Eén Frenkie maakt nog geen zomer, maar de lente voelt nabij

Nederlands elftal

Wat weten we over de stand van Oranje bij het weerzien met Frankrijk? Op zoek naar optimisme, kort voor de reality check tegen de wereldkampioen.

Foto Piroschka van de Wouw/REUTERS

Fantaseren over een Oranje dat zich kan meten met de wereldtop, mag het weer? Het was nooit verboden, maar vergde de afgelopen jaren een bijna bovenmenselijke verbeeldingskracht. De 4-0 nederlaag tegen Frankrijk iets meer dan een jaar geleden, een negentig minuten durende onttakeling van Oranje, gaf de onmetelijke achterstand weer van het Nederlands elftal. Zondag, in het Stade de France in Parijs, wacht opnieuw het elftal van Les Bleus dat de afgelopen jaren zijn superioriteit een aantal keer bruut botvierde op een voetballand dat op zijn rug lag.

Valt er iets te zeggen over de stand van het Nederlands voetbal bij het weerzien met Frankrijk? Met één Frenkie de Jong en twee Nederlandse clubs in de Champions League voelt het alsof de lente aangebroken is, terwijl bondscoach Ronald Koeman overtuigt in de sturing van Oranje. In zijn zoektocht naar een flexibele formatie met voldoende defensieve zekerheid verloor hij sinds maart alleen bij zijn debuut, van Engeland. Enig optimisme is gepast, kort voor de reality check tegen de heersend wereldkampioen bij de aftrap van de Nations League voor Oranje.

Maar het vruchteloze voetbal vanuit het middenveld, met de geroutineerde tandem Kevin Strootman en Georginio Wijnaldum, is hardnekkig en verklaart ook meteen de hype rond het foutloze debuut van Ajacied De Jong, de jonge instigator met een onverstoorbare onbevangenheid. Hij glijdt zowat over het veld, daagt uit, houdt in en versnelt dan plots. Durft het balletje altijd iets langer bij zich te houden, tot zich een mogelijkheid aandient om vooruit te spelen. Een genot.

Lees ook over de afscheidswedstrijd van Wesley Sneijder: Een uur Sneijder nog, dat was het

Bescheiden en zelfbewust

De Jong sprak maandag, kort voor zijn eerste training met Oranje in de Zeister bossen, bescheiden maar zelfbewuste teksten. Tegen Peru (2-1 overwinning) in de Johan Cruijff Arena forceerde hij donderdag de gelijkmaker met een interceptie en een assist. De symboliek van zijn entree, die samenviel met het afscheid van recordinternational Wesley Sneijder, lag er dik bovenop, maar elke bespiegeling over een erfenis van Sneijder wuifde De Jong weg. „Want ik ben niet zo goed als hij.”

Wat kan je er meer van zeggen dan dat hij een verkwikkende speler is? De toekomst van Oranje ophangen aan een frisse invalbeurt bij zijn debuut „moet je natuurlijk niet doen”, zegt Peter Bosz. „Frenkie begint nu pas met vlieguren maken. In hele korte tijd dat ie speelt zie je al hoe goed hij is geworden. En dat geldt voor al die jongens.”

„We moeten ons natuurlijk wel doorontwikkelen, maar alles over een andere boeg gooien is waanzin.”

Peter Bosz

Bosz overzag, als coach, bij Ajax het debuut van Matthijs de Ligt, Justin Kluivert en Frenkie de Jong. Met zijn mars naar de Europa League-finale twee seizoenen terug doorbrak hij voor even het defaitisme dat Nederland als voetballand in zijn greep had. Bosz, momenteel nog zonder club na een manisch half seizoen bij Borussia Dortmund, was nog optimistisch over de kracht van het Nederlands voetbal toen doemdenken allang de mode was. Alles moest anders, vonden sommigen. Fysieker, defensiever. Hij vond van niet.

De mate waarin het failliet van de Nederlandse voetbalidentiteit werd verkondigd „beangstigde” hem. „Ik was niet zo pessimistisch toen we twee jaar geleden aan de bodem zaten, maar ik ben ook niet zo optimistisch als sommigen zich nu ineens tonen. We moeten ons natuurlijk wel doorontwikkelen, maar alles over een andere boeg gooien is waanzin.”

Frenkie de Jong in duel met Pedro Aquino tijdens de oefeninterland tegen Peru. Foto Koen van Weel/ANP

Woorden van wanhoop

Aan Bosz dan nu de vraag hoe hij het Nederlandse voetballandschap beschouwt, nu her en der symptomen van herstel te ontwaren zijn. Deze auteur schreef vorig jaar rond deze tijd – in de context van het tweede geflopte kwalificatietraject op rij – woorden van wanhoop. ‘Wie door zijn wimpers heen over het Nederlandse voetballandschap tuurt ziet aan de horizon nog niet een glimp van een voetballer die hoop geeft – laat staan een hele generatie van toptalenten die de gedachte aan een nieuw tijdperk gestalte kunnen geven.’

Lees ook deze reconstructie: Hoe Oranje na het WK van 2014 een falende voetbalploeg werd

Veel te somber, volgens Bosz. Hij zegt dat er zich een lichting van „zeer intelligente spelers” aandient „waarmee we kunnen presteren op een manier waarop wij gewend zijn te spelen”. Bosz, zijnde Bosz, bedoelt daarmee: initiatiefrijk, met druk naar voren. Maar tegelijkertijd gaat Oranje, zoals de ploeg er op dit moment voor staat, gebukt onder „zwakke plekken” en „spelers die niet Nederlands-elftalwaardig zijn”. Bosz houdt in het midden wie hij bedoelt. „Dat je in het Nederlandse elftal speelt, betekent niet dat je bijzonder bent. Laat ik naar mezelf kijken: ik was international en zeker niet bijzonder. Maar ik denk wel dat er nu heel speciale spelers aankomen, met uitzonderlijke kwaliteiten.”

De uitzonderlijke kwaliteit is de afgelopen tijd vooral schaars geworden in aanvallende zin. Het toch al niet op te vullen gat van Arjen Robben, Robin van Persie en Wesley Sneijder voelt extra leeg door de inwisselbare stervelingen die er voor in de plaats kwamen. „Als zulke spelers er zijn, neem je dat voor kennisgeving aan”, zei verslaggever Bert Maalderink van de NOS bij het afscheid van Sneijder. „Maar als ze weg zijn, besef je pas hoe goed ze waren.”

Wat zet een optimist daartegenover? De manifestatie van Steven Bergwijn (20) bij PSV is opwindend. Memphis Depay (24) zit zekerder in zijn vel, opgelapt bij Olympique Lyon. En met de overgang van Quincy Promes (26) naar Sevilla heeft Oranje een jaar na het afscheid van Robben weer een aanvallende international bij een topclub in Europa. De ontwikkeling van Kluivert, op zijn negentiende naar AS Roma vertrokken, is voor Bosz een interessante casus. „Hij gaat er wel komen en pikt natuurlijk veel op in het Italiaanse voetbal. Maar hij zou bij Ajax vijftig wedstrijden gaan spelen, dat gaat hij bij Roma niet halen. Dat is toch jammer. Justin moet wel gaan spelen.”

„Sommige jongens zijn achttien en klaar voor Real Madrid. Ik ben daar niet één van.”

Frenkie de Jong

Nieuwe Sneijder

De spits intussen, als in de klassieke nummer 9, wordt een lastig verhaal bij Oranje – ook op termijn. En waar is de dynamische creatieveling in Oranje? Het huidige decennium – toch weer even dat pessimisme – glijdt voorbij zonder een opvolger met dat vernuft. De Nederlandse Antoine Griezmann of de Kevin De Bruyne van Oranje moet nog opstaan. Of hij koos voor Marokko en heet Hakim Ziyech. Koeman ziet hem ook niet, de nieuwe Sneijder. Hij zei deze week dat er posities zijn waar topspelers zich aandienen. „En er zijn posities waar dat minder is.”

Frenkie de Jong zou de nieuwe aanvalsarchitect kunnen worden, zij het vanuit controlerende rol op het middenveld. Koeman voelt zich „gezegend” met hem erbij. Ook De Jong kon het hogerop zoeken, maar was er voor zichzelf al vrij snel uit: hij bleef bij Ajax. „Sommige jongens zijn achttien en klaar voor Real Madrid”, zei hij maandag. „Ik ben daar niet één van.” Hij, 21 jaar toch alweer, heeft nog niet één volledig seizoen gedraaid in de eredivisie. De gewilde Matthijs de Ligt, aanvoerder en negentien jaar, bleef ook.

Memphis Depay legt aan voor zijn doelpunt tegen Peru.
Foto Piroschka van de Wouw/ Reuters
Quincy Promes in actie tegen Peru.
Foto Piroschka van de Wouw/ Reuters

Reflectie

Als dergelijke reflectie de norm gaat worden onder jonge spelers, denkt Bosz, heeft het Nederlands voetbal daar alleen maar baat bij. De assertiviteit van de twee topclubs Ajax en PSV op de transfermarkt deze zomer is een serieuze kentering na de jaren van uitholling. Het patroon is, voor nu althans, doorbroken in deze zomer van het grote nee-verkopen. Ajax en PSV wapenden zich en haalden allebei de Champions League. Bosz constateert, met name bij Ajax, dat willoos speelbal zijn van financiële krachtsverhoudingen in Europa niet hoeft. „We hoeven niet zomaar te accepteren dat dit ons lot is, zoals je wel veel hoorde.”

Goed voor Ajax, goed voor PSV, goed ook voor spelers – dus voor Oranje. Bosz: „We zien in Nederland spelers vertrekken nog voor ze hier op de toppen van hun kunnen spelen. Wanneer ben je klaar voor de stap naar het buitenland? Als je goed genoeg bent om daar te spelen. Je wordt niet beter van op de bank zitten.”

Het is aan Koeman om ontluikend talent zorgvuldig in te passen in een ploeg die zich tegelijkertijd moet redden in de weerbarstige werkelijkheid van topvoetbal in de Nations League. Frankrijk-uit? Bosz vreest „weer een flinke tik”, zo machtig zijn Les Bleus wel.

Dat de toekomst gloort, is zeker niet gezegd. Maar dat betere tijden aanstaande zijn, is een zekerheid. Alleen al omdat er geen dieper dal is dan dat waarin Oranje vorig jaar rond deze tijd verkeerde. Het kan maar één kant op: omhoog.

    • Bart Hinke