In Oberdiebach zijn ze verbaasd over Jawed S.

Mesaanval Amsterdam Centraal De verdachte van de steekpartij op Amsterdam Centraal, Jawed S., belandde na zijn vlucht uit Afghanistan in Duitsland. In dit dorp werd hij voorbereid op zijn inburgering. Tot zijn asiel werd afgewezen.

Oberdiebach in Rijnland-Palts was de woonplaats van de Afghaanse asielzoeker Jawed S. Foto Imageselect

In Oberdiebach schudden de rode en roze geraniums zachtjes in hun plantenbakken als er een auto door de straten rijdt. De bontgekleurde huizen hebben dichtbegroeide tuinen. Het straatmeubilair is gemaakt van boomstammen of donker gelakt hout.

Er wonen net geen achthonderd mensen in het dorp, in een dal omsloten door wijnvelden. Spreuken als ‘Unser Brot ist der Wein, unsere Heimat der Mittelrhein’ staan in sierlijke letters op de gevels. Een dorp zoals ieder dorp, zegt een inwoner: gemoedelijk, niets bijzonders.

Met dit verschil dat dit dorp tot februari dit jaar Jawed S. huisvestte. Hier woonde meer dan een jaar de 19-jarige Afghaanse asielzoeker, die vorige week in Amsterdam twee Amerikanen met een mes verwondde. Hier kreeg terreurverdachte de brief met daarin het besluit dat hij niet in Duitsland mocht blijven. Hier werd opgemerkt dat hij zijn baard liet groeien.

S. verklaarde deze week in verhoren dat in Nederland „de profeet Mohammed, de Koran, de islam en Allah veelvuldig worden beledigd”. Op zijn Facebook-profiel stonden volgens RTL-nieuws foto’s en filmpjes waarin Geert Wilders bedreigd werd.

Lees ook: Waarom de aanslag op Amsterdam CS tot weinig onrust leidt

Geslaagd integratiebeleid

Het dorp ligt aan een drukbezocht wandelpad. De schilderachtige Rijnoever vol cafés en restaurants is maar een kwartiertje rijden. Toeristen verblijven graag in een van de Ferienwohnungen in Oberdiebach. Maar is het dorp een geschikte plek om minderjarige asielzoekers op te vangen? Hans-Günter Wustmann heeft daaraan getwijfeld. „Er is niks, geen winkel. Je mobieltje doet het nauwelijks, laat staan internet.”

Wustmann staat aan het hoofd van St. Hildegard, een naar een lokale heilige genoemde katholieke stichting, die hier al bijna een eeuw kinder- en jeugdhulp aanbiedt. In zijn kantoortje in de provincieplaats Bingen hangt een kruis, naast een kindertekening van zijn hoofd.

Wustmann praat rustig, in nauwkeurig geformuleerde zinnen. Achter zijn bril met licht getinte glazen verraden zijn ogen af en toe emotie. Het heeft er bij de organisatie ingehakt, dat een van hún jongeren verantwoordelijk blijkt voor een aanslag in Amsterdam.

Jawed S. kwam eind 2016 in Oberdiebach terecht, nadat een eerder opvanghuis in Piesport dicht ging. En dáárvoor, vlak na zijn aankomst in Duitsland in 2015, had S. in Gau- Algesheim gewoond, een dorp in dezelfde regio.

De stichting St. Hildegard was door het lokale bestuur gevraagd de opvang van jonge vluchtelingen in de regio op zich te nemen. En ‘Woongroep Noah’, waar iets meer dan tien jongeren tegelijk verbleven, was het pronkstuk van hoe ze dat wilden doen. Kleinschalig, met veel begeleiders. Met een duidelijke structuur: ook als ze in het centrum bleven moesten de jongens ’s ochtends hun schooltas inpakken, wc’s en douches maakten ze zelf schoon.

Zodra ze de taal spraken, moesten de jongens de straat op, om zich aan de dorpsbewoners voor te stellen. En in Oberdiebach werden met opzet verschillende nationaliteiten en religies samengebracht, als voorbereiding op de multiculturele, tolerante samenleving van Duitsland waarin de jongeren zouden belanden. De lokale krant noemt het project in 2016 een „uitstekend voorbeeld van geslaagde integratiepolitiek”.

Makkelijk ging het niet altijd, benadrukt Wustmann. In het begin was er vaak ruzie, en ook wel eens een gevecht. En de verhoudingen tussen man en vrouw waren een terugkerend onderwerp van gesprek. „De jongens keken op een andere manier naar vrouwen dan wij gewend zijn.” Als een jongen tegen een begeleider zei dat ze er leuker uitzag met de haren los, antwoordde zij volgens Wustmann direct dat dit zijn zaak niet was. „In Noah werden gesprekken expres geleid door een vrouw, om duidelijk te laten zien dat dit normaal is in Duitsland.”

Hij ging alleen wonen

Hoe Jawed S. zich in de woongroep in Oberdiebach gedroeg? Wustmann wil er om zijn privacy te beschermen niks over kwijt, net als andere begeleiders die er toen werkten. Dit zegt hij wel: de afwijzing van een asielverzoek zorgde vaker voor een verandering in gedrag. En voor spanningen in de groep, want Syriërs mochten blijven, terwijl Afghanen na het veranderen van de veiligheidsstatus van hun land opeens terug moesten.

Jawed S. ontving zijn afwijzing in augustus vorig jaar. Toen hij daartegen beroep indiende, mocht hij zijn zaak in Duitsland afwachten, aanvankelijk in Oberdiebach. Totdat hij meerderjarig was, toen kwam de begeleiding van St. Hildegard ten einde. S. ging op zichzelf wonen, in het nabijgelegen Ingelheim. Ongeveer gelijktijdig, in februari van dit jaar, was het tijdens een van de laatste voortgangsgesprekken een ambtenaar opgevallen dat Jawed zijn baard had laten staan.

In Ingelheim zucht de woordvoerder van het regionale bestuur Bartho Faust, gevraagd naar de melding. Hij heeft het vandaag al aan zoveel journalisten uitgelegd. „Ik zeg steeds: wij hebben naar de binnenlandse veiligheidsdienst gemaild dat zijn uiterlijk veranderde. Daarna is het niet meer onze verantwoordelijkheid. Klaar. We hoeven het ook niet te weten, het interesseert ons niet meer.”

„Dat soort meldingen krijgen we wel vaker”, zegt een woordvoerder van het verantwoordelijke ministerie. Zeker sinds de minister van Binnenlandse Zaken in de deelstaat Rijnland-Palts inwoners opriep waakzaam te zijn en mogelijke kenmerken van radicalisering te melden. De melding bleek geen aanleiding S. te blijven volgen. „Dat iemand een baard heeft, kan grondwettelijk geen reden zijn diegene in het vizier te nemen.”

Lees ook: Politie is er in 20 seconden en schiet: ‘laat je handen zien’

Getraumatiseerd

Toen de vluchtelingenstroom naar Duitsland eind 2015 een hoogtepunt bereikte, werd de leegstaande dorpsherberg in Oberdiebach gekocht door het regionale bestuur, voor de opvang van vluchtelingen. „Zo is het in heel veel dorpen hier in de buurt gegaan,” zegt buurman Kurz. Hij is vrij vandaag, heeft vier rotte appels uit de tuin in zijn hand, die wil hij net in de kliko gooien.

Vorige week kwam hij terug van vakantie en bleek de ‘Wohngruppe Noah’ waar hij bijna drie jaar naast woonde, plotseling verlaten. In een briefje bij de deur wordt het dorp bedankt voor de „freundliche Aufnahme” en de „tolle Nachbarschaft”.

Van de jonge bezoekers heeft het dorp maar weinig gemerkt, zeggen veel bewoners. Ze liepen ’s ochtends vroeg met hun rugzak naar de bus om naar school te gaan, kwamen pas laat weer terug.

Maar de directe buren kennen ook andere verhalen. Het kwam voor dat Kurz tot twee uur niet kon slapen omdat „die jongens voor de deur stonden te praten en roken”.

Vooral in het begin stond er geregeld een ambulance of politiewagen op het plein voor de herberg. „Soms werd er gevochten”, zegt buurman David Grasmann. Sommigen waren getraumatiseerd van hun reis, kwamen volgens buurtbewoners sterk vermagerd aan in Oberdiebach. Grasmann: „Eén keer had een van hen in zijn vingers gesneden, ze waren helemaal niet gewend om met een mes om te gaan.”

Niet iedereen in Oberdiebach wil er iets over kwijt. Mensen zijn, denkt buurman Kurz, bang als xenofoob of racistisch te worden weggezet.

De vrouwen uit het dorp vonden het soms onprettig om langs te lopen als de jongens buiten waren, zegt buurvrouw Kurz. Maar de begeleiding was geweldig betrokken, zegt haar man, die over het algemeen prettige ervaringen heeft. Over Jawed S. : „Ik geloof niet dat hij hier kwaadaardig geworden is.”

Zwijgzame jongen

Begeleider Wustmann verwijst naar wat „buren na een familiedrama altijd zeggen”: dit hadden we nóóit zien aankomen. Soms peinst hij openlijk, als het gaat over het gat van het afgelopen half jaar, in de reconstructie die hij ook zelf heeft gemaakt. Maar dan zegt hij resoluut: „Als we gedacht hadden dat hij gevaarlijk was, dan hadden we wel iets gedaan.”

Geconfronteerd met berichten in Nederlandse media dat S. zich al jaren radicaal toonde, lijkt hij even van zijn stuk gebracht. „Dat verbaast me, want bij ons was hij juist heel zwijgzaam.” En dat S., volgens oud-klasgenoten, in 2016 een omhelzing tussen een man en een vrouw „haram” (onrein) had genoemd? „Dat is voor ons geen teken van radicalisering. Dat is een cultuurverschil. Het vrouwbeeld is in islamitische landen zó anders. Dat is een taak voor de opvoeding.”

Hij benadrukt hoe vreselijk hij het vindt, wat er in Amsterdam is gebeurd. „Wat dééd hij daar überhaupt?” Over de cartoonwedstrijd van Wilders had Wustmann nog niet gehoord. Maar het is, zegt hij, bij uitstek iets waarover ze het in Noah óók gehad hebben. Over welke vrijheden er in Duitsland zijn en hoe „dat jou soms ook pijn kan doen”.

De stroom is gestopt

Het aantal jongens nam de laatste maanden steeds sneller af. Uiteindelijk bleven vooral nog moeilijk opvoedbare jongeren uit Duitsland zelf die in Oberdiebach waren geplaatst. Het opvangen van jonge vluchtelingen in de regio is niet meer nodig, zegt Wustmann. „De stroom is gestopt.” Hij kijkt strak: „Tegenwoordig laat ons land ze verdrinken in de Middellandse Zee.”

Natuurlijk, zegt hij, vraagt men zich bij St. Hildegard af of er bij de opvang in Oberdiebach fouten zijn gemaakt. En het doet pijn: zoveel moeite is gedaan om de angst bij omwonenden weg te nemen, om de jongens voor te bereiden op het leven in de moderne Duitse samenleving. En dan blijkt het er opeens één van hen in Amsterdam, vorige week. Wustmann zwijgt even. „Je biedt iets aan. Je kunt nooit zeker weten of diegene dat aanneemt.”

    • Kim Bos
    • Clara van de Wiel