Opinie

    • Frits Abrahams

Prooi of roofdier

De psychotherapeut Esther Perel wees zondag in Zomergasten op de veranderde visie van Monica Lewinsky op haar affaire in de jaren negentig met president Bill Clinton. Lewinsky zou zich, vooral onder invloed van #MeToo, meer een slachtoffer voelen dan destijds. Nadat hun relatie een publiek schandaal was geworden, gaf Lewinsky toe dat ze had ingestemd met de seks, maar tegenwoordig beklemtoont ze de ongelijkheid: de 49-jarige president van Amerika tegenover de 22-jarige stagiaire in het Witte Huis. Perel stelde die zwenking vast, maar gaf er als rechtgeaarde therapeut geen expliciet oordeel over.

Ik moest aan haar woorden denken toen ik deze week in The New York Times een artikel las van Joyce Maynard. Zij is de vrouw die in 1972 als achttienjarige in contact kwam met de schrijver van The Catcher in the Rye, J.D. Salinger. Ze had als student een omslagverhaal voor The New York Times Magazine geschreven onder de titel An 18-Year-Old Looks Back On Life’.

Salinger schreef haar daarover een charmante brief, een correspondentie kwam op gang, ze belden elkaar en hij haalde haar enkele maanden later met veel beloftes over om bij hem in te trekken. Salinger, 35 jaar ouder dan Maynard, was een gescheiden man die een afgezonderd leven op het platteland leidde. Hij moest niets hebben van de nieuwsgierigheid van zijn bewonderaars en de media, maar voor zeer jonge vrouwen had hij een groot zwak.

Nog geen jaar later stuurde Salinger haar weg, een ervaring die voor haar zo vernietigend was dat ze zich enkele jaren terugtrok op een afgelegen boerderij. „De ene dag is Jerry nog de enige man in mijn universum”, schreef ze later in haar memoir At Home in the World. „Hij vertelt me wie ik ben, wie ik zou moeten zijn. De volgende dag is hij weg.” Ze belde hem wanhopig op en smeekte hem: „Neem me terug, ik wil alleen maar bij jou zijn.” Hij antwoordde: „Het werkt niet, Joyce, het is voorbij.”

Pas toen haar eigen dochter achttien werd, besefte ze hoe kwetsbaar ze zelf op die leeftijd moest zijn geweest. Die memoir publiceerde ze ruim 25 jaar later, in 1998. In The New York Times beschrijft ze nu, inmiddels 64 jaar, hoezeer dat boek haar door de literaire wereld werd kwalijk genomen, ook omdat ze Salingers brieven op een veiling had verkocht. Op een literaire bijeenkomst verliet een aantal schrijvers demonstratief de zaal toen zij het podium betrad.

Ze werd destijds, nota bene in diezelfde krant, een roofdier genoemd. Het staat ook nu als kop boven haar artikel: „Was ze Salingers roofdier of zijn prooi?” De lezer moet het maar zelf uitmaken, schrijft ze. Alles kwam weer bij haar boven toen een journalist haar reactie op #MeToo vroeg. Ze vermoedt dat haar memoir nu veel positiever zou zijn ontvangen.

Omdat gebleken is dat Salinger veel vaker op deze manier jeugdige vrouwen probeerde te versieren, lijkt de keus – roofdier of prooi – me in haar geval niet zo moeilijk. Bij Monica Lewinsky aarzel ik. De machtsongelijkheid was in haar relatie met Clinton minstens zo groot, maar Lewinsky was vier jaar ouder dan Maynard toen de relatie begon en ik vermoed bij Lewinsky ook meer eigen initiatief, in ieder geval genoeg om haar claim op #MeToo te betwijfelen.

    • Frits Abrahams