. Zijn dat soort doelen niet symbolisch? Utrecht zag nog onlangs allerlei „complicerende factoren” bij bepaling van de stedelijke uitstoot van broeikasgassen. Anders gezegd: het is ontzettend lastig te berekenen.

Maar zo’n getal is wel een stok achter de deur. „We willen Overvecht-Noord in Utrecht gasvrij maken in 2030. Het zijn 8.000 woningen, en de meeste gebruiken aardgas alleen om te koken – de huizen worden verwarmd met stadswarmte”, vertelt Van Hooijdonk. „Dat is makkelijk, denk je, maar zelfs dat was moeilijk financieel rond te krijgen. Pas na een jaar rekenen ligt er nu een plan om een aantal huizen gasvrij te maken zonder extra kosten voor de bewoners. Dat lukte alleen omdat wij als gemeente die ambitie hebben.”

    • Hester van Santen
    • Erik van der Walle