Verzet tegen president niet nieuw

Witte Huis

Het is niet voor het eerst dat ambtenaren in het Witte Huis denken dat de president ze niet allemaal op een rijtje heeft.

De Amerikaanse president Ronald Reagan ondertekende in 1987 een nieuwe begroting in het Witte Huis. Foto Dirck Halstead/Getty

In maart 1987 organiseerde de nieuwe stafchef van het Witte Huis, Howard Baker, in de Cabinet Room een lunch voor president Ronald Reagan en een aantal medewerkers. De Amerikaanse regering had via Israël wapens geleverd aan Iran en met de opbrengst, tegen de uitdrukkelijke wil van het Congres, de conservatieve Contra’s gesteund die in Nicaragua streden tegen een links regime. De zaak was uitgelekt, het Congres begon een onderzoek en op tafel lag de vraag wat de president zich hiervan kon herinneren.

Baker had een verborgen agenda. Hij liet Reagan stiekem examen doen. Kon de man een consistent verhaal vertellen? Was hij nog in staat om president te zijn?

Reagans gezondheid was slecht en in het Congres vroeg men zich af of de president het wel aan kon. Het Contra-schandaal bedreigde zijn positie en velen dachten dat de voormalige filmacteur sowieso niet genoeg in huis had om te onderhandelen met Michail Gorbatsjov, de populaire leider van aartsvijand Sovjet Unie. In het Witte Huis zou het bovendien een chaos zijn.

Wat doe je als je denkt dat je baas – president van de Verenigde Staten, leider van de vrije wereld, opperbevelhebber en altijd in de nabijheid van de atoomknop – ze niet meer allemaal op een rijtje heeft? Wanneer grijp je in? En hoe ga je te werk?

Baker vroeg eerst twee medewerkers, Jim Cannon en Tom Griscom, om uit te vissen hoe groot de chaos werkelijk was. Cannon schrok van zijn bevindingen. De president was lui, depressief en afwezig; de staf van het Witte Huis functioneerde niet meer. Hij geloofde niet dat Reagan fysiek en mentaal opgewassen was tegen zijn taak. Cannon opperde dan ook hem uit het ambt te zetten met een beroep op het 25ste amandement bij de Grondwet, dat de mogelijkheid biedt om een incapabele president te vervangen door de vicepresident.

Worstelen met Trump

Afgelopen week onderstreepten onthullingen weer eens hoe huidige ministers en ambtenaren worstelen met president Donald Trump.

Een anonieme medewerker van de president schreef in The New York Times dat er zelfs een verzetshaard is binnen het Wittte Huis die in actie komt als de president gekke dingen wil doen. Dinsdag verschijnt Fear, Donald Trump in the White House, van Watergate-journalist Bob Woodward, waarin staat dat ministers orders van Trump negeren en besluiten verijdelen. Jim Mattis (Defensie) nam het verzoek om de Syrische leider Assad te doden niet serieus, economisch adviseur Gary Cohn griste een document van Trumps bureau waarmee deze een handelsverdrag met Zuid-Korea wilde opzeggen.

Cohn, Mattis en de andere „volwassenen in de kamer”, zoals hun geuzennaam luidt, zijn niet de eersten die hun president bijsturen. Ambtelijke ongehoorzaamheid heeft een lange traditie en kent vele gradaties.

Het anonieme opiniestuk om debat te beïnvloeden werd in 1947 al eens met succes beproefd door George F. Kennan met een artikel in Foreign Affairs over het gevaar van de Sovjet-Unie. President Nixon werd aan het einde van zijn ambtstermijn tegen zichzelf beschermd: omdat hij te veel dronk, kregen militairen de opdracht om een eventueel bevel van de president kernwapens in te zetten, te negeren. Soms werd Nixon gewoon buiten de besluitvorming gehouden. Op het hoogtepunt van een Midden-Oosten-crisis lag Nixon met een slok op in bed en losten stafchef Alexander Haig en minister van Buitenlandse Zaken Henry Kissinger het op. Kissinger zou in die dagen eens gezegd hebben: „Al Haig houdt het land bij elkaar en ik de wereld.” Het Watergate-schandaal, dat Nixon uiteindelijk de das zou omdoen, was aan het rollen gebracht door een klokkenluider, FBI-man Mark Felt, alias Deep Throat.

Zelf nadenken

Het is een geruststellende gedachte dat medewerkers zelf nadenken. De interventies van Mattis en Cohn hebben stupiditeiten en erger voorkomen. Het is niet slim om ruzie te zoeken met Zuid-Korea over handel als je net samen met dat land bezig bent om Noord-Korea tot kernwapenoverleg te dwingen. Het is onverantwoord om in een opwelling Syrië binnen te vallen.

Toch wagen ongehoorzame bureaucraten zich op glad ijs. Ze zijn immers niet democratisch gekozen, de president wel. Bureaucratische eigenrichting wordt meestal gerechtvaardigd met een beroep op het geweten en het algemeen belang. Maar medewerkers van de president zijn geen heiligen en kunnen zich óók laten leiden door eigen belang. Dat verwijt treft nu de anonymus van The Times. Hij ensceneerde zich als verzetsheld. Is hij een oprechte „volwassene?” Of een opportunist?

De verzetsgroep van 2018 heeft, net zoals de groep rond Reagans stafchef Baker destijds, overwogen om de president met het 25ste amendement buiten de deur te zetten, schreef anonymus, maar die optie verworpen.

Ook die ontboezeming wordt de zelfverklaarde verzetsheld aangerekend. Als je vindt dat de president niet capabel is, dan kom je in actie, schreef Tom Griscom die betrokken was bij het onderzoek naar Reagan, in The Atlantic. Zo niet, dan houd je je bedenkingen voor je.

Wie regeert?

De motieven van de redder van de natie zijn moeilijk te beoordelen als hij/zij anoniem blijft. Op korte termijn zijn de acties van ongehoorzame bureaucraten de redding voor de VS, schreef columnist Masha Gessen in The New Yorker, maar we zijn ook getuige van de teloorgang van een constitutioneel principe. „Een anonieme persoon of een groep anonieme personen kunnen niet regeren uit naam van het volk, omdat het volk niet weet wie regeert.”

Howard Baker constateerde na de ‘examen-lunch’ overigens dat er met president Reagan niet veel mis was. Het memo over het 25ste amendement verdween in een la, Reagan forceerde met Gorbatsjov een doorbraak in de Koude Oorlog, zat zijn tweede termijn uit en na verloop van tijd werden historici steeds milder over hem.

    • Michel Kerres