Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Nieuwsbericht

In Café Luxembourg te Amsterdam werd ik aangesproken door een man op leeftijd die me meende te herkennen. Hij kwam zwaaiend met een krant op me af en trok zo’n gezicht van ‘ben jij dat?’ Ik bevestigde dat ik dat tekeningetje was en ging er maar eens goed voor zitten. Ik dacht toen nog ‘wat leuk die komt een complimentje brengen’ en dan doe ik altijd wat vriendelijker dan ik eigenlijk ben, hetgeen in dit geval meteen werd afgestraft. Meneer kwam niets brengen, hij kwam halen.

Wachtte ik op iemand?

O, was die iemand al weg?

Dan ging hij eventjes, een paar minuten maar, tegenover me zitten. Wie ging er bij de krant over de waarheidsvinding, over de scoops?

„Ik in ieder geval niet”, zei ik naar waarheid.

„Wie dan wel? Heb je een nummer?”

Hij wenkte een ober, bestelde een bier en begon aan een heel verhaal over twee plastic tassen vol aantekeningen en geheime documenten die in een kluis op een nieuwsbericht stonden te wachten.

Had hij mij in principe niet voor nodig, – „Jij bent geen Bob Woodward” – maar ik had wel de contacten.

Ik kon hem introduceren.

Hij kon niet zeggen waarover het ging, hooguit wat steekwoorden geven.

‘Rusland’ – ‘onderwereld’ – ‘ING en Rabobank’ – ‘defensie’ – ‘chroom-6’.

Was dat genoeg?

Hallo, was ik daar nog? Kon ik dan misschien even in mijn telefoon kijken voor een nummer? Ik zei dat hij tassen met zulk nieuws het beste zelf even kon afgeven bij de krant, de redactie zat nog geen kilometer verderop. En anders even mailen.

Hij gooide zijn bier achterover.

Het zo vrolijk begonnen gesprek zakte als pudding in elkaar. Ik denk dat we het alle twee jammer vonden dat ik hier een dubbele espresso zat te drinken en niet bijvoorbeeld Bert Wagendorp of Frits Abrahams.

De ober die een tafeltje verderop had meegeluisterd, kwam nadat de man met een iets te luid ‘nou dan ga ik wel’ afscheid had genomen naar me toe en informeerde fluisterend of ik wel wist wie dat was.

„Een secretaris-generaal van een of ander ministerie, komt hier iedere dag.”

Het zijn dat soort pogingen tot humor die je in een dorp weleens mist.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.

    • Marcel van Roosmalen