Opinie

Propaganda van Hitler nu ook in vijftig tinten bruin

Nu in het oosten van Duitsland bij extreem-rechtse massademonstraties tegen immigratie de Hitlergroet weer gangbaar lijkt te worden, rijst de vraag: wat zien we hier? Zijn dit nieuwe nazi’s die hun klus willen afmaken? Verontruste burgers die na de val van de Muur door de mondialisering in de knel zijn gekomen? Een combinatie van beiden? Het antwoord daarop is nog onzeker. Duidelijk is wel dat de mentaliteit en het vocabulaire (‘Lügenpresse auf die Fresse!’) ontleend zijn aan datgene wat in Hitler-Duitsland gangbaar was. Het ideologische fundament van de haat, de rancune en het ressentiment die nu zichtbaar zijn in Duitsland, maar helaas ook in andere Europese landen, is ontegenzeggelijk gelegd door Adolf Hitler in zijn propagandawerk Mein Kampf. In Duitsland werd twee jaar geleden schoorvoetend een nieuwe editie uitgegeven, verstopt achter een dikke schil van meer dan 3.700 opvoedkundige voetnoten.

Nog steeds is dit boek verboden in Nederland, op grond van het mogelijk opruiende en haatzaaiende karakter van de inhoud. En dat is, zeker nu extreem-rechts overal in Europa weer salonfähig lijkt te worden, geen complete onzin.

Toch is het goed dat er nu in Nederland een vertaling is verschenen van dit werk, dat kan worden omschreven als een bundeling van de meest verwerpelijke en misdadige gedachtenspinsels van de vorige eeuw. Een democratische rechtsstaat bestrijdt gevaarlijke ideeën niet door boeken te verbieden, maar met goede argumenten.

Het is economisch begrijpelijk dat uitgeverij Prometheus, onder meer bekend van bestsellers als de SM-roman Vijftig tinten grijs, wil meeliften op de postume verkoopkracht van de naam Adolf Hitler. Ofschoon het even begrijpelijk zou zijn als andere, nog levende, auteurs van dat fonds minder gelukkig zijn met hun nieuwe collega-schrijver. Zie de woede twee jaar geleden bij De Bezige Bij toen daar Vlaamse moslimextremist Dyab Abou Jahjah een contract kreeg.

Voor een nieuwe Nederlandse editie van Hitlers gedachtengoed pleit bovendien dat dit werk voor de meeste mensen gewoon allang vrij toegankelijk is via het web. Mijn strijd, zoals het boek nu heet, wordt echter van commentaar en achtergronden voorzien door de gerenommeerde Duitslanddeskundige Willem Melching. Het kan ertoe bijdragen dat jongere generaties op een kritische wijze kennis kunnen nemen van het misdadige brein van de zogeheten Führer. Waarbij overigens vermeld moet worden dat de inleider soms zelf te betrappen is op een vast niet zo bedoeld verkeerd eufemisme. Bijvoorbeeld waar hij schrijft dat „er na de capitulatie van de Sovjet-Unie voldoende ruimte (zou) zijn voor een complete raciale herordening van Europa”.

Bij de verschijning van de vertaling van Hitlers propagandawerk is het goed te beseffen dat het hier gaat om de misdadige ideeën van één man. Misschien wel bewijsstuk A in het historische strafproces tegen de verdachte Adolf H. Maar daarbij moet ervoor worden opgepast hem te maken tot een monstrueuze zondebok, achter wie de schuld van alle nazi’s en meelopers schuilgaat. Hij was tot niets in staat geweest als niet honderdduizenden medeplichtigen bereid waren geweest zijn woorden om te zetten in de grootste misdaad van de mensheid: de Shoah. Juist omdat woorden, ideeën, zulke ontzagwekkende gevolgen kunnen hebben, is het noodzakelijk die te kennen. Om het kwaad tijdig te kunnen herkennen. En te voorkomen dat het komt tot erger.