Het kalifaat verdween, maar IS groeit opnieuw

TerroristenHet aantal IS-strijders groeit hard, volgens een recent Amerikaans inlichtingenrapport. De groei manifesteert zich ook in Oost-Syrië, waarboven Nederlandse F-16’s actief zijn.

Foto Ahmad Al-Rubaye/AFP

Jeanine Hennis (Defensie, VVD) wist begin 2017 heel precies waarom ze minister van Defensie was geworden. „Dit is waarom ik met hart, ziel en zaligheid doe wat ik doe”, zei ze over een bezoek aan de Iraakse stad Falluja. „Wij hebben F-16’s gestuurd om IS te verdrijven en dat lukte in de zomer van 2016. Er waren weer scholen geopend, meisjes gingen weer naar school, inwoners van Falluja kwamen terug uit de vluchtelingenkampen in Turkije waar ze al die tijd hadden gezeten. En ik stond ertussen. Dat heeft een diepe indruk op me gemaakt.”

Hennis had goede redenen voor haar blijdschap – althans voor de korte termijn. De drie doelen van de bombardementen waren grotendeels gehaald. Het kalifaat, dat grote delen van Irak en Syrië besloeg en complete bevolkingsgroepen zoals de yezidi’s uitroeide, schrompelde ineen. Als lanceerplatform van een reeks bloedige aanslagen tegen het Westen raakte IS in het ongerede. De gigantische vluchtelingenstromen richting Europa, die IS met zijn moordpartijen had veroorzaakt en Europese leiders kopzorgen bezorgden, werden veel minder groot.

Anderhalf jaar na het bezoek van Hennis aan Falluja verkeert commandant der strijdkrachten Rob Bauer duidelijk minder in een juichstemming dan de toenmalige minister. De hoogste militair van Nederland toont zich allesbehalve opgelucht, tijdens een autorit vanaf de Jordaanse luchtmachtbasis waarvandaan vier F-16’s nog steeds bombardementen uitvoeren op IS-doelen.

Bauer, gestoken in lichtbeige gevlekte gevechtsoverall, turend over de kale Jordaanse vlakten langs de weg, is „trots” op de „belangrijke bijdrage” die Nederland aan de bestrijding van het kalifaat heeft geleverd. Maar hij heeft onmiskenbaar „zorgen” over de effecten van de oorlog, en de geringe aandacht daarvoor in Nederland.

Verontrustende groei IS

Eerst de feiten. Dit voorjaar moesten de bombardementen van de coalitie op IS plots weer opgevoerd worden. De terroristische organisatie, naar het leek gedecimeerd van meer dan 40.000 strijders in 2015 tot ongeveer 2.000 strijders, won meteen aan kracht toen de militaire druk op hun eenheden even minder werd.

Daarnaast stuurde de Amerikaanse militaire inlichtingendienst DIA (Defense Intelligence Agency) deze zomer verontrustende cijfers naar het Congres. Ze schatte de omvang van het aantal IS-strijders niet op 2.000, waarvan het Amerikaans opperbevel eerder was uitgegaan, maar op 13.100 tot 14.500, alleen al in Syrië. Daar kwamen er nog eens 15.000 à 17.000 bij in Irak. Overigens is lang niet duidelijk wie daarvan echt strijder is, en wie familielid of sympathisant. Ook gaat het vaak om een losse verzameling individuen en sterk verbrokkelde eenheden.

Niettemin komt IS volgens de Amerikaanse inlichtingendienst qua omvang weer gevaarlijk dicht in de buurt van haar oorspronkelijke sterkte in 2014, toen het kalifaat werd uitgeroepen. Pijnlijk detail voor Nederland daarbij: ook in Oost-Syrië, waarboven F-16’s vrijwel dagelijks actief zijn, groeit het aantal IS-strijders, aldus de DIA. Het zouden er nu tussen de 4.000 en 6.000 zijn.

De opmerkelijke groei van IS hangt samen met de succesvolle veranderingen in gevechtstechnieken van IS. Bauer vertelt: „Het gaat niet meer om een staat met herkenbare strijderseenheden die in pick-ups rondscheuren, met zwarte vlaggen zwaaien en zich daarmee kwetsbaar maken voor bombardementen.”

IS’ers in Syrië en Irak mengen zich tussen de bevolking, verblijven in afgelegen boerderijen en ondergrondse gangenstelsels. Vanuit dit soort schuilplaatsen voeren ze verrassingsaanvallen uit, en kidnappen en doden ze politieagenten, militairen en gewone Irakezen.


Maar de terroristische organisatie blijft ook in andere opzichten gevaarlijk. „IS verspreidt nog steeds een boodschap en ideologie die tot de verbeelding spreekt” , zegt Bauer. Zijn uitspraak strookt met observaties van oorlogsverslaggever Rukmini Callimachi van The New York Times. In haar populaire podcast The Caliphate zegt ze dat veel Irakezen zich het kalifaat herinneren als een werkende staat die ervoor zorgde dat het vuilnis werd opgehaald, afgelegen dorpen elektriciteit bezorgde en waar korte metten werd gemaakt met corruptie. „De capaciteit van IS om te besturen is meer reden tot zorg dan de capaciteit van zijn strijders”, aldus Callimachi.

Ressentiment tegen het Westen

Daarnaast is er het ressentiment van veel Iraakse bestuurders tegen het Westen. In de recente Deense documentaire Bombs Awry komen bestuurders uit de regio Mosul aan het woord. Die tonen zich geïrriteerd over de manier waarop de coalitie – dus ook Nederland – burgerslachtoffers van de bombardementen en hun nabestaanden met een kluitje in het riet stuurt.

Westerse politici, bedrijven en ngo’s zullen volgens Rob Bauer veel meer moeten doen om het zwaarbeschadigde Irak hoop en perspectief te bieden. Hij doelt op het herbouwen van scholen, het herstellen van de fysieke en economische infrastructuur, het bestrijden van corruptie en het opzetten van een goed werkende politie en rechterlijk apparaat.

Bauer: „We hebben het hier over ontzagwekkend ingewikkelde vraagstukken. Maar als je de bevolking niet duidelijk maakt dat daaraan concreet gewerkt wordt, dan loop je beslist het risico van nieuwe radicalisering. Dat is een zorg die ik en mijn collega’s naar politici hebben uitgesproken. We kunnen de militaire strijd winnen, voor wat veiligheid zorgen. Maar het grotere probleem van perspectiefloosheid kunnen wij niet oplossen. Als dat niet gebeurt, gaat de militaire strijd nog heel lang duren.”

Islamitisch gemotiveerde terroristen hebben garen gesponnen bij de westerse interventies zoals de luchtoorlog. Hun aantal groeide volgens schattingen van Amerikaanse denktanks en inlichtingendiensten van pakweg 30.000 in 2000 naar meer dan 100.000 in 2015. Een deel van hen vult het gat dat IS achterlaat.

Is met de luchtoorlog van Nederland en andere westerse landen tegen IS de basis gelegd voor de volgende oorlog, en een verdere groei van islamitisch terrorisme? Bauer schudt resoluut het hoofd bij het binnenrijden van Amman. „Dat is te kort door de bocht”, zegt hij. „Als dat waar was, dan zou niks doen in 2014 het beste zijn geweest. Maar niks doen was geen optie, gezien de barbaarse praktijken van IS. Er was daar een terroristische staat aan het ontstaan. Als je dat niet wilt laten gebeuren, dan moet je ingrijpen.”

    • Kees Versteegh