Opinie

Gevestigde partijen moeten onvrede kiezer serieus nemen

Een fel maatschappelijk debat over immigratie heeft zondag bij de parlementsverkiezingen in Zweden geleid tot winst voor de antimigratiepartij Zweden-Democraten, terwijl de grote partijen van het midden moesten inbinden. Het resultaat is verdere versplintering van het traditionele politieke landschap en vermoedelijk moeizame coalitiebesprekingen. Zweden volgt zo de Europese trend.

De Zweden-Democraten werden met 17,7 procent van de stemmen de derde partij. Dat is een winst van 5 procentpunt vergeleken met het resultaat van 2014. Ook al was de winst voor de partij van Jimmie Åkesson minder groot dan verwacht, het rechts-nationalisme heeft in Europa weer iets aan terrein gewonnen.

In een groot aantal Europese landen hebben nieuwe of vernieuwde rechts-nationalistische partijen de afgelopen jaren grote invloed op het politieke debat verworven. In een aantal landen zijn ze de belangrijkste stem in de oppositie, in enkele gevallen zijn ze mede aan de macht, zoals in Oostenrijk, of maken ze de dienst uit, zoals in Hongarije.

De verschillen tussen de partijen zijn aanzienlijk: sommige, zoals de Zweden-Democraten, komen voort uit het neonazisme, andere niet. Maar hun opmars wordt overal gevoed door onvrede over migratie en de vermeende teloorgang van nationale identiteit, gecombineerd met angst voor de gevolgen van globalisering. De gevestigde partijen hebben in de ogen van een belangrijk deel van het electoraat geen antwoord op die uitdagingen of er zelfs geen oog voor.

Voor de traditionele partijen in Zweden was het een slechte dag. De sociaal-democraten van premier Stefan Löfven bleven weliswaar de grootste partij, maar moesten 2,3 procentpunt inleveren en behaalden met 28,3 procent het slechtste resultaat in honderd jaar. De Zweedse sociaal-democraten treft daarmee eenzelfde lot als zusterpartijen elders, zij het dat de schade nog beperkt blijft. Ook gematigd rechts in Zweden moest fors inleveren.

Immigratie is ook in Zweden een splijtzwam gebleken. Opvallend was dat de gevestigde partijen tijdens de campagne een strenger asielbeleid propageerden dan voorheen, maar daarmee hun verlies niet konden voorkomen. De ontevreden kiezer trapte er niet in. Kleine partijen die vasthielden aan royaal immigratiebeleid boekten juist wel winst, zoals de Linkse Partij.

In de afgelopen vier jaar werd het land geregeerd door een minderheidsregering van Sociaal-Democraten en Groenen, met gedoogsteun van de Linkse Partij. Coalitievorming belooft een ingewikkelde klus te worden: in Zweden wisselen een rechts en een links blok van partijen elkaar af. De blokken zijn nu vrijwel even groot: centrum-links heeft één zetel meer dan centrum-rechts.

De liberale democratie is door de winst van de Zweden-Democraten niet in gevaar gekomen, maar gevestigde partijen moeten wel een oplossing zoeken voor hun krimpende electoraat. Zweden heeft weer eens aangetoond dat traditionele partijen nog steeds geen goed antwoord hebben op de uitdaging van nationalistisch rechts. De grote partijen hebben de Zweden-Democraten afgelopen jaren zoveel mogelijk doodgezwegen. Onder hun kiezers wakkerde dat de afkeer van de gevestigde orde alleen maar aan: zie je wel, ze nemen ons niet serieus. Gevestigde partijen moeten ontevreden kiezers juist zeer serieus nemen – een plotselinge koerswijziging door te elfder ure zélf een strenger immigratiebeleid te verkondigen is opportunistisch en niet geloofwaardig.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.