Opinie

    • Folkert Jensma

Op Howick en Lili is het asielrecht niet berekend

Lili en Howick, ze roepen een storm van gevoelens op. Empathie, cynisme, machteloosheid, medelijden. De uitzetting van de twee vernederlandste illegale scholieren raakt iedereen. Hoe kan een asielprocedure die al in 2009 in een afwijzing resulteerde, tien jaar later nog altijd tot niks hebben geleid? Behalve dan tot een drama met Nederlandse schoolkinderen die dan wel worden herenigd met hun moeder, maar overigens ontheemd zijn in Armenië.

Bij de lezers borrelden suggesties op. „Beperk de asielprocedure tot vijf jaar”. „Eindeloos procederen moet afgelopen zijn”. Daarbij waren er ook verwijten aan de moeder die niet de waarheid vertelde over identiteit, over nationaliteit en „steeds weer een nieuwe strohalm” vond, zoals de Volkskrant afkeurend schreef. Maar mogen haar kinderen daar de dupe van worden? En als we hen wel toelaten, wat belonen we dan? We komen er niet uit.

Die procedures zijn intussen niet het probleem. De asielmachine in Nederland loopt geolied. Daar komt in de meeste gevallen binnen acht dagen al een duidelijk antwoord uit. Alleen de ingewikkelder gevallen gaan naar de ‘verlengde procedure’ die een half jaar duurt, exclusief beroep. Voor kansloze aanvragen is er een ‘fast track’. Herhaalde aanvragen zijn bovendien niet kansloos en dus geen bewijs van opportunisme of calculerend gedrag. Van de 6.000 gehonoreerde aanvragen in 2017 kwamen er 450 uit een herhaalde aanvraag. Situaties veranderen: in het land van herkomst, bij de vluchteling zelf.

Het probleem is niet zozeer het procederen maar het vertrek, dat niet af te dwingen valt. Door onwil bij ontvangende landen, of van de afgewezen asielzoeker zelf, die illegaal hier zijn prefereert boven legaal thuis verblijven. Het enig wat dan overblijft, is druk uitoefenen. Door alle voorzieningen te weigeren, door vreemdelingenbewaring. Of door hen te overtuigen met woorden. En soms met een premie.

Die procedures en de opvang worden bovendien al jaren sneller gemaakt, korter, soberder. Nederland is een streng land: afgewezen meerderjarige asielzoekers staan voor principieel gesloten loketten. Ze mogen niet werken, hebben geen recht op zorg, onderwijs, of huisvesting. De enige voorziening waarvan wel kan worden geprofiteerd is onderwijs – voor minderjarige kinderen dan. Zouden Howick en Lili hun bestaan hier voortzetten, dan waren zij op hun 18e net als hun illegale moeder rechteloos geworden. Aangewezen op kraakpanden, kerkopvang en liefdadigheid. Geen vervolgopleiding of legaal werk. Zo bezien kun je beter nog niet toegelaten kinderen hier Engelstalig onderwijs laten volgen en ze hun eigen taal en cultuur laten bijhouden. Om zo hun ‘worteling’ uit te stellen totdat die legale status er is.

Herhaalaanvragen kunnen in een rechtsstaat verdragsrechtelijk niet verboden worden. Maar alleen ingeperkt. Uitzetting naar een land waar een persoon een reëel risico loopt op foltering of onmenselijke – of vernederende behandeling of bestraffing is per definitie door tenminste twee verdragen verboden. Daar mogen ook geen uitzonderingen op worden gemaakt, of beperkingen aan worden gesteld. Geen enkel land kan dus in de wet het recht op asiel inperken tot bijvoorbeeld ‘drie jaar na de eerste aanvraag’. Rechtsstaten mogen alleen de termijn van de beoordeling bekorten, wat dan ook volop is gebeurd. Iedere asielzoeker mag steeds aan de rechter vragen of dat risico op foltering of onmenselijke behandeling bestaat op het moment van uitzetting. Naar de omstandigheden die dán gelden.

Asielzoekers veranderen ook zelf. Ze behoeven zorg die alleen hier beschikbaar is, ze veranderen van geloof of seksuele oriëntatie. Als dat reëel is, ja, dan is een verblijfsrecht mogelijk. Moet het inburgeren van kinderen over een langere periode daar ook toe leiden? Zodat de kinderen en daarmee, dankzij het recht op gezinshereniging, ook de ouders mogen blijven? Het vreemdelingenrecht heeft hier uit zichzelf geen antwoorden. Het is een politieke vraag. Het enige wat juridisch overblijft is ontmoedigen, overtuigen en touwtrekken met de asielaanvrager wiens kinderen het betreft. De kernvraag is of dat leidt tot moreel aanvaardbare resultaten met hier ingeburgerde illegale kinderen. Ik denk het niet.

Folkert Jensma is juridisch commentator. Facebook: @nrcrecht
    • Folkert Jensma