‘Wij voelden ons niet prettig met een gastouder’

Spitsuur Lana Gerssen (41) en Jan Goutsmits (47) wilden hun werk allebei halveren. De crisis maakte dat onmogelijk. Nu wordt er strak gepland. Lana werkt veel in de middag en avond. Jan zorgt dat hij om drie uur de kinderen kan opvangen.

Jan: „Wij brandweermannen zeggen altijd: ‘elke brand kan je uitpissen, als je er maar op tijd bij bent.’ Als vrijwilliger heb ik ongeveer een keer per week een oproep. Ik kan met tweeënhalve minuut op de kazerne staan.”

Lana: „Dat kan voor van alles zijn: een brand, een reanimatie of een ongeval.”

Jan: „Zelf zit ik in de bouw en ik plaats sprinklersystemen. Dan ben je je eigen brandweerman, met twintig seconden heb je water op het vuur.”

Lana: „We hebben in principe afgesproken: als Jans pieper gaat, dan is het oogkleppen op en gaan.”

Jan: „Een keer ging mijn pieper en Julia was boven met een vriendinnetje. Ik riep: ‘Julia, brandweer!’ Twee minuten later stonden ze met blote voeten in de kazerne.”

Lana: „Ook voor de kinderen is het bekend terrein.”

Jan: „Mijn opa was brandweerman, mijn vader ook.”

Lana: „Je weet nooit wanneer-ie thuis is. Het komt voor dat hij op Oud en Nieuw om elf uur de eerste melding krijgt en dat hij de volgende ochtend pas om zes uur terugkomt.”

Jan: „Ze zeggen altijd: je gaat er vrijwillig bij, maar dan houdt de vrijwilligheid op.”

Lana: „We hebben de taken verdeeld. Jan vertrekt vroeg, maar hij is weer thuis als de kinderen van school komen. Ik ben makelaar en werk veel ’s middags en na het avondeten. Dan heb ik afspraken: bezichtigingen, taxaties, koopaktes tekenen. Soms werk ik tot elf uur ’s avonds door.”

Jan: „Haar klanten vinden het fijn als ze ’s avonds bediend worden.”

Geen opvolger

Lana: „Ik ben er een beetje ingerold. Mijn tante had een makelaarsbureau en had nog geen opvolger. Eerst moest ik studeren en mijzelf bewijzen in de praktijk. In 2005, toen ik achtentwintig was, heb ik het kantoor overgenomen.”

Lana: „Toen kwam de crisis. In de makelaardij bleven alleen de vervelende situaties over: mensen die waren gescheiden en hun huis moesten verkopen, of erfgenamen na een sterfgeval. Er waren momenten dat ik keihard werkte, maar bijna geen inkomsten had. In 2013 ben ik met een collega-concurrent, die tegen hetzelfde aanliep, samengegaan in één bureau.”

Jan: „En je had twee kindjes gekregen.”

Lana: „Toen ik zwanger was, bleef ik doorwerken. Pim, onze tweede, kwam acht dagen na de uitgerekende datum. Een dag daarvoor zat ik nog te werken.”

Jan: „Ons plan was: we halveren allebei ons werk en dan kunnen we de kinderen zelf opvoeden. Maar dan sukkel je zo’n crisis in en moet je keihard werken.”

Lana: „Jan zat toen nog in de bouw. Hij wist telkens niet of er nieuw werk zou komen.”

Jan: „Tijdens de crisis coördineerde ik supermarktverbouwingen. Dat was altijd dikke stress, tien dagen lang werkte ik achter elkaar, 120 uur.”

Lana: „Als hij zo’n tiendaagse had, moest ik alles alleen doen: koken, de kinderen op bed leggen, opruimen en dan weer aan het werk.”

Jan: „En dan kwam ik pas thuis.”

Lana: „We hebben ook een jaar een gastouder gehad. Ze bracht de kinderen naar school, deed de strijk en kookte. Je zou denken: ideaal, maar wij voelden ons er niet prettig bij.”

Jan: „Nu leggen we de agenda’s naast elkaar.”

Lana: „We plannen alles strakker. De grootste moeilijkheid was dat Jan tegen zijn opdrachtgevers heeft moeten zeggen: ik doe alleen nog opdrachten waarbij ik om drie uur bij de schoolpoort kan staan.”

Jan: „Tijdens de crisis was ik heel de dag met mijn telefoon en iPad bezig, maar ik ben van mening dat mijn kinderen iets moeten kunnen met hun handen. Mijn grootmoeder zei altijd: ‘Jan, als je een vak kent, kun je altijd een boterham verdienen.’ Nu, als ik met die sprinklerkoppen bezig ben, zie ik dat de kinderen dat interessant vinden. En al geven ze maar een schroevendraaier aan, je voedt ze er wel mee op.”

Datingsite

Lana: „Ik schreef mij elf jaar geleden in op zo’n datingsite. Ik dacht: dat gaat nooit werken. Maar toen stuitte ik op Jan en zag ergens het woordje brandweer staan. Het maakte mij nieuwsgierig.”

Jan: „Ik was al anderhalf jaar bezig op internet en was er helemaal klaar mee. Mensen doen zich mooier voor dan ze in werkelijkheid zijn. Toen stuurde Lana een berichtje. Ik dacht: daar heb je er weer een. Maar ze vertelde dat ze motor reed, ik deed dat ook.”

Lana: „Mijn beeld van internetdaten is dat mensen meteen willen afspreken. Jan hield dat een beetje af en juist daardoor ontstond een leuk gesprek, zonder die druk.”

Jan: „Ik ben geboren en getogen in Lage Mierde, een dorpje in Brabant bij de Belgische grens. Ik had het aannemersbedrijf van mijn ouders overgenomen, maar had het gevoel dat de wereld groter was. Ik had op 1 juni 2007 mijn bedrijf overgedragen en op 4 juni 2007 zag ik Lana voor het eerst in het echt.”

Lana: „Ik zou gaan duiken in Mozambique. Alleen op zo’n groepsreis.”

Jan: „Ik dacht: ik wil ook wel mee.”

Lana: „Toen heeft Jan snel een spoedcursus duiken gevolgd.”

Jan: „Na die vakantie sliepen we nog één nacht apart, maar daarna zijn we altijd bij elkaar gebleven.”

Lana: „Jans moeder was bang. Hij had het bedrijf opgezegd, wilde een wereldreis maken. Maar toen leerde hij mij kennen en was zijn moeder blij dat die wereldreis hier stopte, in Geldermalsen.”

    • Fabian de Bont