Recensie

‘Catacombe’ sloft van kleedkamer naar casino

Drama Regisseur Victor D. Ponten legt de bal eindeloos breed zonder diepte te zoeken in zijn film over matchfixing. Daardoor verveelt ‘Catacombe’.

Willem de Bruin als Jermaine Slagter, antiheld van speelfilm ‘Catacombe’.

‘Dit was vast niet je droom. Je wilde profvoetballer worden. In plaats daarvan werd je … jij.” De matchfixer begrijpt Jermaine Slagter, antiheld van speelfilm Catacombe. Een voetbalveteraan in de kelder van de eerste divisie die nooit de top haalde en een toekomst als trainer van de B-jeugd onder ogen ziet terwijl de jochies die hij ‘begeleidt’ hem op het veld gretig voorbij draven. Gescheiden, dochtertje op paardrijden, in de schulden door zijn gokverslaving; de verleiding is groot zijn slag te slaan via matchfixing.

De inzet is dus helder: doet ’ie het of doet ’ie het niet? Toch dut je al in de eerste helft in: regisseur Victor D. Ponten legt de bal eindeloos breed zonder diepte te zoeken. Zijn debuut, het charmante Rabat, had al wat weinig urgentie, maar in die road movie zorgde de auto voor voorwaartse beweging. Catacombe draait in rondjes: een dof personage sloft met broeiblik en hangschouders van kleedkamer naar manege naar casino en belooft onderweg louche figuren – „ik zweer je!” – dingen die hij toch niet waarmaakt. Want je hebt Slagter al snel door: hij is nukkig, trots én besluiteloos. Wat verveelt als daar geen sfeer van doem of dreiging tegenover staat.

Deze ‘Oversteekfilm’ – de Filmfonds-term voor projecten ergens tussen arthouse en genre – mist suspense, surprise en passie. Je kan het Willem de Bruin, bekend van rapduo The Opposites, nauwelijks kwalijk nemen dat hij de saaie Slagter in zijn speelfilmdebuut geen Matthias Schoenaerts-achtige intensiteit meegeeft.

    • Coen van Zwol