Hoe de zonnebloem tot stilstand komt

Wekelijks stuit Karel Knip in de alledaagse werkelijkheid op raadsels en onbegrijpelijke verschijnselen. Deze week: kun je aan planten zien waar het noorden is?

De volwassen zonnebloem staat op het oosten, blijkt uit onderzoek. Foto Marco Secch/Unsplash

Diep in de vrije natuur. Geen kompas op zak. De smartphone thuisgelaten. Een zon die al uren schuilgaat achter wolken waaruit voortdurend regen valt. De topografische kaart bij gevolg verpapt en verpieterd. En dan die onverharde weg die zich splitst in twee volstrekt gelijkwaardige wegen die nog veel minder verhard zijn.

Ziedaar de nachtmerrie waarin geen mens ooit terechtkomt maar waarvoor toch veel hulpboeken zijn geschreven. Hoe vindt de virtueel verloren woudloper de weg naar huis? Hoe vindt hij het noorden of het zuiden als Google Maps hem niet langer bijstaat? Geeft de vrije natuur ook Betrouwbare Tekenen die een kompas kunnen vervangen?

Het is niet voor het eerst dat deze rubriek deze kwestie aanroert. Laatst nog werd hier The Natural Navigator van Tristan Gooley besproken, een verzorgd handboek dat 296 bladzijden uittrekt voor het probleem maar bijna niets van praktisch nut levert. Zo is dat destijds ook opgeschreven: je hebt er geen reet aan. Vandaag moet worden toegegeven dat op bladzijde 46 wel iets behartenswaardigs staat.

Het begon met het onderzoek in de omgeving van Avignon dat de foto laat zien. Het was 11 juli en het ging erom te verifiëren wat Science op 5 augustus 2016 had geschreven: dat volwassen zonnebloemen op het oosten staan gericht. Jonge zonnebloemen draaien dagelijks met de zon mee, ze zijn ‘heliotroop’ zoals dat heet, ze doen aan solar tracking, daar hebben ze voordeel van, maar de oude bloemen wijzen permanent naar het oosten. Het was wat losjes geformuleerd en de vraag was daarom: hoe precies dan wel?

Spreiding

Rond Avignon worden zonnebloemen op kleine percelen geteeld, je vindt er veldjes met planten van verschillende leeftijd, maar de meeste leken begin juli voldoende volgroeid. Het peilkompas liet zien dat hun oriëntatie varieerde tussen oostnoordoost en oostzuidoost, het azimut lag tussen 75 en 105 graden. (Oost is 90.)

De bloemen van de foto stonden op ongeveer 75 of 80 graden, een perceel met wat jongere bloemen een eindje verderop wees eerder naar 105. Tussen deze jonge planten stonden wat kromgebogen knarren die misschien wel de 110 of 115 haalden. De spreiding is groot genoeg om over een verklaring na te denken.

Het Science-stuk noteert dat de dagelijkse oost-west-beweging van jonge zonnebloemen even dynamisch is als de gang terug van west naar oost die na zonsondergang begint. Beide bewegingen, de ‘solar tracking’ en de nachtelijke ‘heroriëntatie’, zijn afhankelijk van groei en beide staan onder invloed van het bioritme van de plant. Maar overdag speelt ook het zonlicht een rol. Het zonlicht laat het oostelijk deel van stengels net wat harder groeien dan het westelijk deel. Zo ontstaat die westwaartse gang.

Als de planten volwassen worden neemt de groei af en doven vanzelf de heliotropische bewegingen. Maar ook de gevoeligheid voor licht daalt, die handhaaft zich alleen in de vroege ochtenduren. Anderzijds blijft de nachtelijke heroriëntatie wat-ie was. Daardoor eindigt de bloem met een oostoriëntatie.

Foto Karel Knip

Full swing heliotropie kan binnen vijf dagen overgaan in volkomen stilstand. Je kunt je voorstellen dat het weer van de laatste dagen, vooral de bewolkingsgraad, van invloed is op de eindstand. Ook bomen en verre heuvels die het vroege zonlicht onderscheppen hebben effect. Daar zal die spreiding vandaan komen.

(Lezer, bekijk vooral de zonnebloemfilmpjes die Science en anderen op YouTube plaatsten, zoek met ‘sunflower’ en ‘tracking’. Uniek zijn de beelden van de nachtelijke heroriëntatie. Bedenk dat die plaatsvindt zonder externe prikkels. De natuur had het ook anders kunnen oplossen, bijvoorbeeld met nachtelijke stilstand en een extra snelle heroriëntatie bij het eerste zonnegloren: een ruk naar het oosten. Misschien doet de bosanemoon het wel zo, wie zal het zeggen.)

Wat we van de exercitie opsteken is dat er werkelijk planten zijn die als kompas kunnen dienen – het heeft dus zin om ernaar uit te kijken. We zoeken wilde planten, natuurlijk, want wie zich het oosten moet laten aanwijzen door een landbouwgewas kan net zo goed aan een boer de weg vragen.

Bedenk: aan heliotropie an sich heb je niets, het gaat om planten waarvan enig onderdeel in een vaste, bekende kompasstand blijft steken. En die bestaan, Tristan Gooley noemt er een paar op die bladzijde 46: de ‘prairie weeds’ en ‘wild lettuces’ van Canada en de VS. Het blijkt hier te gaan om een wilde slasoort (Lactuca serriola) en om planten van het geslacht Silphium. De planten hebben bladeren die zich, als ze volgroeid raken, in een verticaal vlak draaien en dan tamelijk precies noord-zuid zijn gericht. In die positie vangen ze vooral het ochtend- en avondlicht efficiënt op. Wie het weet ziet het meteen.

En er is meer: de hoog opgaande cactusachtige Pachypodium namaquanum van Namibië heeft een stekelige top die bijna altijd op het noorden is gericht. In Zuid-Amerika wijst de cactusachtige Copiapoa cinerea met zijn hele, prikkelige lijf naar het noorden. (Noord is daar in het zuiden wat zuid hier in het noorden is.)

Van belang: dit was zomaar een losse greep. Er moeten ook in onze omgeving planten zijn die iets dergelijks doen. Maar wie kent ze?

    • Karel Knip