Zo veel kennis van het lichaam, en toch onderuit

Burn-out Je zou denken dat medisch personeel de symptomen van stress feilloos herkent. Maar zolang de bedrijfscultuur er niet naar is, zullen óók zij niet snel aan de bel trekken.

Het was allemaal veel te veel. Eind 2016 verhuisde chirurg Hidde Kroon (40) naar Australië. Hij en zijn vrouw, ook medisch specialist, hadden daar een aanstelling gekregen. Zijn vrouw was net bevallen van hun tweede kind. Kroon had drie maanden eerder een hartklepoperatie ondergaan en was lichamelijk fit verklaard. Hij liep de vijf kilometer weer bovengemiddeld snel. Niks aan de hand. Ready to go.

Maar hij had wél rekening moeten houden met een verminderde draagkracht door de operatie, vertelt hij aan de telefoon vanuit Australië. „Vijf kilometer kunnen rennen wil niet zeggen dat je tijdens lange diensten onophoudelijk professionele beslissingen kunt nemen, over patiënten en over het te voeren beleid.” Maar de omstandigheden waren er niet naar. „Ik kwam in een overwerkt ziekenhuis terecht, dat uit zijn voegen barstte door de stroom patiënten en een tekort aan dokters.” Het was de verkeerde plek, op het verkeerde moment.

Een krankzinnig werkschema („om de twee dagen een 24-uurs dienst”), een gebrek aan teamspirit met zijn collega’s en een baby die niet sliep brachten Kroon uiteindelijk richting de overspannenheid. „In de loop van de maanden werd ik toenemend moe, futloos en gestresst”, zegt hij. „Ik kon steeds minder hebben, ondernam minder, sportte minder, sliep slecht en kreeg concentratieproblemen.” Het bleek een naderende burn-out.

Je zou denken, dat had je als chirurg toch kunnen zien aankomen? Sterker nog, vertelt Kroon: „Ik vertel mijn patiënten altijd dat ze lichamelijk én geestelijk moeten herstellen van een operatie. Maar zelf lukte me dat niet in deze omstandigheden.”

Ook bij Laura Scholten-Hondeveld (27), verpleegkundige in het Rijnstate Ziekenhuis in Arnhem, kwam de burn-out door een opstapeling van factoren: een pijnlijke familiekwestie, een verhuizing, de voorbereidingen van een huwelijk, een deeltijdstudie, en dat alles in combinatie met een hoge werkdruk vanwege personeelstekorten. Bovendien, zegt ze, waren veel teamleden gefrustreerd omdat ze na een fusie en een verhuizing niet meer de kwaliteit konden leveren die ze gewend waren.

Natuurlijk herkende ook Scholten de signalen van stress: een kort lontje, geen zin meer in het werk, huilend opstaan, een voortdurend zenuwachtig gevoel in haar onderbuik. „Maar ziek melden deed ik niet vanwege dat personeelstekort. En op thuisblijven vanwege stress rust ook een taboe: een gebroken been is makkelijker uit te leggen – ook in een ziekenhuis.”

Een opstapeling van taken

Zoveel kennis van het lichaam, en dan toch onderuit gaan. Het is geen uitzondering: volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek stond de gezondheidszorg qua ziekteverzuim in 2016 met ruim 5 procent op de tweede plaats na het openbaar bestuur. Uit een onderzoek van dagblad Trouw, Vernet Verzuimnetwerk en pensioenfonds PFZW, van begin dit jaar, bleek dat dit verzuim bijna geheel is toe te schrijven aan medewerkers die langdurig thuiszitten vanwege een te hoge werkdruk.

Een peiling van beroepsvereniging Verpleegkundigen en Verzorgenden Nederland uit 2017, toonde bovendien dat 46 procent van de verplegers weleens overwogen heeft te stoppen door de werkdruk, en dat 16 procent zich vanwege burn-outklachten wel eens heeft ziekgemeld. Onderzoek uit 2016 onder medisch specialisten door Erik Drenth, destijds directeur risicomanagement bij een grote zorgonderneming, leerde dat een op de acht medisch specialisten in Nederland last heeft van burn-outklachten. Bij de groep Artsen In Opleiding tot Specialist (AIOS) ligt dat aantal nog hoger.

Belangenbehartiger stichting IZZ is een ledencollectief van medewerkers in de zorg. Een analyse van de gegevens over het zorggebruik van ruim 200.000 zorgmedewerkers, toont volgens Marc Spoek, manager ‘gezond werken’ bij IZZ, dat de psychische en fysieke belasting in de zorg hoger ligt dan in andere sectoren. „Er is te weinig personeel en het aantal patiënten neemt toe”, zegt hij. „Dat zorgt voor een hoge werkdruk. Daar komt bij dat zorgmedewerkers vaak slecht ‘nee’ kunnen zeggen. Ze kunnen goed voor anderen zorgen, maar soms iets minder goed voor zichzelf.”

Burn-out komt bovendien vaak door een combinatie van factoren, ziet IZZ. De groep die het zwaarst wordt getroffen, is tussen 25 en 45 jaar oud. Spoek: „Dat zijn de werknemers die hun carrière combineren met opgroeiende kinderen en de zorg voor ouder wordende ouders. Bij oudere werknemers neemt die opstapeling van taken weer wat af.”

Cultuuromslag in het ziekenhuis

Voor chirurg Kees van Laarhoven, hoofd heelkunde van het Radboudumc in Nijmegen, was de toename van burn-outklachten onder medici een van de redenen om het initiatief te nemen voor het programma ‘healthy professionals’. Sinds een jaar kunnen medewerkers van het Radboudumc met behulp van een leefstijlcoach zichzelf een gezondere manier van leven aanleren, met aandacht voor persoonlijke vitaliteit en weerbaarheid. Het programma, mede vormgegeven door vitaliteitsorganisatie Lifeguard, duurt een half jaar.

Een belangrijk doel van het programma is bovendien voor een cultuuromslag onder ziekenhuismedewerkers te zorgen, zodat men openlijker kan praten over goede zelfzorg. Van Laarhoven: „Vroeger was het stoer om te zeggen: ‘Ik heb maar drie of vier uur geslapen.’ Nu hoor je gelukkig al vaker: ‘Ik heb zeven uur kunnen slapen, ik voel me energiek.’”

Zo’n ‘klimaatverandering’ is noodzakelijk om tegen overbelasting te kunnen optreden, omdat personeel op individueel niveau minder weerbaar is. Dat ziet ook Marc Spoek van het IZZ. „Openheid en aandacht tot op het hoogste niveau in de zorgorganisatie, alleen dát zorgt voor een echt effectieve burn-outpreventie”, zegt hij. Zo heeft ook IZZ een methode ontwikkeld, waarmee teams in zorginstellingen op vaste tijden, gericht over hun werkbelasting kunnen praten. Dat doen ze samen met geschoolde teamleiders, die noodzakelijke veranderingen ook meteen kunnen doorvoeren.

Spoek noemt bijvoorbeeld de afdeling spoedeisende hulp in ziekenhuizen, waar de overbelasting onder personeel doorgaans het hoogst is. „Op zo’n afdeling is het belangrijk om samen over impliciete normen te praten. ‘We gaan pas pauzeren zodra de wachtkamer leeg is’, bijvoorbeeld. Maar die wachtkamer ís nooit leeg. Wat vinden we daar eigenlijk van? En hoe is het dan tóch mogelijk om even pauze te nemen?” Bestuurders van de organisaties zouden bij die gesprekken moeten aanschuiven, om aan te tonen dat ze overbelasting serieus nemen, meent Spoek. „Juist de hoogste baas moet het voorkomen van burn-outs belangrijk maken.”

IZZ heeft dit programma vijf jaar lang in dertig zorgorganisaties en bij vijftig teams getoetst, en zag het zorggebruik zoals fysiotherapie, en het ziekteverzuim dalen.

Meer openheid op de werkvloer zou verpleegkundige Scholten-Hondeveld inderdaad geholpen hebben, zegt ze. Inmiddels is ze weer aan het werk. Van een psycholoog in het Rijnstate leerde ze de signalen van overbelasting bespreekbaar te maken. Artsen en verplegend personeel wéten namelijk wel wat de signalen van overbelasting zijn, maar thuis blijven doen ze niet zo snel. Hidde Kroon: „Je voelt je bezwaard, omdat je collega’s, die net zo hard werken, dan nog ietsje harder moeten werken. Je wilt hen niet extra belasten.”

Scholten-Hondeveld: „Ik wist dat een deel van mijn collega’s ook overbelast was. We bespraken onderling dat de diensten ons opbraken. Dat we al konden huilen op het moment dat we nog moesten beginnen, en dat we, als we in de auto onderweg naar het werk zaten, telkens dachten: ik draai weer om.”

Maar juist omdat iedereen in hetzelfde schuitje zat, klaagde ze er niet over. „Ik had toch het gevoel voor mijn collega’s te moeten blijven zorgen. Als zij het niet meer aankonden deed ik het er wel bij, zo ontlastte ik hen een beetje.” Inmiddels is er rondom Scholten-Hondeveld meer personeel aangenomen.

Goed voorbeeld, doet goed volgen

Een andere manier om de werkdruk tegen te gaan, is ervoor zorgen dat de patiëntentoestroom vermindert, meent chirurg Kees van Laarhoven. De toename van het aantal patiënten is volgens het hoofd heelkunde namelijk mede te wijten aan de toename van vermijdbare ziektes zoals obesitas en het metabool syndroom – overgewicht dat gepaard gaat met een hoge bloeddruk, verstoorde cholesterolwaarden en een verstoorde bloedsuikerspiegel, ontstaan door een combinatie van ongezond voedsel en te weinig beweging.

Galstenen, suikerziekte: het zijn allemaal symptomen waarmee je dezelfde patiënten volgens van Laarhoven steeds weer ziet terugkomen. En daardoor neemt niet alleen de werkdruk toe, maar „ontstaat er onder medisch personeel ook een professionele desillusie: ze sloven zich uit voor symptoombestrijding.” Volgens Van Laarhoven is ook dát een oorzaak van overbelasting. „Want betekenisvol werk wordt minder als werkdruk ervaren.”

De uitdijende zorg voor zulke leefstijlziektes zou een halt toe geroepen kunnen worden door gedragsverandering. En wie kunnen die juiste levensstijl nu beter uitdragen dan het zorgpersoneel zelf? Zo sla je volgens het Van Laarhoven veel vliegen in één klap: je houdt het zorgpersoneel gezond én de patiënt. Want goed voorbeeld doet goed volgen. Het programma van het Radboudumc geeft dan ook aandacht aan zowel mentale, als fysieke weerbaarheid.

Zo ziet chirurg Hidde Kroon dat ook: hij stapte over naar een ziekenhuis met een beter personeelsbeleid en geeft tegenwoordig meer voorrang aan slaap en sport. Hij gaat fietsend of hardlopend naar zijn werk. Zijn ervaringen zet hij nu ook in bij patiënten, zegt hij. „Zéker bij diegenen bij wie ik zie dat ze moeite hebben met het herstel, juist nog maanden na de operatie. Ik zie dat het mijn patiënten goed doet om niet alleen mijn ervaring te horen, maar ook hoe ik er weer bovenop ben gekomen.”

    • Annemiek Leclaire