SCP: leefniveau stijgt maar sociale kloof blijft groot

Sociale Staat van Nederland Nederlanders hebben over het algemeen een hoge kwaliteit van leven. Maar er zijn hardnekkige verschillen tussen groepen.

Een stapel rekeningen op de keukentafel. Foto ANP/Roos Koole

Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) heeft aan de vooravond van Prinsjesdag een waarschuwing voor het kabinet: de kwaliteit van leven van de Nederlandse bevolking is er de afgelopen tien jaar gemiddeld genomen op vooruit gegaan, maar de verschillen in leefsituatie en tevredenheid tussen burgers uit verschillende inkomens- en opleidingsgroepen zijn niet kleiner geworden.

Het SCP brengt voortaan jaarlijks een beknopte update uit van de Sociale Staat van Nederland, die voorheen om de twee jaar verscheen en laat zien hoe Nederland eraan toe is.

Het SCP schetst tal van positieve ontwikkelingen, zoals een stijging van het gemiddelde opleidingsniveau, afnemende werkloosheid, dalende criminaliteit, betere woningen en een stijgende levensverwachting. Ook is de leefsituatie van 65-plussers tussen 2008 en 2018 verbeterd.

Ook slecht nieuws

Maar slecht nieuws is er ook. Het SCP ziet „hardnekkige verschillen” tussen bevolkingsgroepen. Hogeropgeleiden, mensen met een hoger inkomen, jongeren en autochtonen staan er nog steeds beter voor dan lageropgeleiden, mensen met een lager inkomen, ouderen en mensen met een migratieachtergrond. Al hebben ook de ‘bevoorrechte’ groepen hun eigen problemen: hogeropgeleiden hebben vaker last van een opgejaagd gevoel, jongeren zijn vaker slachtoffer van criminaliteit.

Een betere uitgangspositie in opleiding, inkomen, woonsituatie en gezondheid heeft gevolgen voor de manier waarop mensen naar hun eigen leven kijken en hoeveel vertrouwen zij hebben in de samenleving en de politiek. Het kabinet beloofde vorig jaar, bij het aantreden, dat het wantrouwen en de tegenstellingen in Nederland minder zouden worden. In het regeerakkoord stond: „Nog te veel mensen denken: prachtig, al die goede economische cijfers, maar ze gelden niet voor mij. Als veel mensen achterblijven, is uiteindelijk de hele samenleving de dupe. Tegenstellingen worden dan spanningen, die snel kunnen groeien nu internationale instabiliteit en onrust ook effect hebben op het gevoel van onbehagen en vervreemding in ons land.”

Geen vooruitgang

En aan die vervreemding lijkt nog niks te zijn veranderd. Er is een groep mensen (zo’n 4 procent van de bevolking, 680.000 mensen), die helemaal niet deelt in de vooruitgang. Voor hen stapelen de problemen zich op. Deze mensen zitten in een leefsituatie die volgens het SCP objectief gezien ‘slecht’ is. Als zij hun leven moeten waarderen met een cijfer geven zij het geen 7,8 – al tien jaar het gemiddelde rapportcijfer dat Nederlanders geven – maar een onvoldoende.

Gemiddeld genomen wordt de stemming wel positiever, blijkt uit de SCP-cijfers. In de afgelopen tien jaar vond steeds een meerderheid dat het met Nederland de verkeerde kant op ging, maar in het eerste en tweede kwartaal van dit jaar vond de helft dat het de goede kant op gaat.

Ook hier zijn er wel grote verschillen tussen groepen. Zo vindt 62 procent van de hogeropgeleiden dat het de goede kant op gaat in Nederland, tegenover 47 procent van de middelbaaropgeleiden en 40 procent van de lageropgeleiden.

Er is één ding dat alle Nederlanders verbindt. Dat zijn de zorgen die mensen hebben over de manier waarop er in Nederland met elkaar wordt samengeleefd. Onverdraagzaamheid, gebrek aan respect, asociaal gedrag en egoïsme zijn onderwerpen die bij een peiling in april door alle groepen vaker werden genoemd dan zorgen over immigratie, zorg of veiligheid.

    • Claudia Kammer