‘Nederland strikter dan bondgenoten in IS-oorlog’

Syrië

Om burgerslachtoffers in de oorlog met IS te voorkomen volgde Nederland strengere regels dan coalitiegenoten, zeggen militairen.

Nederland hanteerde striktere regels voor het bombarderen van IS dan sommige andere leden van de coalitie die oorlog voert tegen het islamitisch kalifaat. Mede daardoor wilde Nederland voorkomen dat er onnodig burgerslachtoffers vielen als gevolg van Nederlandse bommen.

Lees ook ‘Precieze’ luchtoorlog tegen IS eiste toch veel burgerslachtoffers

Dat zeggen militairen tegen NRC over het verloop van de luchtoorlog tegen IS sinds 2014. Commandant der Strijdkrachten Rob Bauer, de hoogste Nederlandse militair, zegt: „Tijdens de voorbereiding van de bombardementen, het kiezen van de doelen, kan Nederland zeggen: ‘Jongens. deze doelen gaan wij niet aanvallen’. Er zijn dan partners die dat wel doen.” Welke partners dat zijn, wil Bauer niet zeggen. Maar volgens kenners doelt hij op de VS en Arabische bondgenoten zoals de Saoedi’s en de Verenigde Arabische Emiraten.

Een andere militair die namens Nederland moest beslissen aan welke bomdardementen kon worden meegedaan (de ‘red card holder’), wijst op de verschillen in regels bij het aanvallen van IS-strijders. Nederland doet dat alleen als de F16-piloot IS-strijders ontwaart die daadwerkelijk gevechtshandelingen aan het voorbereiden en uitvoeren zijn. „Andere landen” , aldus de commandant die anoniem wil blijven, bombarderen ook IS-strijders die alleen met een zwarte vlag zwaaien op hun pickup. Daar kunnen ook bijvoorbeeld gevangengenomen burgers tussen zitten die als schild worden gebruikt.

Het aantal burgerdoden is een van de belangrijke controverses rond de luchtoorlog tegen IS. Ngo’s als Amnesty en Airwars verwijten de coalitie en ook Nederland daarover onvoldoende opheldering te geven. NRC vroeg hoge Nederlandse officieren gedetailleerd uit te leggen waardoor het aantal burgerdoden in hun ogen beperkt kon blijven.

Volgens Defensie-specialist Peter Wijninga doelen de militairen op de verschillen in aanpak tussen Nederland enerzijds en de VS, Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten anderzijds. „Als je ziet hoe ruw de Arabische bondgenoten nu in Jemen opereren, dan zie je een duidelijk verschil met de Nederlandse en zelfs met de Amerikaanse aanpak.” Belangrijke verschillen met de VS merkte Wijninga toen hij in 2004 als luchtmachtofficier moest onderhandelen over de oorlogsregels in Afghanistan tijdens operatie Enduring Freedom. „Er was voortdurend discussie met de Amerikanen, omdat die voor zelfverdediging ruimere regels hanteerden dan de Europeanen. Nederland kreeg het verwijt vijandelijke eenheden te laten lopen. Nederland heeft daarna nieuwe, ruimere regels ingevoerd.”

Zulke aanpassingen zijn er in de huidige luchtoorlog tegen IS niet geweest, aldus de red card holder. Hij zegt dat Nederland ruimte kreeg van het Amerikaans opperbevel om eigen beleid te voeren. Hij en zijn collega’s hebben „nauwelijks” de rode kaart hoeven trekken, jargon voor het bezwaar maken tegen een gepland bombardement, voornamelijk omdat de kans op burgerslachtoffers te groot is.

    • Kees Versteegh