Opinie

    • Tommy Wieringa

Sorry Cees

Er was eens een staatssecretaris die graag met ‘excellentie’ aangesproken wilde worden. Niet omdat hij nu zo excellent was maar omdat de samenleving volgens zijn zeggen best ‘een stukje respect mag tonen voor ministers en staatssecretarissen’. Omdat er zo hard gelachen werd noemde de staatssecretaris zijn voorstel schielijk een grap. Hij zat vier kabinetten Balkenende uit en werd toen burgemeester. Zijn naam leeft voort in de Cees van der Knaaphal aan de Cees van der Knaapweg in Ede, waar ingezetenen bij het passeren van de sporthal de hoed oplichten en ‘excellentie’ prevelen bij zijn straatnaambord.

Emmanuel Macron kwam deze zomer met een verwant reveil. Toen een tiener hem aansprak met ‘Manu’ draaide hij zich getergd om en beet hem toe: „Dit is een officiële ceremonie, dan gedraag je je fatsoenlijk. Je kunt je als een dwaas gedragen, maar vandaag zingen we de Marseillaise en het Partizanenlied en je noemt me meneer de president van de Republiek of meneer.” Hij wilde zijn weg vervolgen maar draaide zich nogmaals om en zei: „Je moet de dingen in de juiste volgorde doen. Als je op een dag de revolutie wilt ontketenen, best, maar eerst zorg je ervoor dat je een diploma hebt en eten op tafel brengt, akkoord?”

In het voorbijgaan werd hier afgerekend met de vormeloze erfenis van de generatie ’68, toen het anti-autoritaire de norm werd. De juf werd Patty, de staatssecretaris Cees. Oude vormen verdwenen en maakten plaats voor principiële informaliteit. Maar presidenten en leraren zijn in eerste instantie functies; het dient hun autoriteit wanneer ze bij hun functie worden aangesproken en niet bij hun voornaam. Hoogleraar en klinisch psycholoog Paul Verhaeghe legde deze week in de Volkskrant uit waarom: „Autoriteit regelt de verhoudingen op grond van vrijwillige onderwerping aan een gemeenschappelijke kern van normen en waarden – dat komt van Hannah Arendt. Ontbreekt het hieraan, dan draait alles om macht, en macht is geweld.” (Verhaeghes uitstekende boek Autoriteit stelt de belangrijke vraag hoe macht en autoriteit opnieuw moeten worden vormgegeven nu niemand meer naar iemand luistert, en zeker niet naar priesters en politici.)

In Nederland is de anti-autoritaire vormeloosheid endemisch. Wanneer ik word uitgenodigd voor een evenement, luidt de aanhef soms nog wel ‘Geachte heer Wieringa’, maar dat wordt onmiddellijk gevolgd door ‘wil je op ons festival voorlezen’ en besloten met ‘groetjes’. Lief maar vormeloos. Macron heeft gelijk, de volgorde moet zijn: eerst weten hoe het hoort om die vorm daarna te volgen, naar je hand zetten of te vernietigen. Nu wordt de traditie genegeerd zonder dat die brave jonge barbaren überhaupt weten wat de traditie is; het is ze niet geleerd, ze hebben geen idee.

Tijdens een bezoek fulmineerde mijn vader onlangs gloedvol over mensen die hem vroegen ‘hoe is het met je?’; een loze vraag naar zijn smaak. „En als je het nu elementaire beleefdheid noemt?” vroeg ik. Nee, sprak de ’68-revolutionair in hem, dood formalisme, weg ermee.

Ik ben goeddeels door hem opgevoed, hij bracht me veel bij, waaronder een paar sterke opvattingen en een handvol nuttige principes, maar geen vorm, die vaak een begrenzing is. Vormen en grenzen heb ik door schade en schande zelf geleerd – nooit zal ik vergeten hoe ik tijdens een maaltijd bij een vriend thuis kalm werd terechtgewezen door zijn moeder, die informeerde of ik niet liever wilde wachten met eten tot ook de anderen hadden opgeschept, en me en passant liet weten dat er heus niemand op mijn voedsel aasde, zodat ik gerust mijn onderarm van tafel kon halen die als een fortificatie rond mijn bord lag.

Ik snakte naar vorm, ik bedelde erom, maar schaamde me wanneer ik werd gewezen op het ontbreken ervan.

Overigens heb ik me in 2005 ook vrolijk gemaakt over staatssecretaris Cees van der Knaap die zo graag excellentie genoemd wilde worden. Ik bied hierbij beleefd mijn excuses aan – hij was zijn tijd vooruit, niet zo heel ver, maar toch vooruit, dertien jaar om precies te zijn.

Sorry Cees.

Tommy Wieringa schrijft elke week een column op deze plaats.
    • Tommy Wieringa