‘Wees terughoudend bij celafname dode’

Richtlijn medische technieken

Postmortale voortplanting is mogelijk dankzij medische innovatie. Maar wettelijk is dit beperkt geregeld, schrijven artsen.

Embryologen en gynaecologen adviseren „zeer terughoudend” te zijn bij het verkrijgen van zaad- en eicellen van overleden of comateuze personen. Dat schrijven de artsen in een herziene versie van het Modelreglement Embryowet, een richtlijn voor zorgverleners over hoe nieuwe medische technieken in de praktijk gebruikt kunnen worden.

Het is voor het eerst dat gynaecologen en embryologen hun opvatting hierover vastleggen. Het herziene Modelreglement verscheen vorige week, maar de betreffende passage bleef tot nu toe onopgemerkt. De Volkskrant berichtte er deze donderdag over.

Bij postmortale voortplanting vindt bevruchting plaats met geslachtscellen van een overleden persoon. Dat kan met ei- en zaadcellen, maar in de praktijk gaat het altijd om zaadcellen: het is technisch niet goed mogelijk om eicellen na het overlijden weg te nemen. De artsen adviseren hierin terughoudendheid, zeker bij het ontbreken van schriftelijke toestemming. „Dan is er geen plaats voor het postmortaal verkrijgen van geslachtscellen.”

Het na het overlijden afnemen van geslachtsmateriaal voor voortplanting is een relatief nieuwe, maar weinig voorkomende behandeling die op dit moment „wettelijk beperkt” geregeld is, schrijven de artsen.

Het modelreglement noemt postmortale conceptie moreel aanvaardbaar, maar stelt dat iedere zorgverlener voor zichzelf moet beslissen om eraan mee te werken. Naast juridische aspecten, moeten ook psychosociale aspecten gewogen worden door zorgverleners – bijvoorbeeld het gegeven dat een kind zonder een van zijn of haar ouders opgroeit. (NRC)