Recensie

Brekende dijken en bijgeloof in spannend paardenspektakel

Het Friese paardenspel De Stormruiter verbeeldt met meer dan 100 paarden de eeuwenoude strijd tegen het water. Een theatervoorstelling waarin Friese gemeenschapszin een nieuwe betekenis krijgt.

Scène uit paardenspektakel De Stormruiter Foto Ruben van Vliet

Het Friese paard „is ons zwarte goud” zingt de vrouw van de dijkgraaf in het paardenspektakel De Stormruiter. De voorstelling speelt zich af in 1750, maar haar tekst is profetisch: het zwarte Friese paard is goud waard, zeker in combinatie met theater. Sinds Kening Lear (2003), naar Shakespeares Koning Lear, speelt het „krachtige, gracieuze dier” een glansrol.

Ter gelegenheid van Leeuwarden-Fryslân 2018 Culturele Hoofdstad zet regisseur Jos Thie groots in met meer dan 100 paarden en hun ruiters, ruim zestig acteurs, een koor, musici en 250 medewerkers van wie de helft vrijwilligers. Het is een voorbeeld van Friese gemeenschapszin. Van begin af aan mocht De Stormruiter zich in ongekende belangstelling verheugen. Nieuwe uitvoeringen moesten bijgeboekt worden en er kwamen aanvragen vanuit de hele provincie.

Maar regisseur Thie wil met zo’n grote cast niet gaan reizen. Uiteindelijk trekken de 22 voorstellingen, uitsluitend te zien in WTC Expo Leeuwarden, meer dan 100.000 bezoekers. Prinses Beatrix, als beschermvrouwe van de Koninklijke Vereniging ‘Het Friesch Paarden-Stamboek’, en koning Willem-Alexander waren zaterdagavond aanwezig bij de première van dit eeuwenoude verhaal over de strijd van de Friezen tegen het water.

Spectulaire entree

Tegen de achtergrond van een immense speelvloer ligt een gehavende dijk. De oude dijkgraaf houdt elke vernieuwing tegen, maar de jonge dijkgraaf Hauke Haien ziet de zwakte in. Deze is aan zeezijde te steil, een dijk moet „een zachte glooiing hebben”. De voorstelling opent met de spectaculaire entree van een legendarische ruiter op een witte hengst die als een wervelwind voortjaagt. De Duitse schrijver Theodor Storm heeft hem vereeuwigd in zijn novelle De schimmelruiter (1888) die zich afspeelt in Nord-ost Friesland. Thie verplaatst de handeling naar het Bildt aan de Friese waddenkust.

Met vaardige hand creëren Thie en decorontweper Harm Naaijen een kerkdorp aan de rand van het onmetelijke wad. Hier vecht dijkgraaf Haien, vertolkt door Jelle de Jong, tegen het oude bijgeloof: alleen een levend kind, begraven in een nieuw aangelegde dijk, kan het water stoppen. De geest van de schimmelruiter zaait echter telkens verderf. Als een geheimzinnige zigeunerin, gespeeld door zangeres Ellen ten Damme, aan de dijkgraaf ook een witte hengst ten geschenke doet, ontstaat een dramatische strijd tussen goed en kwaad. Deze schimmelhengst bezit magische krachten, maar de dorpsbewoners koesteren diepe angst voor het dier. Elke, de vrouw van de dijkgraaf, fokt intussen met de witte hengst die slechts voor gitzwarte nakomelingen zorgt. Hier ligt de oorsprong van het Friese paard. Annemaaike Bakker als Elke zingt een loflied op het dier.

Een eeuwenoude verhaal over de strijd van de Friezen tegen het water.

Foto Ruben van Vliet

Poëtisch paardenballet

Dressuur en draverij, paardenakrobatiek, paardensleeën en een poëtisch paardenballet door het Franse duo Théâtre du Centaure geven dynamiek, zoals die ook te zien was in Faderpaard uit 2014. Tegen de achtergrond vervloeien beelden van de Waddenzee met de grijze hemel, totdat de zee zich angstaanjagend toont: er komt springvloed en de oude dijk zal breken, ondanks de bemoeienis van de jonge dijkgraaf. Hij ondervindt tegenwerking van de hechte dorpsgemeenschap, die nog steeds ervan overtuigd is dat niets de zee kan tegenhouden. Ook dat is een teken van Friese mienskip, saamhorigheid. Eeuwenoud fatalisme en bijgeloof komen in strijd met Haiens rationele geest. Hij rekent en tekent, bestudeert waterstromingen. In dit opzicht is De Stormruiter ook een actuele voorstelling, want nog steeds speelt de angst voor zout water in het polderland een rol in onze waterbeheersing.

Het genereuze paardenspel en de melodieus-opgewekte muziek door de Wëreldbänd begeleiden dit waterdrama. Ten Damme als zigeunerin geeft een wilde, dreigende versie van Lamour est un oiseau rebelle en het koor van negentien leden drukt angst voor het water uit in het lied Wat stopt het water? De liefde tussen het dijkgraafechtpaar wordt door de geboorte van een doofstom kind op de proef gesteld. Dat lijkt een zijlijn, maar het werpt een droeve schaduw over de voorstelling, die door de ambitieuze Haien zo energiek begon.

Als tot slot bij vloed de golven hoog opslaan en het water over de dijk slaat, weet de dijkgraaf wat er staat te gebeuren. Het bijgeloof van een mensenoffer wint het van zijn rationele geest. Ondertussen vliegt de onstuimige geest van de schimmelruiter als een stormwind voorbij. Die geheimzinnige schimmel is het laatste beeld dat we zien, als een geest.

    • Kester Freriks