Uitgebreide reacties over de kabinetsruzie rond verpleeghuismiljarden

Oud-bewindspersonen Martin van Rijn, Jeanine Hennis en Henk Kamp willen niet inhoudelijk reageren, omdat ze niet kunnen ingaan op onderwerpen die in de ministerraad zijn besproken. Kamp zegt wel: „Over grote, structurele Rijksuitgaven gaan de ministerraad en uiteindelijk de Tweede Kamer. Als zo’n uitgave in de ministerraad aan de orde kwam in mijn jaren als minister, verdiepte ik mij in het dossier en nam ik deel aan de gedachtewisseling en besluitvorming. Dat is logisch, daarvoor ben je lid van de ministerraad.”

Het ministerie van Algemene Zaken erkent dat een ambtenaar in een e-mail heeft verzocht het memo van de Landsadvocaat niet te noemen in communicatie met de Tweede Kamer. Een woordvoerder: „Het staand beleid is, dat een advies van de Landsadvocaat, zoals adviezen van advocaten in het algemeen, vertrouwelijk zijn en daarom niet aan de Kamer worden verstrekt. Als algemene lijn geldt dat bewindspersonen zich voor de onderbouwing van hun standpunt niet beroepen op adviezen van de landsadvocaat. Met het oog op de zorgvuldigheid is daar nog eens op gewezen in de betreffende mail.” Volgens het ministerie heeft minister-president Mark Rutte „geen specifieke rol gespeeld” in de kwestie.

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport erkent eveneens dat een ambtenaar erop heeft gewezen niet te refereren aan de notitie van de Landsadvocaat. Het departement noemt daarvoor dezelfde argumenten als het ministerie van Algemene Zaken. Een woordvoerder voegt toe: „Het is de verantwoordelijke bewindspersoon die uiteindelijk op basis van alle voorhanden zijnde analyses, van juridische aard en anderszins, een eigenstandige afweging maakt en de uitkomst daarvan aan de Kamer meedeelt.” Volgens het ministerie is „abusievelijk” niet aan de Tweede Kamer verteld dat er discussie over de zaak was binnen het kabinet, ondanks specifieke vragen daarover van D66.

Hoogleraren gezondheidsrecht Jaap Sijmons van de Universiteit Utrecht en Johan Legemaate van de Universiteit van Amsterdam bekeken het memo van de Landsadvocaat op verzoek van NRC. Zij relativeren het argument van de ambtenaar van Algemene Zaken dat het delen van dit document met de Tweede Kamer een juridisch risico zou zijn voor het Rijk. Legemaate zegt daarover: „Het enkele feit van openbaarmaking is geen juridisch relevant gegeven.”

Over de ambtenaar van de Inspectie der Rijksfinanciën, die e-mailt dat de Nederlandse Zorgautoriteit het „niet evident” vindt dat extra kosten van 0,8 miljard euro gemaakt moeten worden, zegt een woordvoerder van Volksgezondheid: „De NZa en Financiën hebben niet aangegeven dat de ophoging met de CPB-berekening onnodig was.” Volgens de woordvoerder is „in goed overleg” tussen de ministeries besloten het bedrag van 2,1 miljard euro te vermelden in de communicatie met de Tweede Kamer.

Een woordvoerder van de Nederlandse Zorgautoriteit laat weten dat topvrouw Marian Kaljouw contact heeft gehad met de ministeries van Volksgezondheid en Financiën. Ze heeft uitgelegd dat de NZa uitkomt op een bedrag van 1,3 miljard euro – er is daarbij rekening gehouden „met de personeelsnorm en de bijbehorende overhead”. De woordvoerder gaat niet specifiek in op de vraag of de NZa de aanvullende ophoging van het bedrag door het CPB, met 0,8 miljard euro, noodzakelijk vond.

D66-Tweede Kamerlid Vera Bergkamp is blij met de investeringen in de verpleeghuiszorg. Ze laat weten: „Het proces heeft in de gehele Kamer wel vragen opgeroepen. Uit de antwoorden, na een schriftelijke ronde van de Kamer, bleek dat als gevolg van het systeem 2,1 miljard geïnvesteerd moest worden. Het onderzoek van NRC maakt duidelijk dat er achter de schermen in het kabinet gediscussieerd is over dat automatisme. Het is daarom begrijpelijk dat dit kabinet met een wet komt, zodat we een gewoon parlementair proces krijgen. Waar afwegingen en keuzes transparant zijn voor het kabinet, de Kamer en de mensen. Er zijn dan geen vragen achteraf, maar vooraf, en dat is zeker bij zo’n groot onderwerp met financiële consequenties van belang.”

De Algemene Rekenkamer ging in een regulier onderzoek naar de verantwoording van uitgaven van het ministerie van Volksgezondheid afgelopen mei in op de kwestie rond de verpleeghuismiljarden. De Rekenkamer concludeert dat er weinig speelruimte was voor de bewindslieden om minder geld uit te geven aan verpleeghuizen. Dat uit de reconstructie van NRC blijkt dat sommige ministers daar anders over dachten, doet daar volgens de Rekenkamer niets aan af. Volgens de Rekenkamer was het ministerie inderdaad verplicht „kostendekkende” tarieven vrij te maken voor de verbeteringen in verpleeghuizen – in dit geval kwam dat volgens de NZa en het CPB uit op 2,1 miljard euro. Wel roept Rekenkamer-voorzitter Ewout Irrgang op tot maximale openheid: „Wij vinden dat als publiek geld, premiegeld, wordt besteed, dat er altijd een afweging door een minister moet worden gemaakt en door de Kamer daarover bevraagd moet kunnen worden. Het parlement vertegenwoordigt de belastingbetaler. Dit was een heel bijzonder situatie.”

    • Enzo van Steenbergen