Moore’s anti-Trump-film is boos, bijdehand en vol verontrustende feiten

Filmfestival van Toronto ‘Fahrenheit 11/9’ van Michael Moore is een activistische anti-Trump-film. De grens tussen journalistiek en propaganda is vaak dun op het 43ste filmfestival van Toronto.

Michael Moore tijdens het Toronto Film Festival. Foto Chris Pizzello

Michael Moore houdt wel van provocerende vragen, zei hij daags na de wereldpremière van zijn anti-Trump-documentaire Fahrenheit 11/9, een officieus vervolg op zijn kritische film over president George W. Bush en de nasleep van de aanslagen op de Twin Towers, uit 2004. Zijn nieuwe film zit zelf immers ook vol provocerende observaties. Zo oppert hij dat Donald Trump zich nooit kandidaat zou hebben gesteld voor het presidentschap van de Verenigde Staten als zangeres Gwen Stefani niet meer betaald had gekregen voor haar jurylidmaatschap in talentenshow The Voice dan Trump, die toentertijd realityprogramma The Apprentice presenteerde. Jaloezie en bewijsdrang als politieke motor.

Ook monteerde Moore een hele reeks ranzige foto’s en filmpjes achter elkaar die moeten suggereren dat de verhouding tussen Trump en zijn dochter Ivanka een dubieus seksueel karakter heeft.

En als hij hem dan voldoende in diskrediet heeft gebracht roept hij zijn toeschouwers op om te gaan stemmen.

Fahrenheit 11/9 is boos en bijdehand, en zit vol verontrustende feiten, onder andere over een drinkwaterschandaal in Moores thuisstad Flint, Michigan, en de militaire oefeningen die het leger daar houdt sinds de burgers over hun vervuilde water begonnen te klagen.

Reclamespot

Het is een activistische film die gebruikmaakt van dezelfde propagandatechnieken die hij aan de kaak wil stellen. En heeft daardoor ook iets van een reclamespot op bioscooplengte voor de midtermverkiezingen. „Dat klopt”, geeft Moore toe, „maar het is ook het enige wat we nu kunnen doen. We zijn pas echt fucked als mensen in november niet gaan stemmen.” En dan liefst ook niet op iemand van het Democratische establishment – dat hij met het Franse collaborerende Vichy-regime tijdens de Tweede Wereldoorlog vergelijkt – maar op een van de vele nieuwe Democratische kandidaten die hij in zijn film een uitgebreid podium geeft.

Fahrenheit 11/9 is een van de blikvangers en publiekslievelingen van het 43ste filmfestival van Toronto. Het is niet de enige Amerikaanse politieke documentaire die er draait die in het reine probeert te komen met de vraag waarom de Verenigde Staten Trump „hebben laten gebeuren”.

Vers van het filmfestival van Venetië ingevlogen is ook Errol Morris’ American Dharma. De regisseur noemde zijn film waarin hij de in ongenade gevallen Trump-strateeg en stokebrand Steve Bannon interviewt over zijn angstaanjagende apocalyptische ideologieën een horrordocumentaire, over een slechte man die in een zelfgecreëerde fantasiewereld leeft. Ook al eerder in Venetië geselecteerd is Monrovia, Indiana van direct cinema-veteraan Frederick Wiseman, die neerstreek in het hart van conservatief Trumpland.

Bannon heeft in American Dharma een even triviale verklaring voor het succes van Trump als Moore met zijn Gwen Stefani-theorie. Volgens hem heeft het schandaal rond het voormalige Democratische congreslid Anthony Weiner, die meermalen pikante foto’s en berichten via sociale media naar vrouwen stuurde, de val van de Democratische partij in gang gezet en tot de opkomst van Trump geleid. Maar het is niet alleen toeval. Zijn afkeer van de Democraten mag dan zo groot zijn dat hij ze graag van alles de schuld geeft, tegelijkertijd suggereert zijn superieure glimlach als antwoord op sommige vragen dat hij zichzelf graag als miskende architect van alle ontwikkelingen in de Amerikaanse politiek van de afgelopen twee jaar ziet en dat er een karmisch bepaald masterplan aan het werk is.

„Dat we de film vertonen wil niet zeggen dat we de boodschap van Bannon onderschrijven”, haastte documentaireprogrammeur Thom Powers bij de eerste publieksvertoning te verklaren, als reactie op een discussie in de pers over ‘platforming’: moet je iedereen zomaar een podium geven?

Meer dan observeren

Even onthullend is het inkijkje van Wiseman in de conservatieve organisaties die Monrovia besturen: hij signaleert een ingebakken wantrouwen naar alles wat Amerikanen zou kunnen belemmeren hun hoogstpersoonlijke belang na te jagen in het dna van het land. Hoe dat in de praktijk uitwerkt voor iedereen die niet tot de gevestigde orde behoort, laat Roberto Minervini zien in zijn indrukwekkende What You Gonna Do When the World’s on Fire? Hierin bekijkt hij de gevolgen van racisme en de afbraak van sociale solidariteit vanuit het perspectief van mensen die er dagelijks het slachtoffer van zijn: de zwarte Amerikanen in Jackson, Mississippi en New Orleans.

‘Impact films’ worden ze hier in Toronto genoemd. Dit soort documentaires die niet alleen een journalistieke rol vervullen of een persoonlijk-artistieke blik op de wereld geven, maar ook iets meer willen dan alleen maar observeren, contextualiseren en ondervragen. Ze willen activeren. En zelfs Wiseman, de ongekroonde koning van de vlieg-op-de-muur-film, ontkomt via de montage van zijn beelden niet aan commentaar op de rechtse onderbuik van de Verenigde Staten. Hij maakt zich zorgen. Net zoals Moore en Morris, die in zijn interview met Bannon zelfs zegt op Hillary Clinton te hebben gestemd omdat hij bang was voor wat mensen als Trump en Bannon teweeg kunnen brengen. Door in te zoomen op wat rechtse populisten beweegt, hopen ze hun publiek naar de stembus te bewegen.

Regisseur Astra Taylor kiest er in What is Democracy? juist voor om niet in maar uit te zoomen. In haar documentaire roadmovie reist ze terug naar de oorsprong van de democratie en bespreekt ze met linkse denkers als Silvia Federici en Cornel West de weeffouten in de hedendaagse democratische systemen. Haar bevinding: democratie en kapitalisme gaan niet goed samen.

Ze geeft ook voorbeelden voor hoe het wel kan: in verandergemeenschappen en coöperatieve bedrijven. Toch is er in haar film ook maar één conclusie, zonder stemmen gaat het niet. „Leef je in een democratie?”, vraagt ze aan voorbijgangers op straat. „Absoluut”, is het antwoord. Op de vraag of ze gaan stemmen is het antwoord te vaak: „Nee.”

    • Dana Linssen