Congresseren in tijden van onzekerheid

World Economic Forum

Hanoi is deze week even het ‘Davos van Zuidoost-Azië’. Centrale thema’s: handel en technologie.

Chinese vrouwen naaien Amerikaanse vlaggen. De handelsoorlog tussen de VS en China is een belangrijk thema op het World Economic Forum in Hanoi. Foto AFP

In één week kreeg Deborah Elms hoge ambtenaren uit drie landen op bezoek, allemaal nogal in paniek. „Hoe moeten we omgaan met de handelsoorlog? Hebben jullie misschien een idee, vroegen ze. Overal zoeken regeringen wanhopig oplossingen.”

Elms is directeur van Asian Trade Centre, een adviesbureau in Singapore dat werkt voor overheden en bedrijven uit heel Zuidoost-Azië. De handelsoorlog tussen China en de Verenigde Staten levert hun „angst, onzekerheid en slapeloze nachten” op, vertelt ze. Elms ziet ook mogelijkheden: „Als het wereldwijde handelssysteem zoals we dat kennen niet meer werkt, hoe organiseren we het dan wel? Daar liggen kansen.”

Vanaf dinsdag komen Aziatische regeringsleiders, ministers, academici en zakenlieden drie dagen samen in de Vietnamese hoofdstad Hanoi om de veranderende wereldorde te bespreken. Het congres heet ook wel het ‘Davos van Zuidoost-Azië’, naar de jaarlijkse vergaderingen die organisator World Economic Forum in Zwitserland houdt.

Officieel is dit het World Economic Forum over ASEAN, tien samenwerkende landen in Zuidoost-Azië, van Myanmar in het westen tot Indonesië in het oosten. Op de sprekerslijst staan dit keer ook veel Chinese namen. China valt nu eenmaal niet te negeren, zeker niet in deze regio. Bijna alle ASEAN-landen krijgen miljoenen aan investeringen uit China.

Handelsoorlog

Hoe reageren de landen in deze regio op die handelsoorlog, waarin China en de VS elkaar steeds nieuwe importheffingen opleggen? De strijd heeft de regeringsleiders van ASEAN ervan overtuigd dat het „essentieel is om dekking te zoeken in een groot handelsblok”, denkt Yang Razali Kassim, analist aan de S. Rajaratnam School of International Studies in Singapore. Ze zijn bijna allemaal afhankelijk van export. Neem de productie van kleding in landen als Thailand en Cambodja. Een gezamenlijk handelsblok biedt stabiliteit.

Nieuw handelspact

Precies hierom maken de ASEAN-lidstaten nu haast met onderhandelingen die kunnen leiden tot het grootste handelspact sinds de jaren negentig, toen de Wereldhandelsorganisatie (WTO) tot stand kwam. WTO-regels gelden wereldwijd, hoewel de VS en China zich er weinig meer van aantrekken. Dus wie weet, zegt Deborah Elms, is RCEP wel de toekomst: het Regional Comprehensive Economic Partnership. Daar doen alle ASEAN-leden aan mee, plus Australië, China, India, Japan, Nieuw-Zeeland en Zuid-Korea.

De onderhandelingen voor RCEP krijgen in Europa nog weinig aandacht. Maar in potentie is het een enorm verdrag, waar bijna de helft van de wereldbevolking onder valt, een kwart van de wereldexport en een derde van alle internationaal geproduceerde goederen en diensten. In november komen de ministers van alle betrokken landen weer samen in Singapore voor een nieuwe onderhandelingsronde. Ze willen opschieten, juist vanwege het protectionisme uit de VS en China.

Ook de Chinezen zetten de laatste maanden meer druk op het RCEP-overleg, ziet consultant Elms. „Niet eens vanwege de deal zelf; hun toegang tot de meeste landen is toch al prima. Maar ze willen nu wel dat het eens rondkomt.”

Drijvende krachten zijn volgens haar de ASEAN-landen, maar vooral Japan, Australië en Nieuw-Zeeland. Hecht samenwerken gaat bij ASEAN-leden niet vanzelf. Ze zijn van oudsher gewend zich zo weinig mogelijk met elkaar te bemoeien, om elkaars soevereiniteit niet te schenden. Daardoor is het RCEP ook minder gedetailleerd dan dat ándere grote handelsverdrag dat waarschijnlijk volgend jaar ingaat, het Trans-Pacific Partnership. De Amerikaanse president Donald Trump heeft zijn land hieruit teruggetrokken, maar een groot blok is doorgegaan: zeven Aziatische landen, Canada, Mexico, Chili en Peru. Hun verdrag is preciezer en breder, bevat regels over transparantie en corruptie en omvat bijna alle goederen en de dienstensector.

Een aantal gevoelige sectoren blijft waarschijnlijk buiten RCEP. Landbouw bijvoorbeeld, omdat elk land zijn eigen rijstproductie heel belangrijk vindt. Maar omdat RCEP meer speelruimte laat, past het verdrag misschien wel beter in deze tijd, zegt Elms. Die vraagt om flexibiliteit.

Technologische verandering

In Hanoi staat, naast de actuele ontwrichting in de wereld, de vraag centraal of Aziatische landen klaar zijn voor ‘de vierde industriële revolutie’, de grote technologische veranderingen van deze tijd – robotisering, kunstmatige intelligentie en nanotechnologie. Veel ASEAN-lidstaten zijn er nog nauwelijks op voorbereid.

Niet dat Zuidoost-Azië geen grote tech savvy bedrijven kent. Neem online verkoopsite Lazada en vervoersapplicatie Grab, beide uit Singapore en snel groeiend. Go-Jek is een slimme applicatie uit Indonesië waarmee je van alles kunt bestellen, van een taxi tot massage. Ze hebben genoeg ruimte voor groei, want volgens het World Economic Forum komen er in deze regio elke dag 125.000 internetgebruikers bij, vooral via mobiele telefoons.

Deze online bedrijven zijn wel uitzonderingen. In landen als Cambodja en Vietnam zijn ‘gewone’ exportproducten veel belangrijker voor de inkomsten. Toch moeten ook zij nadenken over nieuwe technologieën. Zo vergt de kledingproductie straks door robotisering veel minder mensenhanden, terwijl de beroepsbevolking in de ASEAN-landen flink blijft toenemen. De komende vijftien jaar groeit de arbeidsmarkt elke dag met liefst 11.000 jonge mensen. Hoe krijgen die allemaal een baan?

Daarvoor moet ook in de offline wereld nog genoeg veranderen, stellen de organisatoren van het World Economic Forum. Zo heeft Indonesië één van de jongste bevolkingen in de regio, maar geeft het land slechts 3,6 procent van het bruto binnenlands product uit aan onderwijs.

Corruptie

En kleine ondernemers krijgen in de meeste ASEAN-landen amper ondersteuning, terwijl zij wel 89 procent van alle zakelijke activiteiten voor hun rekening nemen. Corruptie is in de meeste landen een probleem en die raakt kleine bedrijven sneller. Voor hen is het moeilijker overeind te blijven, terwijl de grote bedrijven meer slagkracht hebben en alleen maar verder groeien.

Ondanks de wereldwijde onzekerheden zullen de politici in Hanoi zeker ook optimisme uitstralen en hun wil tot verdere samenwerking tonen. Het gaat economisch goed met de regio: de groei van de gezamenlijke ASEAN-landen zou de komende jaren rond de 5 procent liggen. En of ze wel of niet voorbereid zijn, op die vierde technologische revolutie? Zelf vinden ze waarschijnlijk van wel.

Het kan natuurlijk meevallen met dat banenverlies, zegt analist Yang Razali Kassim. „De vierde revolutie zou ook juist miljoenen nieuwe banen en mogelijkheden kunnen creëren. Hier verschillen de meningen nog steeds over.”

    • Annemarie Kas