Het Nederlands-Belgische kamp met F-16’s in de woestijn van Jordanië. Bij de ingang staat een oude Starfighter, een voorganger van de F-16.

Foto Defensie

Slaapgebrek, macho-rock en bommen gooien

Luchtoorlog Vanaf een basis in Jordanië bombarderen Nederlandse F-16’s nog altijd IS-doelen. Vliegers vertellen voor het eerst uitvoerig over hun werk en emoties.

Ergens in de woestijn van Jordanië stijgen vrijwel dagelijks Nederlandse F-16’s op. In het luchtruim boven Irak en Syrië bombarderen ze doelen van terreurgroep Islamitische Staat, of voeren patrouilles uit. Ook nu nog, na de val van het kalifaat vorig jaar.

Hoogstwaarschijnlijk besluit het kabinet binnenkort dat de F-16’s eind dit jaar uit Jordanië worden teruggetrokken.

Tot nu toe was er weinig bekend over de omstandigheden waaronder de militairen hun werk in Jordanië doen. Nu blikken F-16-vliegers, detachementscommandanten en andere officieren voor het eerst uitgebreid terug. Uit hun verhalen spreekt trots over het terugdringen van het kalifaat. Maar de militairen praten ook over machteloosheid, de angst bij familie in Nederland over hun lot, en over hun persoonlijke drijfveren bij het bombarderen. Soms, vooral in het begin, vroegen officieren zich af of de stemming in het Nederlandse kamp niet te oorlogszuchtig werd.

Het verhaal van ‘Snow City’ in vier delen.

Lees ook het vragenstuk over de Nederlandse bijdrage aan de luchtoorlog tegen IS

    1. De levende verbranding van Muath al-Kasasbeh

    De werkdag van detachementscommandant (‘detco’) en kolonel-vlieger Arnoud is over de helft als een binnenkomende e-mail zijn aandacht trekt. Een Jordaanse F-16 is niet teruggekeerd van een missie boven vijandelijk grondgebied. Het contact met de vlieger is verloren gegaan, zo luidt de melding via het interne militaire netwerk. Het is 24 december 2014.

    Arnoud – grote vent, kort blond haar, blauwe ogen – vreest meteen het ergste. Even later verneemt hij de naam van de piloot. Muath al-Kasasbeh is kort na de crash gevangengenomen door IS, ergens in de buurt van Raqqa, Noord-Syrië. Al snel verspreidt IS foto’s van breed lachende strijders die Muath uit een meertje hebben gevist.

    Arnoud kent Muath, zij het oppervlakkig. Net als andere F-16-vliegers slenterde de 26-jarige Jordaniër soms over de stoffige parkeerplaats tussen de houten barakken met de kantoortjes van de commandanten van de Nederlandse, Belgische en Jordaanse eenheden. „Ik heb weleens wat met hem gedronken”, vertelt Arnoud. „Iets non-alcoholisch natuurlijk.” Muath en zijn collega’s vliegen in F-16’s die ooit zijn gekocht van Nederland en België. Ook dat bindt.

    ‘Detco’ Arnoud is een ervaren militair. Hij weet wat het is om mensen in zijn nabijheid te verliezen. Tijdens een missie in Afghanistan verloor hij drie collega’s in het gevecht. Arnoud hecht aan zijn veiligheid en wil zijn achternaam niet in de krant. Hetzelfde geldt voor andere militairen in dit stuk. Ze willen hun eigen veiligheid beschermen, maar ook die van hun gezins- en familieleden. In 2015 drongen hackers door tot de smartphones van vrouwen van Amerikaanse militairen en bedreigden hen en hun gezin via Facebook met de dood. Vermoedelijk ging het om Russische hackers die zichzelf voordeden als aanhangers van het kalifaat. Voor zover bekend waren er in Nederland niet zulke bedreigingen.

    Naar aanleiding van de vermissing van Muath en zijn toestel roept Arnoud dezelfde dag nog ‘de baasjes van de basis’ bij zich. Het zijn de zeven hoofden van afdelingen als bewapening, logistiek en personeelszaken. Het gezelschap concludeert dat Muath vermoedelijk „pech” heeft gehad, en dat Nederlandse vliegers goed voorbereid zijn op dit soort situaties. „Ik bespeurde geen angst bij de collega’s”, zegt Arnoud. De commandant pakt zijn werkzaamheden weer op.

    Diezelfde dag nog, en zeker de dagen erna, stromen echter de appjes, telefoontjes en andere boodschappen binnen bij de manschappen. Vrouwen, moeders, vaders, andere familieleden, vrienden: ze willen allemaal weten wat de gevangenneming betekent voor hun eigen man, zoon, vrouw of dochter. Hoe veilig is die nog? Ook het houten rekje met vakjes, op alfabetische volgorde, waarin binnenkomende post voor de militairen wordt gedeponeerd, vult zich snel.

    In hun tenten in de woestijn voelen Arnoud en zijn mannen zich met de dag machtelozer. Het nieuws gaat óver hen en hun Jordaanse collega, maar zelf moeten ze zich stilhouden. Strikte veiligheidsinstructies verbieden de mannen en vrouwen in het militaire kamp informatie te delen via telefoon of apps.

    Voorzover de wifi in het kamp werkt, zien ze op hun laptops het ene na het andere bericht langskomen over Muath, die nu ergens bij IS gevangenzit. Filmpjes op internet suggereren dat zijn toestel is neergehaald door IS-strijders. Volgens de Jordaniërs is sprake van een mechanisch defect, al kan dat nooit hard worden gemaakt omdat het toestel in vijandelijk gebied is neergestort.

    Iedere avond zag je op televisie wel iemand geknield in de woestijn zitten met een oranje overall aan

    De onrust bereikt hoge politieke en militaire niveaus. De Verenigde Arabische Emiraten schorten hun deelname aan de bombardementen door de coalitie op. Ze zijn boos op de Verenigde Staten omdat de Jordaanse piloot niet wordt gered met een search and rescue mission door zwaarbewapende special forces. Dat is standaardprocedure in zulke situaties. Overigens wordt dit volgens onbevestigde berichten wél geprobeerd, maar de missie zou zijn mislukt door hevige tegenstand van IS-strijders in Raqqa.

    Nederland reageert anders dan de Emiraten. Kort na het voorval stuurt minister Jeanine Hennis (Defensie, VVD) een bericht naar de eenheid van ‘detco’ Arnoud waarin ze haar medeleven betuigt. Maar, zo schrijft ze, de gebeurtenissen overtuigen het kabinet van de noodzaak van ‘Operation Inherent Resolve’, zoals de luchtoperatie heet. „Dat werkte heel goed en motiverend voor ons”, zegt Arnoud.

    Commodore André Steur, op dat moment commandant van vliegbasis Volkel in Nederland, krijgt ook veel telefoontjes van partners en ouders. Hij begrijpt de snel groeiende onrust. „Familieleden zitten thuis met hun emoties op de bank, betrekken alles wat ze horen en zien op sociale media onmiddellijk op hun eigen man of zoon.” En nog iets: „De stroom informatie is enorm. De tijd dat we midden jaren negentig met z’n allen zaten te luisteren naar wat NAVO-woordvoerder Jamie Shea te zeggen had over de bombardementen op Kosovo, is echt voorbij.”

    Vlak na Kerst vindt Steur dat hij actie moet ondernemen. „We merkten dat de jongens in het inzetgebied zich druk maakten over de zorgen die thuis waren ontstaan. Ik heb contact gezocht met de commandant daar. We besloten op de bases van zowel Volkel als Leeuwarden zo snel mogelijk voorlichtingsbijeenkomsten te organiseren.”

    Tijdens de bijeenkomsten benadrukt de leiding dat de kans klein is dat Nederlanders iets soortgelijks overkomt als Muath. Zij vliegen niet alleen, zoals de Jordaniërs, maar met z’n tweeën. Het andere vliegtuig kan helpen in een noodsituatie, en naderende vijandelijke eenheden onder vuur nemen om tijd te winnen.

    Partners van ervaren piloten die eerder iets stressvols hebben meegemaakt, zoals die van Arnoud, worden ingezet om degenen met minder ervaring op dit gebied houvast te bieden. Zij die het desondanks écht moeilijk hebben, mogen André Steur 24 uur per dag bellen. Enkelen doen dat ook. De onrust ebt weg.

    Om een maand later volledig terug te zijn. Op 3 februari 2015 zet IS een propagandavideo van 22 minuten online. Daarin is te zien hoe Muath langs door de coalitie gebombardeerde gebouwen loopt, langs de lichamen van mannen, vrouwen en kinderen die levend verbrand zouden zijn. Volgens het principe ‘oog om oog tand om tand’ wordt vervolgens de piloot voor het oog van de camera levend verbrand in een ijzeren kooi. Een grote shovel ‘bombardeert’ de kooi daarna met betonblokken en gruis. Onder begeleiding van gezang worden aan het eind van de video huisadressen van andere Jordaanse F-16-vliegers getoond. Het verzoek aan de volgelingen van IS luidt om de collega’s van Muath thuis te bezoeken en te doden. Beloning: 100 gouden dinar (ongeveer 17.500 euro) per gedode „crusader pilot”.

    Kerstontbijt 2014 in een van de tenten van Snow City.Foto Defensie

    De video zorgt wereldwijd voor commotie, ook in Nederland. Twee gebeurtenissen wakkeren de onrust verder aan. Commandant der strijdkrachten Tom Middendorp speculeert begin februari bij (onder meer) de NOS over de mogelijkheid voor een gevangengenomen piloot om de hand aan zichzelf te slaan. Elke piloot heeft in zijn persoonlijke uitrusting immers een Glock-pistool als hij met zijn schietstoel het toestel heeft verlaten. „Dat is een persoonlijke afweging”, zegt Middendorp. „Ze krijgen van mij geen lesje zelfmoord.” Voor veel familieleden is dat niet echt een geruststelling.

    Rond dezelfde tijd, twee dagen na de lancering van de IS-video, wordt ook bekend dat een Nederlandse F-16 tijdens een missie vanaf de grond is beschoten door een eenheid van IS. Het wordt pas opgemerkt nadat de F-16 is teruggekeerd op de basis. Een deel van het vliegtuig heeft kogelinslagen. Het vliegtuig heeft relatief langzaam en laag gevlogen, om met het eigen boordkanon IS-eenheden te kunnen beschieten. IS beantwoordde het vuur vanaf de grond met snelvuurwapens vanaf pick-uptrucks. De F-16 kwam niet in de problemen.

    Ondanks de onrust over de video, de uitspraken van Middendorp en de beschieting van de Nederlandse F-16 komen er geen nieuwe bijeenkomsten op Volkel en Leeuwarden. ‘Detco’ Arnoud: „Alles was inmiddels wel gezegd. Iedereen wist wat er in dat gebied gebeurde. Iedere avond zag je op televisie wel iemand geknield in de woestijn zitten met een oranje overall aan.” Wel organiseert de luchtmachtleiding in februari 2015 een telefonisch groepsgesprek. Daarin kunnen partners van vliegers hun emoties over de verbranding van Muath delen.

    De gebeurtenissen met de Jordaanse piloot dreunen lang na. Vliegers dringen aan op betere persoonlijke bewapening voor noodsituaties. Ze willen al langer een krachtiger wapen dan de Glock, voor het geval ze ‘de kist’ met hun schietstoel moeten verlaten. Met zo’n Glock verliezen ze, vinden ze, kostbare minuten. Daarmee kunnen ze slecht vijandelijke eenheden van het lijf houden, in afwachting van hulp door de zwaarbewapende search and rescue missions.

    In de loop van 2015 krijgen de vliegers een snelvuurwapen als onderdeel van de vaste nooduitrusting. „Het incident met de Jordaanse piloot heeft daar waarschijnlijk bij geholpen”, zegt Arnoud.

    F-16-vlieger Olivier was dit voorjaar actief boven IS-gebied. „We zijn goed getraind en ik weet dat de F-16 goed onderhouden is”, vertelt hij als NRC hem midden juni in Jordanië opzoekt. „Maar er kan altijd iets misgaan, zoals het geval met de Jordaniër heeft bewezen. Daar moet ik weleens aan terugdenken als ik de kist opstart. Ik klop het beestje dan af en zeg: Hou alsjeblieft nog even vol.”

    2. We hebben ze weggejaagd bij Mount Sinjar!

    Bijna drie maanden vóór het neerstorten van Muath zijn de Nederlanders naar de woestijn in Jordanië gekomen om daar – letterlijk – hun tenten op te slaan en mee te doen met de luchtoorlog. „Er moest meteen na onze komst, begin oktober 2014, worden gebombardeerd”, herinnert detco Arnoud zich. „De nood was hoog.”

    Het is het najaar van 2014: IS staat aan de poorten van Bagdad. Het kalifaat breidt zich snel uit over Irak en Syrië. Gedemoraliseerde Iraakse troepen slaan op de vlucht, anderen worden meteen geëxecuteerd. In augustus valt de stad Sinjar, in het noorden van Irak. Na de verovering door IS vluchten zo’n 40.000 yezidi’s, de dominante bevolkingsgroep in het gebied, een naburige berg op. Op Mount Sinjar is er nauwelijks eten, water of schaduw.

    Op de voor hen heilige berg hopen de yezidi’s veilig te zijn. Die hoop is vergeefs. IS-eenheden vermoorden zo’n vijfduizend mannen, vrouwen en kinderen. Het gebeurt op uitermate brute wijze, om te beklemtonen dat berg noch geloof de yezidi’s kan beschermen. Zevenduizend vrouwen worden door IS’ers verkracht en in slavernij weggevoerd. In wanhoop springen meisjes van de berg af, de dood in, om hun lot te ontlopen. Reddingswerkers ter plekke spreken over genocide.

    De tragedie doet de Amerikaanse president Barack Obama besluiten tot militaire interventie. Overgebleven yezidi’s worden door Amerikaanse mariniers van de berg geëvacueerd. De VS start een luchtoorlog tegen IS en traint Koerden en Irakezen om ook op de grond IS terug te dringen. Een snel groeiende coalitie sluit zich bij de Amerikanen aan.

    Ook Nederland besluit mee te doen met de luchtoorlog en de trainingsmissie, samen met België. Met het buurland zal Nederland later het militaire kamp in de woestijn van Jordanië delen. Begin oktober arriveren zo’n 185 manschappen op een lege, zanderige plek. In zes dagen bouwen ze een kamp. Even snel als God de wereld schiep, grappen militairen tegen elkaar. Alleen had Hij de dag erna rust.

    „Er was zo goed als niets”, herinnert Arnoud zich. „Alleen een betonstrook en een verkeerstoren. Dat we de opbouw van het kamp in zes dagen konden fixen, daar waren we met z’n allen enorm trots op. Zeker gezien de schaarste op dat moment door de bezuinigingen.”

    Foto Defensie
    Tentenkamp Snow City 2015 met zitje. Foto Defensie
    Foto Defensie
    Foto Defensie

    De opbouw van het kamp is een logistieke uitdaging. Transportvliegtuigen vliegen af en aan in stofstormen, naast de witte kiezelstenen die blikkeren in de zon de reden dat het kamp ‘Snow City’ wordt gedoopt. Vooral het slapen is een uitdaging: eerst zijn er überhaupt geen bedden en moet iedereen dagelijks naar hotels in de Jordaanse hoofdstad Amman gereden worden, ongeveer anderhalf uur. Al snel blijkt ook dat de vliegers die nachtvluchten doen, in aparte tenten moeten worden ondergebracht. Arnoud: „We sliepen in de beginperiode met zestien man in één tent. Dat is heel goed voor de groepssfeer. Maar uiteindelijk hebben we de vliegers in een aparte tent gelegd, en daar containers omheen gezet. Zodat er voor hen wat rust kwam.”

    Bij de nachtvluchten, zeven per week, duiken vliegers aan het eind van de avond de cockpit in, om pas rond zes, zeven uur ’s ochtends terug te keren. De lange vluchten vergen vaak ook nog een paar uur voorbereiding en een nazit: filmpjes van de bombardementen terugzien en controleren op resultaat en mogelijke burgerslachtoffers. Als de vliegers rond negen uur ’s ochtends doodop neervallen op hun matras, zitten de beelden van dood en destructie nog in hun hoofd. En stil is het dan niet om hen heen: gevechtsvliegtuigen komen bulderend over, motoren van stroomgeneratoren staan te brullen. Meereizende artsen schrijven geregeld middelen als temazepam voor, die ten minste vier uur slaap garanderen.

    Ook overdag is soms extra begeleiding nodig, vertelt commodore André Steur. „Als je onder zulke omstandigheden denkt: ik ga daarboven zitten wegdommelen, ik moet iets hebben, of dat nou een Red Bull is, of een Snickers of een pilletje, dan kan dat allemaal natuurlijk.” De pilletjes kunnen cafeïne in tabletvorm zijn, modafinil zoals de Amerikaanse luchtmacht gebruikt (een soort cafeïne), of peppillen. Arnoud: „Maar we vliegen echt niet gedrogeerd rond, hoor.”

    Nog tijdens de opbouw van het kamp doen Nederlandse F-16’s mee aan het offensief van de coalitie tegen IS, dat in september toch weer Mount Sinjar is genaderd. Al snel is er een keerpunt in de strijd. Onder druk en dreiging van – onder meer – Nederlandse bommen moeten de IS’ers zich terugtrekken van de berg en uit de omgeving. Het kalifaat leidt zijn eerste belangrijke nederlaag.

    „Hoeveel zingeving wil je hebben?”, zegt Arnoud. „Het gaf ons heel veel voldoening dat we meteen werden ingezet bij de bombardementen. Het gaf de mannen in het detachement een rush als het eerste vliegtuig zonder bommen thuiskwam. Wow, het gebeurt nu echt! Terugkerende vliegers werden op de basis opgewacht door bijvoorbeeld de assembleurs. Die vroegen: ‘En, deed de bom het?’”

    Elk detachement dat drie of vier maanden in Snow City verblijft, zaagt halverwege het verblijf een balk door. Elk detachement heeft een eigen balk met eigen markeringen.Foto Defensie

    3. Merry Christmas, boom boom

    Uit de boxen naast het grote filmscherm dreunen rauwe stemmen en harde gitaartonen van opzwepende rockmuziek. Op het scherm verschijnen korrelige beelden, waarop te zien is hoe IS-doelen onder vuur worden genomen. Uit de speakers klinkt volgens een op dat moment aanwezige officier ‘Burn motherfucker, burn!’ – het refrein van het rocknummer Fire Water Burn van Bloodhound Gang; een populaire soldatensong sinds de Amerikaanse inval in Irak in 2003. Volgens Defensie werd er echter alleen andere, „heavymetal- en trancemuziek” gedraaid.

    Dit is Keek op de Week in een van de legertenten van Snow City. Het is een wekelijkse informele sessie (genoemd naar een programma van Van Kooten en De Bie) waarbij een groot deel van het detachement terugblikt op de verrichtingen van die week. In een sfeer van ontspanning en ontlading mogen alle geledingen verslag doen van hun activiteiten: de crew (vliegers), de assembleurs (die dagelijks de bommen onder de vleugels van de F-16’s monteren), de bewapening, personeelszaken, de geestelijke verzorging. Dat bevordert de teamgeest.

    Het zijn de top dogs, de F-16-vliegers, die de meeste aandacht trekken. De crew, zoals de groep wordt genoemd, laat filmpjes zien van de bombardementen. Elke actie wordt immers gefilmd met een sterke camera die onder de F-16’s hangt.

    Foto Defensie
    Foto Defensie
    In de loop van 2015 werden de tenten van Snow City vervangen door -chalets- en een soort stacaravans. Ook kwamen er meer voorzieningen zoals een sportveld en andere faciliteiten. Foto Defensie

    Op sommige filmpjes is te zien hoe het ene moment een IS-eenheid met wapperende zwarte vlaggen op een pick-up rondrijdt, en het volgende moment wordt weggevaagd. In de tent wordt gejuicht. „Alsof Nederland heeft gescoord bij het WK voetbal”, vertelt een officier die erbij was en anoniem wil blijven.

    Om de filmpjes te „spicen”, zoals ‘detco’ Arnoud het uitdrukt, wordt er muziek onder de beelden geplakt. Soms lullige, zoals van RTL’s klusprogramma Eigen huis en tuin, als op het filmpje te zien is hoe een IS -hoofdkwartier onder vuur wordt genomen. Soms is het machorock.

    Diverse militairen voelen zich ongemakkelijk te midden van hun juichende collega’s. Assembleurs bijvoorbeeld. Ze realiseren zich bij de terugkomst van de gevechtsvliegtuigen dat ‘hun’ bommen onder de vleugels verdwenen zijn en in Irak dood en verderf hebben veroorzaakt. Sommigen van hen lopen weg bij de presentatie van de crew.

    Maar ook een aantal officieren ergert zich. Ze storen zich al langer aan het agressieve soldatenjargon dat in het tentenkamp de kop opsteekt. We gaan Ahmed uit zijn badslippers schieten, dat soort uitspraken. Nu dit filmpje met die agressieve muziek weer. Zo’n presentatie is niet zonder risico voor de toeschouwers. Zij kunnen schade oplopen doordat ze, door groepsdruk, anders op de beelden reageren dan ze normaal zouden doen. Ongemerkt overschrijden ze persoonlijke grenzen – ‘moral injury’ heet dat in psychologenjargon. Later krijgen ze daar spijt van.

    Slaan we niet door met onze trots, vragen bezorgde officieren zich af. Ja, we zijn aan het oorlogvoeren. Zeker, IS’ers begaan onvoorstelbare wreedheden. Maar het blijven, ondanks alles, mensen. En: moet de leiding niet het goede voorbeeld geven, ook als het detachement onder zware druk staat?

    Verontruste militairen besluiten het hoofd van de crew aan te spreken op de aanstootgevende muziek bij de filmpjes. Die vindt het een grappige, toelaatbare en begrijpelijke manier van ontlading voor de manschappen in de gegeven, zware omstandigheden. Toch belooft hij de machorock als begeleidende muziek te schrappen. Hij houdt woord.

    Op sommige filmpjes is te zien hoe het ene moment een IS-eenheid met wapperende zwarte vlaggen op een pick-up rondrijdt, en het volgende moment wordt weggevaagd

    Niet veel later doet zich een nieuw incident voor. Nu niet in Jordanië, maar in Nederland. Vlak voor Kerst 2014 houdt de luchtmachttop zijn jaarlijkse kerstdiner, dit keer in de schouwburg van Etten-Leur. Volgens goed gebruik sturen detachementen en squadrons van overal ter wereld hun kerstgroet naar het diner. Ook dat gebeurt met muziek.

    De kerstgroet uit Snow City wordt voorzien van het liedje We wish you a merry Christmas, dat onderbroken wordt door geluiden van bombardementen. Er wordt gelachen aan tafel, maar niet door iedereen. Sommige militairen vinden de kerstgroet een lompe manier om groepsgevoel te kweken, en geen bijdrage aan de kerstgedachte. De luchtmachtleiding wordt later op de kerstgroet uit Jordanië aangesproken. Ook dat zal niet nog eens gebeuren.

    F-16-vlieger Olivier reageert niet verrast als hem juni dit jaar wordt gevraagd naar de filmpjes met heavymetalmuziek. Hij was er najaar 2014 niet bij, maar begrijpt het wel. „De troepen lijden onder stress. We treden op tegen mensen die verschrikkelijke dingen doen. Die stress moet een uitweg krijgen, bijvoorbeeld op zo’n bijeenkomst. Dat is niet per se fout, al zullen mensen als ze hierover lezen, daar al snel iets van vinden. In Nederland zou het raar zijn om zoiets te doen. Hier, onder de gegeven omstandigheden, is het normaler. Het is een uitlaatklep.”

    We praten met Olivier en collega-vlieger Bart verder over de emoties bij het bombarderen. Komt er bloeddorst bij kijken? Wraakzucht? Een Belgische F-16-piloot zegt in een recente reportagereeks van de Belgische televisiezender VTM dat hij „iets wil terugdoen voor Zaventem”. Daarbij doelt hij op de aanslag door IS op het Brusselse vliegveld, 22 maart 2016, waarbij veertien mensen om het leven kwamen en bijna honderd gewond raakten.

    Olivier is van april tot eind juni dit jaar detachementscommandant in Jordanië. Maar ook F-16-vlieger. Let wel, vlieger, geen piloot. Piloten, die zitten op de burgerluchtvaart en leveren wekelijks toeristen af in Benidorm. „Daar zit geen uitdaging in”, zegt Olivier.

    In het Filosofisch Cafe, met hangmat en stoelen, houden geestelijk verzorgers discussiebijeenkomsten.Foto Defensie

    In zijn werkkamer met eenvoudig bureau en dito tafel vertelt hij samen met Bart over de acties die hem het meest aangrijpen. Olivier vindt de spanning vooral in snelle, wendbare acties. Dus niet een tevoren vastgesteld, onbeweeglijk doelwit, zoals een gebouw of installatie; liever eenheden van IS die Iraakse of Koerdische grondtroepen belagen. „Als ik die dreiging weet te stoppen, en heb voorkomen dat Irakezen of Koerden het leven laten, dan denk ik: dat heb ik toch even goed geflikt.”

    In de strijd bouwt de F-16-vlieger dan soms een onverwacht persoonlijk contact op met bijvoorbeeld de Iraakse verbindingsman die hem vanaf de grond bijpraat. „Als ik meerdere dagen achter elkaar bezig ben in hetzelfde gebied, kan het zijn dat ik dezelfde persoon aan de lijn krijg die mij vanaf de grond begeleidt. De ene keer zit hij in een konvooi, de andere keer is hij op afstand. Wat het meeste indruk maakt, is dat je via het radiocontact goed kunt horen dat daar beneden de kogels bij die persoon om de oren vliegen. Je beseft dan dat jij daar in de lucht de enige bent die dat kan stoppen. Jij bent degene die escalatie-dominantie heeft. Dan moet je snel handelen. Anders is het klaar en wordt het stil op de lijn. Gelukkig heb ik dat nooit meegemaakt.”

    Juist dat persoonlijke contact draagt sterk bij aan Oliviers motivatie. „Je voelt dan: het gaat tussen jullie en ons. Als ik jullie niet uitschakel, dan schakelen jullie onze mensen uit, in dit geval onze mensen daar op de grond.”

    Vlieger Bart knikt instemmend. Hij vult aan dat het werk van vliegers als Olivier en hemzelf belangrijk is voor de veiligheid in Nederland: „Bij vrienden op feestjes thuis in Nederland: zeg ik weleens: ik doe dit werk zodat we zaterdagochtend, zonder bang te zijn, naar de Jumbo kunnen om boodschappen te doen.”

    Het bombarderen is een lijfelijke ervaring voor Olivier. „Je hartslag gaat op zulke momenten omhoog”, vertelt de vlieger. „Er zit altijd spanning bij als je op die knop drukt. Komt die bom eraf? Of blijft-ie hangen? Voor je gevoel duurt het altijd langer dan nodig. En dan hoor je een soort ‘kloenk’- geluid. Meer nog vóél je het aan het vliegtuig. Het toestel draait de andere kant op als de bom weg is. Het draait als het ware weg van de bom. Dat is echt een moment van grote opluchting, al duurt dat maar kort. Want meteen daarna ga je in je monitor zitten turen om te zien of de bom bij zijn doelwit aankomt, en wat er daarna allemaal gebeurt.”

    Nederlandse F-16’s bombardeerden tijdens hun meer dan tweeduizend vluchten boven Irak en Syrië tot nu toe mogelijk ook Nederlandse uitreizigers en hun kinderen. Voelt de mogelijkheid van een strijd van Nederlanders tegen Nederlanders ongemakkelijk?

    Vlieger Bart: „Ik zie dit heel zwart-wit. Als je je aangesloten hebt bij IS, geef je het Nederlander-zijn op. Als je die ideologie overneemt, ben je voor mij gewoon een boef. En als je je dan ook nog als combatant gaat gedragen, dan zie ik jou niet meer als Nederlander.”

    ‘Detco’ en vlieger Olivier: „Ik heb niet het gevoel dat dit een strijd is van Nederlanders tegen Nederlanders. Dus dat ongemakkelijke gevoel herken ik helemaal niet.” Over het mogelijk bombarderen van kinderen zegt hij: „Als je onderdeel bent van het IS-apparaat, zeg ik: dat had je niet moeten doen. Jij staat aan de verkeerde kant van het lijntje. Ik zie hem als tegenstander. Zo zwart-wit is het. Ik denk: jammer joh, dat je aan die kant staat. Sneu dat je bijvoorbeeld pas veertien jaar bent, dat meen ik oprecht. Je had een heel ander leven moeten hebben. Maar zo’n jongen heeft waarschijnlijk geen keuze gehad.”

    4. Mensen zeggen: O, zit je daar nog?

    „Bingo!”, roept een van de militairen hard. Collega’s lachen. De sfeer in de gemeenschapsruimte is gezellig, melig en balorig. Bingo slaat nu eens niet op een succesvolle aanval in IS-gebied. „U zult het misschien niet geloven, maar we hebben ergens dit voorjaar met z’n allen Bingo gespeeld”, vertelt luchtmachtvoorlichter Kiki, die NRC tijdens een bezoek aan de basis in juni begeleidt. „Iedereen deed mee, ook de vliegers.”

    Sinds 2017 is er meer tijd en ruimte voor ontspanning in Snow City. De tafeltennistafel, gaming-ruimte en fitnesszaal met z’n gele hometrainers worden intensiever gebruikt dan in 2014 en 2015. Schuin aan de overkant van de ‘chalets’, zoals de stacaravans heten die in 2015 de tenten aflosten, staat het ‘Filosofisch Café’. Geestelijk verzorger Heleen houdt er discussie-bijeenkomsten over het resultaat van de missies. Vlieger Bart, die eerder boven Afghanistan actief was, zegt: „Als je ziet hoe Afghanistan er nu voor staat, denk je weleens: „Mmm, deden we het dáár allemaal voor? Misschien zeggen we dat straks ook wel over het gebied waarboven we nu vliegen. Je weet nooit wat er gebeurt als we weg zijn. Maar een ding weet ik zeker: Als we het niet hadden gedaan, was het allemaal veel erger geweest dan nu.”

    Aan de rand van de basis liggen lange rijen bommen. „Ze zijn deze week nauwelijks gebruikt”, zegt een van de assembleurs. Hij is blij een rondleiding te kunnen geven aan een van de schaarse bezoekers aan de basis in Jordanië. Bij elk soort bom volgt een exposé over gewicht, kracht en techniek die nog steeds voortschrijdt. „Wist u,” zegt de assembleur enthousiast, „dat we bommen in gebouwen kunnen laten vallen, die niet ontploffen op de bovenste, lege etages, maar pas op volle verdiepingen door een van tevoren ingestelde timer?”

    Even verderop staan de zes F-16’s, eveneens ongebruikt in de provisorische hangars. Uitgerekend op de dag dat commandant der strijdkrachten Rob Bauer de basis bezoekt, staat alles stil. Een cruciaal onderdeel blijkt niet tijdig in Jordanië gearriveerd, zo vertelt later een meegereisde ambtenaar van de afdeling Operatiën van Defensie. Hij brengt een groot deel van de dag druk bellend door. Het gaat om een apparaatje dat de zuurstoftoediening op grote hoogten regelt voor de F-16-vlieger. Het is niet de eerste keer dat de toevoer van spullen naar Jordanië hapert. Wel leidde het volgens Defensie niet eerder tot daadwerkelijk uitstel van de acties.

    Maar ook los van de problemen met leveranties is voor de F-16’s minder te doen. Er zijn heel veel minder doelwitten nu het Kalifaat is weggebombardeerd. Voerden de gevechtsvliegtuigen in de laatste week van maart 2015 nog twintig missies uit boven Irak, waarbij negen keer bommen werden gegooid, inmiddels zijn dat ongeveer tien missies (verkennings)missies per week, met hooguit een enkele keer ‘wapeninzet’. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om een boerderij in Oost-Syrië waar een groepje IS’ers zich heeft verstopt. Of om een logistieke opslagplaats van IS in de buurt van Mosul, Irak.

    De aandacht in Nederland voor de luchtoperatie tegen de restanten van IS is vrijwel verdwenen. „Mensen reageren van: o, zit je daar nog?” zegt detachementscommandant Olivier. „IS is toch allang verslagen?”

    Heel verbaasd is hij niet over het gebrek aan belangstelling. „Als ik in de VS in mijn uniform een restaurant binnenloop, word ik aangeklampt en krijg ik reacties van: ‘Thank you for protecting us’. In Nederland word je vreemd aangekeken.”

    Is het nog wel nodig om met een luchtarmada van tientallen vliegtuigen en drones achter een paar duizend overgebleven IS’ers aan te jagen? F-16 -vlieger Peter Tankink, oorlogsheld sinds hij in 1999 met zijn vliegtuig een Servische Mig uit de lucht schoot, reageert fel: „IS is klein begonnen en binnen de kortste keren groot gegroeid. We willen dat niet nog een keer meemaken.”

    Vergelijk IS met een ziekte, zegt Tankink. „Als er maar een paar cellen overblijven, hebben die toch weer de kracht om een mens ziek te maken en zich uit te breiden. Als je die niet uitroeit, ontwikkelen ze zich steeds verder.”

    Foto Defensie
    Twee F-16’s verlaten hangars van luchtmachtbasis in Jordanie. De F-16’s opereren in de luchtoorlog tegen IS als duo. Foto Defensie

    • Kees Versteegh