Opinie

Waarom Lili en Howick wel, en anderen niet?

Zwichten voor publicitaire druk lokt nieuwe publiciteit in andere zaken uit, waarschuwt . Zet kansloze asielzoekers sneller uit en verruim tegelijk het kinderpardon.

Protest tegen voorgenomen uitzetting Lili en Howick. Foto Werry Crone

Met verbazing heb ik de asielprocedure rond de twee Armeense kinderen Lili en Howick gevolgd. Op vrijdag, de dag voor hun geplande uitzetting, boog de Amsterdamse rechtbank zich nog een laatste maal over de zaak. En weer vingen de kinderen, inmiddels al tien jaar in Nederland en volledig vernederlandst, bot.

Op zaterdag zouden ze naar Armenië worden teruggevlogen, maar ze liepen bij hun opvangouders weg. De politie deed een oproep aan het publiek om ze te vinden en enkele uren later kwam de verrassende beslissing van staatssecretaris Mark Harbers (VVD): ze mogen toch blijven. Waarom? Er zouden zich actuele omstandigheden in de afgelopen uren hebben voorgedaan, waardoor het welzijn en de veiligheid van de kinderen niet meer voldoende gewaarborgd zouden kunnen zijn. Kennelijk vond de staatssecretaris die omstandigheden doorslaggevend om van zijn discretionaire bevoegdheid gebruik te maken.

Op zich mag hij dat doen, want de beslissing van de rechter is het verlenen van een bevoegdheid aan de Staat de kinderen uit te zetten en is geen verplichting. De staatssecretaris heeft dus het laatste woord. Toch verrast zo’n verandering van standpunt, want de kinderen kozen er zelf voor (al dan niet op advies van derden) om weg te lopen en dus een uitzetting onmogelijk te maken. Daarmee lokten ze het vermissingsbericht van de politie uit. Dit alles leidde tot een nogal ongemakkelijke situatie. Doorgaans rekent de rechter zoiets de veroorzaker – in dit geval de kinderen of hun verzorgers – aan. Hier niet. Het lijkt erop dat de staatssecretaris naar een reden heeft gezocht om de kinderen te kunnen laten blijven, hoogstwaarschijnlijk onder zware politieke druk van coalitiepartners D66 en ChristenUnie.

Lees de reconstructie van het besluit van de staatssecretaris: De harde lijn over Lili en Howick werd pas héél laat vloeibaar

Vooropgesteld, ik ben blij voor de kinderen dat ze mogen blijven en hun leven weer kunnen oppakken. Maar de hele procedurele gang van zaken is voor alle betrokkenen onbevredigend.

Publicitaire druk

In de zaak van Lili en Howick heeft de staatssecretaris onder grote druk van politiek en samenleving zijn eerdere beslissing herzien. Wat nu te voorspellen is, is dat in andere gevallen waarbij asielaanvragen zijn afgewezen en kinderen betrokken zijn, de druk op hem toe gaat nemen om ook de discretionaire bevoegdheid te gebruiken. Want in die zaken zullen de adviseurs zeggen: waarom bij Lili en Howick wel, en bij andere kinderen niet? Het zwichten voor publicitaire druk lokt nieuwe publiciteit in andere zaken uit. Hoe meer maatschappelijke commotie, hoe groter de kans om te blijven. Daardoor zal de onrust in de samenleving alleen maar toenemen, waar kinderen weer de dupe van zullen zijn. Zullen kinderen in andere zaken nu ook gaan weglopen, waardoor hun veiligheid en welzijn wellicht in het geding komen? Zullen hun advocaten dat als argument gaan gebruiken om beslissingen in hun voordeel te herzien? Wat kunnen we hiervan leren om in de toekomst dit soort zig-zag-beleid te voorkomen?

Allereerst moet er gekeken worden naar de mogelijkheden van een verruimd kinderpardon. Kinderen die hier jarenlang wonen, naar school gaan en geïntegreerd zijn, moeten niet tegen hun wil uitgezet kunnen worden. Zij hoeven niet te boeten voor de keuzes die hun ouders hebben gemaakt. Kinderrechten moeten zwaarder meewegen in het vreemdelingenrecht.

Lees ook het opiniestuk van Job Cohen van vorig jaar: Streng maar rechtvaardig, ik hoor het mezelf nog zeggen

Ten tweede moeten er drempels in de Vreemdelingenwet worden ingebouwd tegen het stapelen van verschillende asielprocedures. Niemand is er namelijk bij gebaat als elke beslissing die negatief uitpakt voor de asielzoeker meteen wordt aangevochten en vervolgens leidt tot verlengd verblijf in Nederland. Kansloze zaken moeten direct worden uitgezeefd en leiden tot snelle uitzetting. Beter een rechtvaardige, maar kortdurende asielprocedure dan dit jarenlang uitsmeren van procedures met daaraan gekoppeld verblijf in Nederland.

Staatssecretaris moet rechterlijke beslissing respecteren

Als de rechter besloten heeft dat er geen nieuwe argumenten zijn om de kinderen in kwestie te laten blijven, dan moet de staatssecretaris niet de rechterlijke beslissing onderuit halen en anders besluiten. We leven in een rechtsstaat. Professionele rechters beoordelen het hele dossier en alle argumenten voor en tegen asielverlening. De rechters krijgen ook allerlei privacy-gevoelige informatie te zien die het publiek niet kent. Soms zijn het argumenten die in het nadeel van de asielzoeker zijn en die door diens advocaat niet in het publieke debat worden gebracht, terwijl de staat die gegevens niet kan openbaren zonder de privacy te schenden. Het wil dus lang niet altijd zo zijn dat het publiek alle argumenten kent. Hoogoplopende emoties in de samenleving zijn niet altijd op kennis van alle relevante feiten gebaseerd. De rechter moet het laatste woord hebben.

Hoe het ook geregeld wordt, er zullen zich altijd schrijnende situaties blijven voordoen. Alleen in zeer uitzonderlijke gevallen kan de staatssecretaris er daarna nog aan te pas komen om zijn discretionaire bevoegdheid te gebruiken, maar dan alleen op basis van reële nieuwe feiten en omstandigheden die de rechter ten tijde van de beslissing niet kon kennen en die niet veroorzaakt zijn door de asielzoeker en/of zijn kinderen.

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie Haagse Zaken: Waarom een verruiming van het kinderpardon er niet komt
U kunt zich ook abonneren via iTunes, Stitcher, Spotify of RSS.