Uitspraken van de Raad over NRC: de ene zorgvuldigheid is de andere niet

Wat is journalistieke zorgvuldigheid? In elk geval een woord waarvan de ontkenning hard aankomt bij journalisten – en begrijpelijk.

Afgelopen weken werd in twee zaken bij de Raad voor de Journalistiek het oordeel ‘onzorgvuldig’ en ‘deels onzorgvuldig’ uitgesproken over de krant. Eén keer in mijn ogen begrijpelijk; de andere keer niet.

Eerst het begrip. De Raad tikte NRC op de vingers in een onthullende reeks artikelen over de „keiharde lobby” om een extreem duur medicijn vergoed te krijgen. Die lobby was gepaard gegaan met „verborgen belangen en vals spel”. Er kwamen Kamervragen en een intern onderzoek door de beroepsvereniging van lobbyisten BVPA.

Stevig nieuws, maar de lobbyist die een centrale rol speelde in de verhalen, stapte naar de Raad. Want waarom had de krant vervolgens de uitkomst van dat onderzoek niet gemeld, namelijk dat hij volgens de beroepsvereniging „in het algemeen” niet onbehoorlijk had gehandeld en er geen stappen tegen hem werden ondernomen?

De Raad geeft hem gelijk. De berichtgeving was niet „evenwichtig” omdat de „nuanceringen” uit dat onderzoek niet waren gemeld. Dus: onzorgvuldig.

Dat oordeel leidde op de redactie tot veel kritiek. Ging de Raad hier niet op de stoel van de journalist zitten? Kan de Raad verplichten iets te publiceren dat niet nieuwswaardig werd bevonden? Want dat was het argument van de verslaggevers: het interne onderzoek bevestigde juist wat de krant had geschreven, namelijk dat was gelobbyd met onjuiste informatie, die door de lobbyist onvoldoende was gecheckt. Alleen, hij was volgens de commissie „te goeder trouw” geweest en had de gemaakte fouten direct erkend. Dat waardeerde de commissie.

Dat zijn de „nuanceringen” waar de Raad op doelt; de berichtgeving als zodanig was terzake. Maar de Raad heeft een punt over dat ontbrekende vervolgbericht. De kwestie, waarbij de lobbyist met naam en toenaam werd genoemd, was geagendeerd door de krant, die ook het instellen van dat onderzoek door de beroepsvereniging tot nieuws had gemaakt (Intern onderzoek naar handelwijze Orkambi-lobbyist). Ja, dan maak je de lezer ook nieuwsgierig naar de uitkomst ervan. Dat die in essentie strookte met wat de krant had bericht, zoals de afweging was, is nog geen argument het helemaal niet te melden.

Na de zitting bij de Raad heeft de redactie in elk geval online een noot geplaatst onder dat nieuwsbericht over het ingestelde onderzoek, met een link naar de uitkomsten ervan.

Nu het onbegrip. Dat betreft het „onzorgvuldig” in een klacht van Likoed Nederland, waarin NRC inhoudelijk gelijk kreeg maar toch „deels onzorgvuldig” handelde. Hoe kan dat?

Likoed klaagde over twee columns waarin kort na elkaar een persbericht van de organisatie kritisch werd besproken. Dat ging over de antecedenten van „terroristenvereerder” Sigrid Kaag, inclusief de „pro-terreur” opvoeding van haar kinderen. Tom-Jan Meeus checkte de beweringen in het persbericht, Jutta Chorus maakte er een afkeurende opmerking over. Klacht van Likoed: ons was geen wederhoor verleend, en een brief was afgewezen. De organisatie had zich tot de hoofdredactie gewend, maar niets vernomen.

De Raad wijst de klacht over de columns af: wederhoor was bij de columns niet geboden en NRC was ook niet gehouden de brief van Likoed te plaatsen. Allemaal zorgvuldig. Maar: het uitblijven van een reactie van de hoofdredactie levert op dat punt toch het deel-oordeel „journalistiek onzorgvuldig” op.

Dat vind ik vreemd, om niet te zeggen bizar. Ja, het lijkt me op zichzelf redelijk dat zelfs ideologische organisaties die grossieren in brieven en klachten, antwoord krijgen op een klacht over een stuk waarin zij worden bekritiseerd. Al is het maar een briefje waarin wordt gewezen op de vrijheid van columnisten.

Maar is het uitblijven daarvan journalistiek onzorgvuldig?

De Raad oordeelt, volgens zijn site, „over de vraag of een journalist zorgvuldig zijn werk heeft gedaan en of met een publicatie de grenzen van journalistieke ethiek zijn overschreden”. Het antwoord op die vragen was in dit geval klip en klaar: ja en nee. Kan non-correspondentie over een als zorgvuldig beoordeelde publicatie dan toch leiden tot „deels onzorgvuldig”?

Dat lijkt mij iets met appels en peren. Regels voor correspondentie zijn van een andere orde dan eisen aan journalistieke publicaties.

Je kunt je er nog iets bij voorstellen als het gaat om, bijvoorbeeld, een brief met een terechte klacht over ontbrekend wederhoor of een feitelijke correctie; dan gaat het nog steeds om journalistieke feiten. Maar daarvan was in dit geval nu juist helemaal geen sprake. Met de gewraakte columns was niks mis, oordeelt de Raad – en dus was er ook geen journalistieke noodzaak om een brief van Likoed te plaatsen of, zou je zeggen, zelfs daarop te antwoorden.

Waar je de krant hooguit voor op de vingers kan tikken, is een gebrek aan burgerlijke beleefdheid (Likoed vond het niet-antwoorden „onfatsoenlijk”). Dat is niet niks, ik ben erg voor zulke beleefdheid. Maar het is ondergeschikt, niet nevengeschikt aan de toetsing van een journalistieke publicatie, die in dit geval geheel in orde werd bevonden. Dat laatste is het enige relevante oordeel; met een voetnoot over de wenselijkheid om een brief netjes te beantwoorden.

Reacties: ombudsman@nrc.nl

    • Sjoerd de Jong