Belangrijke rol Nederland bij pr voor luchtoorlog

Bondgenoot VS De Nederlandse rol in de luchtoorlog tegen IS was beperkt, ondanks de inbreng van zes F-16’s. De Amerikanen gebruikten Nederland dankbaar als voorbeeldige bondgenoot.

Een Nederlandse F16, in actie tijdens de Luchtmachtdagen. Foto ANP/Jerry Lampen

Hoe belangrijk was de Nederlandse bijdrage aan de luchtoorlog tegen Islamitische Staat? Nederlandse ministers van Defensie als Jeanine Hennis (tot vorig jaar) en Ank Bijleveld schreven in hun voortgangsrapportages aan de Tweede Kamer lovend over de bijdrage van eerst zes, daarna vier F-16’s en de ondersteuning met een detachement van 150 man.

De F-16’s hadden drie taken: het uitschakelen van infrastructuur van IS, het ondersteunen van Iraakse en Koerdische grondtroepen door de IS-eenheden onder vuur te nemen, en het uitvoeren van patrouilles.

Omdat Defensie geen mededelingen doet waar precies gebombardeerd wordt, kan de bijdrage van Nederland niet op waarde worden geschat. Voorop staat dat elk land dat bereid is zijn onderdanen naar een strijdgebied te sturen bij voorbaat op waardering van bondgenoten kan rekenen. Hoewel de luchtoorlog een ongelijke strijd was – IS had nauwelijks luchtafweergeschut – liepen vliegers toch risico’s. Dat liet het lot van een Jordaanse F-16-piloot zien die begin 2015 levend werd verbrand door IS. Daarnaast is de Nederlandse bijdrage, die ongeveer 300 miljoen euro kostte, van politieke waarde gezien de hoogoplopende ruzie met de Verenigde Staten over de kostendeling binnen de NAVO.

Inhoudelijk beperkte rol

Toch was de Nederlandse rol in de luchtoorlog inhoudelijk beperkt. Nederland deed mee met vier operationele F-16’s – tot oktober 2015 waren dat er nog zes. Op een totaal van meer dan tweehonderd vliegtuigen en drones die de coalitie bij het hoogtepunt van de strijd in de lucht kon brengen, zijn vier F-16’s een verwaarloosbaar aantal: „De Amerikanen hadden het gemakkelijk allemaal zelf kunnen doen”, zegt militair historicus Christ Klep, die onlangs een boek schreef (De oorlog van nu) over de militaire bijdrage van Nederland.

Verder was Nederland niet betrokken bij belangrijke mijlpalen in de strijd. In het begin deden Nederlandse F-16’s mee aan de bevrijding van Mount Sinjar, waar tienduizenden yezidi’s werden uitgemoord. Maar Mosul en Raqqa werden heroverd op IS (juli 2017 en oktober 2017) toen Nederland een lange, en zeer noodzakelijke onderhoudspauze voor zijn F-16’s hield (van juli 2016 tot januari 2018). In Jordanië kampten de F-16’s diverse keren met haperingen in de toevoer van essentiële onderdelen. Daardoor kon er soms niet gebombardeerd worden, of in bepaalde gebieden niet gevlogen worden.

Ten slotte is door de vrij strakke gevechtsafspraken (rules of engagement) waarmee Nederland werkt, het vuile werk (acties waarbij mogelijk veel burgerslachtoffers kunnen vallen) aan anderen overgelaten. Sowieso aan de grondtroepen (Irakezen, Koerden) die door Nederland werden ondersteund, maar ook aan bijvoorbeeld de Amerikanen en Arabische bondgenoten in de lucht. Commandant der strijdkrachten Rob Bauer zegt: „Tijdens de voorbereiding van de bombardementen, het kiezen van de doelen, kan Nederland zeggen: ‘Jongens, deze doelen gaan wij niet aanvallen.’ Er zijn dan partners die dat wel doen.”

De tolerantie bij het Amerikaans opperbevel voor burgerslachtoffers werd groter na de komst van Donald Trump als president en opperbevelhebber in de VS. Er mochten meer burgers omkomen als daarmee een belangrijk IS-doelwit kon worden uitgeschakeld. Onder Obama werd het Witte Huis nog voortdurend vanaf het slagveld gebeld over – voor burgers – riskante operaties. Dat vormde een rem op riskante militaire operaties. Trump wilde echter niet eens aan de telefoon komen. „Laat die commandant zelf beslissen”, zei hij volgens een krantenverslag. „Waarom zou ik er meer verstand van hebben dan die commandant ter plekke?”

Voorbeeldige coalitiegenoot

De Nederlandse deelname was in één opmerkelijk opzicht wel belangrijk. De Amerikanen wilden graag laten zien dat sprake was van een brede coalitie. Ze gebruikten de Nederlanders als voorbeeldige coalitiegenoot.

Twee keer doken ze op in Amerikaanse documentaires, die in samenwerking met de Amerikaanse defensievoorlichting tot stand kwamen. Een aflevering van de serie Chain of Command (2016, National Geographic) laat zien hoe een Nederlandse inlichtingenofficier de Amerikaanse opperbevelhebber ‘brieft’ over de manier waarop IS drones bewapent.

Verder kreeg een ploeg van het CBS-programma Sixty Minutes in 2015 een model-aanval op beeldschermen te zien. Daarbij bombardeerden „two Dutch F-16s” ergens in Irak op een afgelegen plek zonder burgers in de buurt, een bommenfabriek. Met een doffe dreun maakt een bom van een Amerikaanse B-1-bommenwerper het werk van de F-16’s af.

Militair historicus Klep begrijpt de Amerikaanse waardering voor de Nederlanders wel: „We vliegen met Amerikaanse vliegtuigen, trainen op Amerikaanse bases, en gebruiken Amerikaanse spullen”, zegt hij. „Bovendien hebben we ook nog eens goede vliegers die misschien wel tot de topvijf van de wereld behoren. Geen wonder dat de Amerikanen graag Nederland naar voren schuiven als pr voor de coalitie.”

    • Kees Versteegh