Franco’s erfenis: leven in verkeerde tijdzone

Wie in Madrid om negen uur in de ochtend denkt al snel even een boodschap te kunnen doen, komt bedrogen uit, merkt Koen Greven.

De brug over grensrivier Guadiana, tussen Spanje en Portugal. Tijdverschil tussen de oevers is een uur. Foto Miguel Vazquez/EPA

Als de Galiciërs in het badplaatsje Laxe om even voor 21.00 uur onder het genot van een glaasje Albariño en wat stukjes inktvis de zon in de zee zien zakken, is het op het strand in het Catalaanse Mataró al een kleine drie kwartier eerder donker geworden. Twee geografische uitersten in een in allerlei opzichten verdeeld Spanje. Probeer daar met de wijzers van de klok maar eens eenheid in te krijgen. Een onmogelijke opdracht.

Het zou het meest logisch zijn de zogeheten Greenwich Mean Time (GMT) aan te houden. Deze lengtegraad loopt vlak langs Londen waar het een uur vroeger is dan in Spanje. Vreemd. Want wie de lijn op de kaart verder naar het zuiden volgt, ziet dat die slechts door een noordoostelijk deel van het land gaat. Als je op de snelweg van Madrid naar Barcelona rijdt, passeer je tussen de dorpjes Bujaraloz en Peñalba een boog ter ere van de meridiaan. Maar het tijdstip van deze nullijn wordt er dus niet gerespecteerd. Het overgrote deel van Spanje ligt zelfs ten wésten van dit punt.

Vrijwel alles begint minimaal een uur later dan 76 jaar geleden gebruikelijk was in Spanje.

Leven in de verkeerde tijdzone. Het is één van de vele erfenissen van dictator Francisco Franco (aan de macht van 1939 tot 1975). El Generalísimo zette in 1942 als steun aan het regime van Adolf Hitler de klok een uur vooruit. De productie in fabrieken werd zo afgestemd op die in Duitsland en Italië. Spanje verliet zo de zone van Marokko, Portugal en het Verenigd Koninkrijk en kwam behalve bij Duitsland ook bij landen als Polen en Hongarije terecht. Een beslissing die tot op de dag vandaag niet meer is teruggedraaid. Met alle gevolgen van dien.

Vrijwel alles begint minimaal een uur later dan 76 jaar geleden gebruikelijk was in Spanje. Wie in Madrid om 09.00 uur denkt al snel even een boodschap te kunnen doen, komt bedrogen uit. Winkeliers en werknemers wrijven dan nog de slaap uit de ogen. Van doorgaans een korte nacht; want de Spanjaarden werken door tot in de avond, dineren zelden voor 22.00 uur en gaan laat naar bed. Ze zouden volgens verschillende onderzoeken gemiddeld 7,12 uur slapen. De siësta is dus niet uit luiheid, maar uit noodzaak geboren.

Lees ook: Waarom we ieder jaar de klok vooruit- en terugzetten

De discussie over de Spaanse dagindeling is niet nieuw. Ligt het aan de verkeerde tijdszone of is de indeling niet goed? Twaalf jaar geleden drong ‘de Nationale Commissie voor de Rationalisering van de Spaanse Arbeidsuren en de Normalisering ervan overeenkomstig de Andere Landen van de Europese Unie’, erop aan de siësta af te schaffen. Ten dele om de economische crisis te bezweren. Het dutje zou het land een deel van het bruto nationaal product kosten. Spanjaarden slapen nu soms ‘stiekem’ in de middag even bij.

Siësta of geen siësta. Spanjaarden meten zich graag met Europa, ze willen best de klok een uur terugzetten, maar ze zullen nooit om 18.00 uur aan tafel gaan. Ze kijken niet naar de wijzers, maar wachten met dineren tot de zon onder is. In Laxe, in Mataró en eigenlijk overal op het Iberisch Schiereiland. Het is één van de weinige dingen die de Spanjaarden met elkaar gemeen hebben. De wintertijd was nooit aan hen besteed. In Spanje is het eigenlijk altijd zomertijd.

Correctie (12 september 2018): In een eerdere versie van dit stuk stonden achter de naam van dictator Francisco Franco de jaartallen 1923-1975 vermeld. Dit klopt niet. Franco leefde van 1892 tot 1975. Hij was aan de macht vanaf het einde van de Spaanse Burgeroorlog in 1939 tot zijn dood. Dit is hierboven aangepast.

    • Koen Greven