Opinie

    • Tom-Jan Meeus

Fragmenten, bijna-feiten en sociale media: de schietschijf-democratie

Deze week: wat als politici onder vuur liggen door onbewezen beschuldigingen?

Ofwel: over de schietschijf-democratie en het gevolg: alle politici worden robots.

Je zou het niet altijd zeggen – maar ondanks alle aandacht voor seksaffaires bleven allerlei serieuze politici deze week serieus hun werk doen.

Wouter Koolmees (D66), de minister van Sociale Zaken, vloog naar Argentinië, naar een conferentie van de G20 die donderdag begon, en het voordeel was: Tuur Elzinga, pensioendeskundige en tweede man van de FNV, was daar ook.

In de coalitietop is de hoop vrijwel vervlogen dat Koolmees nog voor Prinsjesdag een pensioenakkoord aan elkaar praat.

Inhoudelijk zijn de belemmeringen minimaal, de minister beschikt over het geld voor een hervorming, hij heeft steun van werkgevers, de coalitie en zelfs in de linkse oppositie – maar het probleem is: de FNV-top houdt de boot af.

Dus wilde Koolmees, ver over de landsgrenzen, toch nog een poging wagen. En Elzinga was zijn beste kans: de voormalige SP-senator komt uit de FNV-vleugel met de meeste weerzin tegen Rutte III.

Ik weet het: vergeleken met de seksaffaires van de laatste weken hebben deze vertrouwelijke overlegjes van Koolmees de mediagenieke waarde van de dagelijkse filemeldingen.

Maar hier staat wél iets op het spel. Want als het zelfs in deze hoogconjunctuur niet lukt een stelselhervorming te realiseren, kun je uittekenen wat het land te wachten staat: nieuwe en hogere kortingen op pensioenen bij de volgende recessie. Gezien de vergrijzing een garantie op groter succes voor 50Plus en ander ouderenpopulisme.

Dus wie zijn verstand gebruikt, kent aan pensioenhervorming veel meer betekenis toe dan aan onbewezen beschuldigingen aan het adres van Han ten Broeke of Alexander Pechtold. Regeren is vooruitzien.

Maar het curieuze is: dat laatste wordt nog zelden gezien. Regeren is drama geworden, soap, effectbejag, waarbij politieke communicatie er vooral op gericht is kiezers niet in hun hoofd maar in hun hart te raken.

Het uiteindelijke gevolg zagen we deze week: over de volle breedte – op sociale media, in traditionele media, zelfs onder D66-leden – bleken mensen bereid de beschuldigingen aan het adres van Pechtold te interpreteren als feiten.

Ik dacht: blijkbaar beginnen we allemaal ons hoofd te verliezen.

Het Amerikaanse literaire tijdschrift n+1 had laatst een fraai stuk over de invloed van internet op onze manier van lezen en schrijven.

Elke schrijver kent voortaan de valkuilen van redeneren op papier. Lezers lezen een stuk nog zelden van begin tot einde. Ze scannen, blijven even hangen, en scannen verder.

En lezers met een socialemedia-account, op zoek naar aandacht, publiceren graag tekstfragmenten in een context van verontwaardiging (‘WTF?’) – want dat vergroot de aandacht.

Het effect is dat schrijvers routinematig ervaren dat een bouwsteen van hun betoog op sociale media wordt aangevallen alsof het hun opvatting is.

Dit verschijnsel is zo wijdverbreid dat publicisten hun houding veranderen: ze redeneren niet meer op papier, dat is te link, ze opiniëren alleen nog.

En uiteindelijk, concludeert n+1, wordt iedereen opinieschrijver: internet reduceert ons allemaal tot een Twitter-account.

Ik moest eraan denken toen ik deze week, op de dag dat Privé een vraaggesprek met de ex-vriendin van Pechtold bracht, zag dat #pechtoldgate trending op Twitter was.

Of er een schandaal was, kon je uit Privé niet opmaken. De ex was teleurgesteld over de beëindiging van de relatie. Ze beschuldigde hem van zaken.

Maar net als een week eerder bij Ten Broeke, had je na deze publicatie geen idee of de beschuldigingen correct waren.

Alleen: dat deed er blijkbaar niet toe. Op sociale media had je de dodelijke combinatie van half weten en meteen oordelen, waarbij mensen ook hier het schandaal op basis van fragmenten construeerden.

Gevoel werd nieuws. Nieuws een gevoel.

Traditionele media volgden. Veel keuze hadden ze niet, denk ik, maar dunnetjes was het vaak wel. Ze zeiden, op zich netjes, dat ze pas ingingen op de zaak als die ‘politiek relevant’ was.

Dus las je ineens dat Pechtolds ex opstapte als (duo-)D66-raadslid in Meppel. Alsof buiten Meppel zich ook maar één Nederlander bekommert om D66 in Meppel. Ik kan het u sterker vertellen: zelfs Meppel bekommert zich amper om D66 in Meppel: de partij bezet er, zag ik, één van de 23 raadszetels.

Nu is het wel zo dat politici van alle gezindten al langer flirten met de gedachte dat hun privéleven relevant is. Buma op de racefiets, Klaver in pyjama.

Als je verder teruggaat, vind je in de vrouwenbeweging in de PvdA vanaf de jaren zeventig de opvatting dat „ook het persoonlijke politiek” is. En partijen als CDA, PvdA, D66 en GroenLinks hadden politici die hun stemgedrag afhankelijk stelden van hun „geweten” – ook nogal persoonlijk.

Verder zijn er de spindoctors, mediatrainers en strategen uit alle partijen, die tegenwoordig uit onderzoek weten dat je kiezers op hun gevoel moet aanspreken, niet op hun verstand.

En het privéleven werkt dan beter dan een motie die de Kamer, gehoord de beraadslaging, heeft aangenomen.

Ofwel: in abstracto zijn Pechtold en Ten Broeke slachtoffer van een trend waarvan ze ook zelf geprofiteerd hebben.

Complicatie bij Pechtold is ook dat je in Den Haag al langer opvangt dat hij op het punt van vertrek staat. Diverse scenario’s circuleren. In de VVD vernam ik vorige week dat hij commissaris van de koning in Utrecht wil worden.

In D66 zelf hoorde ik deze week, voordat het weekblad Privé uitkwam, dat de fractie na zijn vertrek het beste een ouder Kamerlid tot waarnemend voorzitter kan benoemen, bijvoorbeeld onderwijswoordvoerder Paul van Meenen. Daarna kan de partij dan vlak voor de Kamerverkiezingen een lijsttrekkerverkiezing uitschrijven.

Maar voor Pechtold zelf, die zich op de vlakte houdt over zijn toekomst, dreigt dit uit te lopen op een fundamenteel onrecht: beschuldigd zonder enig bewijs.

Bij Ten Broeke was het vorige week trouwens niet anders. Hij vertrok als Kamerlid hoewel in 2013 was geconcludeerd dat de feiten geen gedwongen afscheid rechtvaardigden.

Dit is natuurlijk dodelijk voor de politieke cultuur. Niemand hoeft Ten Broeke of Pechtold te bewonderen. Niemand hoeft ze te verdedigen: dat kunnen ze zelf wel.

Ik zeg ook niet dat ze niets te verwijten is – ik zeg alleen dat het niet is aangetoond. Maar niemand verdient het op basis van alleen aanwijzingen gebrandmerkt te worden.

Dan maak je politici tot schietschijf, enkel omdat ze bekend zijn.

Dat zou de discussie na deze week moeten worden: willen wij echt een schietschijfdemocratie zijn?

Het effect van deze hele gang van zaken is dat wij onze eigen politiek aan het afschaffen zijn. We nodigen de kandidaat-opvolgers van Ten Broeke en Pechtold in feite uit geen politicus te worden: te kwetsbaar voor een of andere beschuldiging.

Het leidt uiteindelijk tot twee verschijnselen. Politiek wordt alleen nog aantrekkelijk voor robotmensen: fantasieloze poppen die nooit fouten maken, die zo goed de foutloze politicus kunnen poseren dat geen burger er zich nog in herkent.

En het leidt ertoe, je zag het deze week rond Koolmees, dat het gewone politieke werk, het werk dat saai is maar wel belangrijk, veel te weinig aandacht krijgt.

Dus mensen mogen vinden dat het persoonlijke politiek is. Of dat politiek nog persoonlijker moet worden. Maar de werkelijkheid is: we hebben de politiek veel te persoonlijk gemaakt.

    • Tom-Jan Meeus