Ook de diep gelegen koralen warmen op en verbleken

Zeebiologie Er was tot nu toe hoop dat opwellend koud water diepgelegen koralen zou beschermen. Ten onrechte.

Verblekend koraal. Foto Pedro Frade

Zelfs de diepere delen van het Australische Groot Barrièrerif ondervinden schade van het opwarmende zeewater. Dat schrijft een internationaal onderzoeksteam deze week in het tijdschrift Nature Communications

Tot nu toe dachten biologen dat diepere koralen koel genoeg zouden blijven dankzij upwelling: het omhoog komen van koud zeewater uit de diepte, mede onder invloed van wind en getijden. Maar deze upwelling komt aan het einde van de zomer tot stilstand. De diepe koralen kunnen daardoor in warme jaren alsnog te sterk opwarmen.

Het Groot Barrièrerif is het grootste koraalrif ter wereld. Het strekt zich uit over zo’n 2.300 km langs de noordoostkust van Australië. De laatste decennia zijn grote delen van het rif afgestorven. Dat komt onder meer door overbevissing en door vervuiling vanaf het land – twee factoren die het natuurlijke koraalecosysteem verstoren. Maar de laatste jaren is het grootste probleem het opwarmende oceaanwater.

Algen afstoten

„Als koralen het te warm krijgen, dan stoten ze de algen af waarmee ze samenleven”, vertelt Pim Bongaerts, mede-auteur van het artikel. „Dat noemen we coral bleaching, omdat ze er dan bleker uitzien. Als de omstandigheden snel verbeteren, dan kunnen ze zich weer herstellen. Maar duurt de bleaching te lang, dan sterven ze af.” De Nederlandse bioloog deed jarenlang onderzoek aan de University of Queensland in Australië en werkt sinds kort bij de California Academy of Sciences.

„In 2016 vond er een ongekend massale verbleking plaats”, vertelt hij. „Naar schatting is toen eenderde van de ondiepe koralen op het Groot Barrièrerif afgestorven. Maar tot nu toe was nog niet bekend in hoeverre ook het diepe rif was aangetast.”

Wereldwijd vindt vrijwel al het koraalonderzoek plaats in de bovenste waterlagen, tot hooguit twintig meter diepte. „Dieper kijken is veel lastiger en heel duur”, zegt Bongaerts. De onderzoekers gebruikten onbemande onderzeeërtjes om temperatuurloggers te plaatsen tot op 100 meter diepte. Duikers maakten tot op 40 meter diepte video-opnamen om de samenstelling en conditie van het koraal te onderzoeken.

„We gingen er altijd vanuit dat het diepe rif tijdens warmere perioden koeler blijft, en daarom een toevluchtsoord kan zijn voor larven van koralen uit ondiepere zones”, vertelt hij. „En we dachten dat die diepe koralen zouden kunnen helpen een afgestorven ondiepe zone opnieuw te koloniseren. Dat blijkt dus tegen te vallen.” Aan het eind van de hete zomer van 2016 was er nauwelijks upwelling, waardoor het water op 40 meter diepte even warm was als aan de oppervlakte: bijna 2 graden warmer dan normaal. Op 40 meter diepte was bijna een kwart van de koralen ernstig aangetast – in vergelijking met bijna de helft van de koralen in de bovenste waterlaag. „We moeten er dus niet vanuit gaan dat het diepere rif een helpende hand kan bieden aan de ondiepere zones”, concludeert Bongaerts. „Ook het diepe rif is kwetsbaar en heeft bescherming nodig. De zeewatertemperatuur kunnen we niet zo snel veranderen. Maar wel bijvoorbeeld de overbevissing en de aanvoer van sediment en voedingsstoffen vanaf het vasteland.”

    • Nienke Beintema