Verdwijnt stof, vet en vuil met een microvezel- poetslap?

Wekelijks zoekt de redactie wetenschap het antwoord op een veelgestelde vraag. Deze week: Maken microvezeldoekjes net zo goed schoon als aloude vaatdoekjes?

Microvezeldoekjes hebben de katoenen poetsdoek verdrongen uit het schap. Maar werken ze? nrc

De zelf-schoonmaker weet inmiddels dat winkels het liefst microvezeldoekjes verkopen voor het poetswerk. De doekjes zijn er in veel felle kleuren. In badstof geweven, of in een ruitjespatroon.

Werken ze, die microvezeldoekjes? Zijn ze beter dan de aloude katoenen poetslapjes en vaatdoekjes? De vraag komt laat, want katoen is inmiddels akelig schaars in het poetsdoekschap.

Schoonmaken kun je doen door het vuil weg te schrapen. Dat is poetsen – een fysische methode. Je kunt het vuil ook chemisch te lijf gaan: oplossen, splitsen of binden. Zeep, (heet) water, chloor en wasbenzine zijn bijvoorbeeld chemische reinigers. Chemisch en fysisch reinigen gaat traditioneel samen, want doorgaans poets je met een vochtig lapje en schoonmaakmiddel in het water.

De fabrikanten van microvezeldoekjes claimen graag dat hun producten met minder chemicaliën heel goed schoonmaken. Gewoon met een vochtig gemaakte doek, of zelfs een droge doek.

Polyester

Microvezelschoonmaakdoekjes zijn gemaakt van polyester, vaak gecombineerd met polyamide. De 10 tot 20 procent polyamide zit in de doekjes geweven om meer water te binden. Dat doet polyamide (nylon) beter dan een polyester.

Van polyester kun je ook boten en colaflessen maken. Het echte wonder van de microvezeldoekjes zit hem in de microvezel en veel meer nog in de gespleten structuur ervan. Microvezel, schrijven Noorse onderzoekers die in 2002 de schoonmaakkracht van de doekjes onderzochten, is geweven van een garen dat dunner is dan 10 micrometer (een honderdste millimeter). Dat is ongeveer een tiende van de dikte van een mensenhaar.

De kunst van het microvezelmaken komt van Japanse technologen uit de jaren zeventig. Begin jaren negentig was ook de Westerse kunstvezelindustrie er volop mee bezig. Coolmax bijvoorbeeld, en andere sportkledinggarens, zijn microvezels. Maar dat zijn gladde vezels, of vezels met een groefje erin dat afvoer van water zou versnellen. Maar we dweilen niet met een wielren- of hardloopshirt.

Daarvoor moet die microvezel niet glad zijn, maar ruw. De schoonmaakdoekjes werken nadat de microvezel zo is bewerkt (er zijn verschillende technieken voor, met hogedrukwater of -lucht) dat er microscopische holtes in de vezel ontstaan, waarin stof, vettig vuil en water past.

Prima doekjes

Die hierboven genoemde Noorse onderzoekers testten 12 soorten microvezeldoekjes. En vergeleken de werking (droog en vochtig) met het stofafnemend vermogen van een conventioneel doekje van de kunststof viscose. Prima doet de microvezel het. Eerder hadden de Noren al droge wollen of katoenen stofdoeken gebruikt. Ook die werden met glans verslagen door microvezel.

Microbiologen die schoonmakers met microvezelmoppen en - doeken in hun ziekenhuizen zagen verschijnen vroegen zich af of daarmee ook bacteriën van kastjes, kranen en wc-brillen verdwijnen.

Reken er maar op dat zeker 90 procent verdwijnt. Britse onderzoekers zagen dat de bacterieverwijderende prestaties na 150 keer wassen iets teruglopen. Maar ze reinigen altijd nog beter dan na de eerste keer gebruik, want die doekjes moeten een beetje op gang komen. Op de verpakkingen van microvezeldoekjes voor het huishouden staat: eerst wassen, dan pas gebruiken. En geen wasverzachter gebruiken. Heet wassen mag best, want het stof en vet dat in de poriën van de vezels zit moet er met enig geweld uit gedreven worden.

    • Wim Köhler