Recensie

Rubens schetsen van olieverf tonen de hand van de meester zelf

Tentoonstelling In een prachtige expositie toont Museum Boijmans Van Beuningen de onweerstaanbare olieverfschetsen van Peter Paul Rubens. Het is voor het eerst in 65 jaar dat zo’n groot overzicht te zien is.

Peter Paul Rubens, De triomftocht van Bacchus, ca. 1636, olieverf op paneel. Stichting Museum Boijmans Van Beuningen (voorheen Koeningscollectie)

Afgelopen zomer precies driehonderd jaar geleden, op 18 juli 1718, trof de bliksem de jezuïetenkerk in Antwerpen. De brand die daarop volgde, verwoestte een groot deel van het gebouw en de decoratie van het interieur. Daaronder was een reeks plafondschilderingen die de befaamde Peter Paul Rubens een eeuw eerder samen met zijn medewerkers in de zijbeuken had aangebracht. Het contract dat de religieuzen in 1620 hadden gesloten met de schilder, vermeldt dat deze voor de 39 geplande taferelen schetsen zou vervaardigen, ‘met syn eygen handt in ’t cleyne’.

Rubens’ plafondschilderingen zijn er niet meer, maar de miniatuurversies zijn wel bewaard gebleven. Enkele zijn nu te zien op de grote najaarstentoonstelling Pure Rubens in Museum Boijmans Van Beuningen. De schetsen in olieverf waren bedoeld om Rubens’ leerlingen ten voorbeeld te stellen bij de uitvoering van het werk, maar dienden waarschijnlijk ook om de opdrachtgevers alvast een idee te geven van het resultaat. De expositie in Rotterdam, het resultaat van een samenwerking tussen Boijmans en het Prado in Madrid, toont voor het eerst sinds 65 jaar een groot overzicht van zo’n tachtig van dergelijke door Rubens geschilderde schetsen.

Peter Paul Rubens, De kruisafname, 1611-1614, olieverf op paneel, 420 x 320 cm. Onze-Lieve-Vrouwekathedraal, Antwerpen

Aantrekkingskracht

Opvallend is dat de Antwerpse jezuïeten de kunstenaar lieten kiezen tussen het achterlaten van de reeks kleine werken of het leveren van een splinternieuw altaarstuk. Rubens koos voor het laatste, en toonde daarmee het belang dat ook hijzelf hechtte aan het voorbereidende werk. Waarom zijn opdrachtgevers er zo op waren gebrand de olieverfschetsen te bemachtigen is niet precies duidelijk. Misschien hadden ze graag de ontwerpen achter de hand voor het geval er later reparaties aan het echte werk moesten worden uitgevoerd. Misschien ook herkenden ze al vroeg de esthetische aantrekkingskracht van de schetsen die als geen ander werk uit Rubens’ atelier de hand van de meester zelf tonen.

Rubens (1577-1640) zal in de tijd dat hij als twintiger in Italië verbleef, hebben gezien hoe sommige renaissanceschilders hun fresco’s en altaarstukken voorbereidden met behulp van geschilderde voorstudies op klein formaat, die ze bij gelegenheid ook aan hun opdrachtgevers konden tonen. Rubens nam deze praktijk over en werd de eerste schilder die olieverfschetsen op grote schaal ging produceren en gebruiken. Soms zijn het eenvoudige, tekenachtige tafereeltjes in grisaille waarin effecten van licht en donker de volumes van lichamen benadrukken, Vaker betreft het vlot gepenseelde, kleurige scènes waarin de schilder lijkt te experimenteren met poses, perspectieven en composities.

Peter Paul Rubens, De zegewagen van Kallo, 1638, olieverf op paneel, 105,5 x 73
cm.

Antwerpen, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten.
Peter Paul Rubens, De erepoort van de Munt (voorzijde), 1634-1635, olieverf op
paneel, 104 x 73 cm.

Antwerpen, Koninklijk Museum voor de Schone Kunsten
Peter Paul Rubens, De wonderen van de heilige Franciscus van Paolo, ca.1627-28,
olieverf op paneel, 110,5 x 79,4 cm.

Los Angeles, The J. Paul Getty Museum
Peter Paul Rubens, De wonderen van de heilige Franciscus van Paolo, ca.1627-28. (Los Angeles, The J. Paul Getty Museum), De erepoort van de Munt (voorzijde), 1634-1635 (Antwerpen, Koninklijk Museum voor de Schone Kunsten) en De zegewagen van Kallo, 1638, olieverf op paneel (Antwerpen, Koninklijk Museum voor Schone Kunsten.)

Schitterende afspiegeling

Er zijn maar liefst 450 olieverfschetsen van Rubens overgeleverd en het merendeel daarvan heeft hij altijd zorgvuldig in zijn atelier bewaard. Ze kwamen van pas bij het maken van grote schilderijen waarbij leerlingen werkten naar ontwerp van de meester, die dan uiteindelijk zelf de afwerking weer ter hand nam. Zo maakte de uiterst succesvolle firma Rubens grote projecten voor de gekroonde hoofden van Europa, zoals de reeks grote doeken over het leven van de Franse koningin Maria de’ Medici (nu in het Louvre) en de decoraties van Banqueting House voor de koning van Engeland, en het paleis van Torre de la Parada voor die van Spanje. Een ruime keus uit de schetsen voor deze projecten uit internationale musea biedt een schitterende afspiegeling van Rubens’ monumentale werk.

Peter Paul Rubens, Leeuwenjacht, ca. 1621, olieverf op paneel, 73,6 x 105,4 cm.

London, The National Gallery

Lees ook dit interview met de curatoren van ‘Pure Rubens’: ‘Rubens kon alles aan, hij was een Superman’

Het meest fascinerende van deze expositie vormen toch de schetsen zelf, die het, los van de werken waaraan ze vooraf gingen, uitstekend op eigen kracht kunnen doen. Een hoogtepunt is een relatief groot paneel met een studie voor een Leeuwenjacht (ca. 1615, National Gallery Londen), waarvan het uiteindelijke schilderij niet bekend is. In een krachtmeting met de beroemde compositie van de Slag bij Anghiari van Leonardo da Vinci, heeft Rubens de strijd tussen enkele ruiters en een troep leeuwen uitgebeeld. Onscherpe lijnen in wit op een okeren achtergrond verlenen het tafereel een ongekende vaart. De wilde paniek die de scène ademt, balt zich meesterlijk samen in een groot, wanhopig paardenoog.

    • Bram de Klerck