Vliegen, muggen, alles was prachtig

In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. Dankzij Pieter Moerenhout (1930-2018) beschikken honderden jonge musici in Nederland over een instrument van topkwaliteit.

Moerenhout omstreeks 1960, met twee van zijn drie kinderen.

Een multitalent was hij. En een omnivoor, in zijn liefde voor en kennis van flora en fauna, prehistorie, muziek, beeldende kunst, literatuur – en meer.

Pieter Moerenhout is de oprichter van het Nationaal Muziekinstrumenten Fonds (NMF). Vierhonderd overwegend jonge musici in Nederland, de meesten jonger dan dertig, bespelen een instrument van het NMF. Waarde: gemiddeld 50.000 euro per stuk. Zonder dit fonds zouden velen financieel niet in staat zijn (geweest) een carrière ‘in de muziek’ op te bouwen.

Moerenhout besefte dit rond 1984, toen hij tienduizenden guldens leende om een viool te kopen voor dochter Saskia, die een conservatoriumstudie had afgerond. Deze geldzorg wilde hij wegnemen voor andere musici aan het begin van hun loopbaan.

Frits Schutte, collectiebeheerder van het NMF, heeft bijna twintig jaar intensief met Moerenhout samengewerkt. Schutte: „Enerzijds beschouwde hij het fonds als zijn kind. Hij voelde een sterke zorgplicht, van waaruit hij tot op hoge leeftijd nauw betrokken is gebleven. Anderzijds verstond hij de kunst van het loslaten. Nieuwe bestuursleden en medewerkers gaf hij echt de ruimte om eigen keuzes te maken en vernieuwingen door te voeren.”

Zelfde patroon, ander voorbeeld, van dochter Saskia: „Als kinderen kregen we vaak knutselspullen van hem. Een stuk klei, bijvoorbeeld. Wat we er vervolgens mee deden, daar bemoeide hij zich niet mee. Daar ben ik hem achteraf zó dankbaar voor.”

Pieter Moerenhout groeide op in Rotterdam, Utrecht en de Alblasserwaard. Zijn vader had zich, door avondstudie, van letterzetter in een drukkerij weten op te werken tot afgestudeerd theoloog en predikant.

Na zijn lerarenopleiding werkte Moerenhout 33 jaar als docent Nederlands aan het Christelijk Lyceum. Hij moest afscheid nemen door een gezondheidsprobleem, dat weliswaar niet zo ernstig was maar hem wel in de WAO deed belanden. Het gaf hem volop tijd voor zijn andere talenten.

Aan zijn passie voor muziek had hij omstreeks 1960 hard gewerkt door zich als zanger te bekwamen. Hij soleerde in de Christuspartij van Bachs Matthäus Passion, beheerste de liedkunst van Brahms tot Fauré. Een bestaan als beroepszanger kwam binnen zijn bereik toen hem een halve baan in het Nederlands Kamerkoor werd aangeboden, maar dit zou onvoldoende opleveren om zijn toen jonge gezin te onderhouden.

Moerenhout en zijn echtgenote bleven zich intussen begeven in de kring van kunstenaars en kunstliefhebbers in Utrecht. In een van de werfkelders bezochten ze de wekelijkse bijeenkomsten van Sociëteit De Engelenzang, waarvan ook tekenaar Dick Bruna en beeldend kunstenaar/schrijver Dirkje Kuik lid waren.

Uit deze jaren stamt een vriendschap met beeldhouwer Theo van de Vathorst, maker van onder meer de bronzen deuren van de Utrechtse Domkerk en een buste van judoka Anton Geesink. Van de Vathorst noemt Moerenhout „een heel getalenteerde vent, die veel verschillende dingen tegelijk beheerste en daardoor wellicht niet de top heeft bereikt met één van zijn talenten”.

Op latere leeftijd heeft ook Moerenhout zich in de beeldhouwkunst bekwaamd, inclusief lessen aan de Utrechtse kunstacademie Artibus. Van de Vathorst: „Ambachtelijk kon hij uitstekend uit de voeten. Wij hebben wel bij hen gelogeerd in hun huis in Frankrijk, waar hij vol overgave met de zaag en z’n hele gereedschapskist in de weer was.”

Zijn kinderen herinneren zich hun vader vooral ook als enthousiaste natuurgids. Saskia: „Hij nam ons graag mee vogels kijken, muggenlarven uit slootjes vissen en onder de microscoop bekijken. In Frankrijk zaten we uren bij een cicade die uit de pop kwam. Hij voerde suiker met alcohol aan insecten om ze goed te kunnen fotograferen. Vliegen, muggen – alles was prachtig, leerden wij.”

In 1971, een jaar voor verschijning van het geruchtmakende rapport van de Club van Rome, publiceerde hij het boek Mens & Mileu, waarin hij waarschuwde voor uitputting van de aarde. Saskia: „Hij vond dat milieukunde een schoolvak moest zijn. Daarom schreef hij alvast maar het lesboek ervoor. Als schoolvak is het er nooit gekomen, wat hij uiteraard jammer vond. Maar als hij zelf ergens in geloofde, dan koerste hij onverstoorbaar op z’n doel af. Of anderen hem volgden, dat vond hij van later zorg.”

Pieter Moerenhout overleed op 13 augustus 2018.

    • Gijsbert van Es