Van eigen slaapkamer in Boxmeer naar stapelbed op balkon in Jerevan

Uitgezet naar Armenië Lili en Howick moeten naar Armenië, bepaalde het kabinet vrijdag. Twee jaar geleden trof de familie Khachatryan hetzelfde lot.

 

Een kleine twee jaar geleden ging het net zo. Een broer, een zus en een dreigende uitzetting. Ze groeiden op in Nederland en hadden ouders uit Armenië. Scholieren lieten per protestbord weten dat hun klasgenootje moest blijven. Er was aandacht van de nationale televisie, en een burgemeester deed een dringend beroep op een staatssecretaris. Maar de rechter bepaalde anders, en eind december 2016 moesten Eva van zes en Suren van vier met hun vader en hoogzwangere moeder vertrekken uit Nederland. Hun oude woonplaats was Boxmeer en de nieuwe heette Jerevan.

Hovsep Khachatryan (35) neemt de telefoon op. Ha, hij weet al waarom de journalist belt – hij houdt het nieuws nog in de gaten. „Vanwege Howick en Lili zeker.” Te horen aan het gedrentel en de kreetjes op de achtergrond is er een klein kind in zijn buurt. Ja, dat is Elina, zegt hij, vorig jaar februari geboren. Tuurlijk, het schikt. Hovsep loopt naar buiten, de straat op, dat praat wat makkelijker. Met uitzicht, zo zal hij later vertellen, op een grijskleurig, „half ingestort” huis met een voortuin vol afgedankte meubels, praat hij uitvoerig over het nieuwe leven van hem en zijn gezin. Bij een later telefoongesprek zit hij op de bank bij een vriend.

Lees ook over Lili en Howick, die ruim negen jaar in Nederland en worden uitgezet: Maatschappelijke druk nu enige hoop voor Howick en Lili

Tsja, hoe bereid je een kind voor op een gedwongen vertrek uit Nederland. Eva en Suren waren erg jong, dus wat konden ze bevatten? Ze hielden van sneeuw, dus zeiden Hovsep en zijn vrouw: we gaan naar Armenië, daar ligt veel sneeuw, en misschien blijven we wat langer.

Maar sneeuw hield Eva na de landing in Jerevan niet bezig, vertelt Hovsep. Haar allereerste vraag was: „Waarom zien de huizen er hier zo oud uit?” Suren sliep de eerste nachten met zijn jas en schoenen aan. Hij wilde zo graag terug naar huis dat hij erop stond ook ’s nachts reisklaar te zijn.

Lasser

Hovsep had bijna zeventien jaar in Nederland gewoond. Hij was Armenië op zijn zestiende ontvlucht met een oom en een neef omdat ze met de dood werden bedreigd door een van de gewelddadige „maffia-groeperingen” die toen vrij spel hadden in het land, vertelt hij.

In Nederland ontmoette hij zijn half-Armeense vrouw Wardoehi, kreeg hij een vaste baan als lasser bij vleesverwerkingsbedrijf Marel Stork, betrok hij vanaf 2009 een hoekwoning in Boxmeer en werden Eva en Suren geboren.

Hovsep, Suren, Eva en Wardoehi Khachatryan in Boxmeer, zomer 2016.
Voorjaar 2018, de familie Khachatryan in Jerevan.
Link: Hovsep, Suren, Eva en Wardoehi Khachatryan in Boxmeer, zomer 2016. Rechts: Voorjaar 2018, de familie Khachatryan in Jerevan.
Foto familie Jerevan

Maar een jarenoude leugen bleef hem dwarszitten. Hij had de Nederlandse autoriteiten bij aankomst een valse naam opgegeven: zijn oom had hem geadviseerd te doen alsof ze vader en zoon waren. Hovsep wilde, als ingeburgerd man, „die kromme lijn rechttrekken”. Hij meldde zich omstreeks 2010 bij de gemeente om zijn persoonsgegevens te wijzigen, en gaf zo ongewild de aanzet tot het gedwongen vertrek van hemzelf en zijn gezin. De Immigratie- en Naturalisatiedienst trok zijn verblijfsvergunning in, en jaren van juridisch procederen volgden tot in 2016 het finale, rechterlijke besluit viel.

Stapelbed op overdekt balkon

In Boxmeer hadden Eva en Suren elk een eigen slaapkamer, in Jerevan delen ze een stapelbed op een overdekt balkon. Een krap inkomen betekent een krap huis. Hovsep zzp’t als lasser, en meer klussen zijn welkom. Zijn vrouw heeft nog geen tijd om te werken: de crèche voor de kleine Elina heeft een wachtlijst van twee jaar.

Suren is deze maand begonnen met school, Eva startte vorig schooljaar. Ze spreken Armeens: de kinderen zijn in tegenstelling tot Howick en Lili – tweetalig opgevoed. Maar Armeens schrijven vindt Eva moeilijk, al leert ze snel. De gemoedelijkheid van hun Nederlandse school mist. Dat valt ook Hovsep op. Leren, leren, leren, daar draait het om. „De juf was vandaag weer boos, zegt Eva dan. Of: de juf schreeuwde want iemand deed zijn best niet. En dan zegt ze: dat deed mijn juf in Nederland niet.”

De kinderen zitten op dansen, dat wilden ze graag. Suren doet aan breakdance, Eva een mix van breakdance, latino en Armeens. Ze dansen een paar keer per week.

Armenië nu is „op zich veilig”, zegt Hovsep. De bedreigingen van toen spelen de familie geen parten meer. Maar Eva kijkt naar het land met andere ogen. Ze vergelijkt Armenië vaak met Nederland. Laatst nog vroeg ze: waarom kan ik niet met de fiets naar school? Dat hebben we toch altijd gedaan? Tja, zegt Hovsep dan, dat doen ze hier niet. Fietsen zijn hier meer een soort speelgoed. Je klasgenoten zouden je een beetje vreemd aankijken.

Kinderrechtenorganisatie Defence for Childrenbracht een rapport uit over hoe het gaat met kinderen die na vijf jaar of langer in Nederland, zijn uitgezet naar Armenië.

Zwaarder op de hand

Al met al is het hele gezin wat zwaarder op de hand geworden, denkt Hovsep. Dat geldt ook voor hemzelf. In tijden van spanning ga je niet altijd goed met je kinderen om. Je schreeuwt weleens onnodig, en daarna denk je: waarom doe ik dit? Dat is wel wat minder geworden, zegt hij, maar het gebeurt nog steeds. Net hoe je wakker bent geworden.

Hovsep probeert niet te veel aan gisteren te denken, hij wil de mooiste toekomst voor zijn kinderen. Suren is jonger, die past zich makkelijker aan, en Elina is in Jerevan geboren. Maar Eva vraagt vaak of ze ooit weer teruggaan. En elke keer als ze een wens mag doen, als ze jarig is of in de kerk een kaarsje brandt, dan wenst ze hetzelfde. Terug naar Boxmeer. Dan zegt Hovsep tegen haar: misschien gaan we ooit, op vakantie. Of hij zegt niets. Ja, wat moet hij zeggen tegen zo’n kind.

    • Ingmar Vriesema