Vanuit vies detentiecentrum op Curaçao is het lastig asiel vragen

Venezolanen op Curaçao Amnesty International laakt de manier waarop Curaçao vluchtelingen uit Venezuela behandelt. Heeft Den Haag hier ook een rol te spelen?

Bootjes aan de kust van La Vela de Coro in Venezuela, waar migranten en goederen naar Curaçao en Aruba vertrekken. Foto Niels Wenstedt/ANP

Natalia Saabedra was aan het werk als schoonmaker in een tandartspraktijk op Curaçao toen ze werd opgepakt. Bij de autoriteiten was een klacht binnengekomen over „een illegale vreemdeling” in de kliniek.

Dat was 9 februari 2018. Pas 45 dagen later zag de 31-jarige Venezolaanse voor het eerst een advocaat. Het detentiecentrum zei dat ze daar geen recht op had: ze was immers geen gevangene. Ze werd simpelweg vastgehouden, totdat ze het geld bijeen had voor een ticket naar Venezuela. Na 75 dagen detentie werd de vrouw eind april met haar twee kinderen uitgezet, terwijl een rechtszaak tegen haar deportatie nog moest dienen.

Saabedra’s relaas is opgetekend door Amnesty International in een onderzoek naar het lot van Venezolanen op Curaçao. Gevluchte Venezolanen zonder verblijfsstatus worden volgens het rapport standaard opgesloten in vieze, ondermaatse detentiecentra in afwachting van uitzetting. Hierdoor is het in de praktijk onmogelijk asiel aan te vragen. Volgens Amnesty ontneemt het Koninkrijksland de Venezolanen zo het internationale recht op bescherming en zouden Curaçao en Nederland dit probleem samen moeten aanpakken.

Lees ook deze reportage over vluchtelingen in Brazilië: De grensstad kan even geen Venezolaan meer zien

1. Hoe groot is de stroom Venezolaanse vluchtelingen?

De afgelopen jaren ontvluchtten zeker 2,3 miljoen mensen de economische misère en politieke repressie in Venezuela. Veruit de meesten belanden in grote buurlanden als Colombia. Een kleiner deel kiest voor de Benedenwindse Eilanden die vlak voor de Venezolaanse kust liggen. Op Curaçao zou het gaan om 5.000 à 20.000 ongeregistreerde migranten, op een bevolking van 161.000.

De meesten komen aan per vliegtuig op een toeristenvisum en laten dit verlopen. Een kleiner deel, bijvoorbeeld migranten die al eens uitgezet zijn, zijn aangewezen op illegale bootjes (lanchas). Venezolanen kunnen zwart aan de slag in de bouw, als huishoudster. Sommigen belanden in de prostitutie of criminaliteit.

2. Is Nederland medeverantwoordelijk voor hun bescherming?

Daarover verschillen de meningen. Omdat Curaçao sinds 2010 een autonoom land binnen het Koninkrijk is, is het volgens het kabinet „zelf verantwoordelijk voor het uitvoeren van een adequaat migratiebeleid”.

Curaçao heeft het VN-Vluchtelingenverdrag nooit ondertekend en heeft geen wetgeving die het mogelijk maakt een vluchtelingenstatus aan te vragen. Tot juli vorig jaar stuurde Curaçao asielverzoeken door naar de vluchtelingenorganisatie van de VN, UNHCR, die bij een positieve beoordeling zocht naar een onderkomen voor de asielzoeker buiten het eiland. Sinds Curaçao die procedure vorig jaar van UNHCR overnam, „zijn er overtuigende bewijzen dat vreemdelingen geen aanvraag hebben kunnen indienen voor internationale bescherming”, stelt Amnesty.

Het rapport wijst op artikel 43 van het Koninkrijksstatuut, waarin staat dat het waarborgen van de mensenrechten in de landen „een aangelegenheid van het Koninkrijk is”.

Ook is het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) in Curaçao van kracht. Vooral artikel 3 kan relevant zijn voor Venezolanen: dit kan een asielzoeker inroepen als hij of zij het risico loopt na uitzetting onmenselijk behandeld te worden.

3. Hoe reageren politici in Den Haag op het rapport?

Het kabinet zegt dat het rapport „op indringende wijze” de problematiek laat zien. Het benadrukt dat Curaçao eerder dit jaar al hulp is geboden, door ruim 130.000 euro ter beschikking te stellen voor het verbouwen van de detentiecentra. Dat geld wordt nog niet besteed, omdat Curaçao eerst met een goed plan moet komen voor de verbouwing van de centra, die van Nederland aan internationale normen moeten voldoen.

In de Tweede Kamer wordt verschillend op het rapport gereageerd. VVD-Kamerlid André Bosman vindt dat Nederland „sowieso niet aan zet” is omdat het aan Curaçao zelf is om eerst verbeteringen door te voeren. GroenLinks-Kamerlid Bram van Ojik noemt de conclusies in het rapport „ontluisterend”. Hij wil onder meer dat Nederland met Curaçao werk maakt van het opzetten van een fatsoenlijke asielprocedure.

Lees ook: ‘Curaçao handelt in strijd met het internationale recht op bescherming’

4. Hoe reageert de regering van Curaçao zelf?

Curaçao „kan zich niet vinden” in het rapport. Justitieminister Quincy Girigorie stelt in een verklaring dat Amnesty voorbijgaat aan de „enorme” gevolgen voor de veiligheid en economie van de toestroom van duizenden Venezolanen. Het land ziet hen bovendien als economische migranten (en dus niet als humanitaire of politieke vluchtelingen). Hij „betreurt de perceptie dat op Curaçao mensenrechten worden geschonden”.

Volgens de regering stuurt Curaçao geen Venezolanen terug als zij het gevaar lopen te worden gemarteld of mishandeld. Venezolanen die hiervoor vrezen, kunnen volgens Curaçao tegen hun uitzetting protesteren op basis van het EVRM. Curaçao erkent dat de communicatie over deze mogelijkheid moet worden verbeterd, net als de omstandigheden in de detentiecentra, waarvan het erkent dat deze „een punt van zorg” zijn.

    • Merijn de Waal
    • Pim van den Dool