Waarom Nederland nooit een kernenergieland werd

Klimaatdoelen

Nederland is dringend op zoek naar manieren om CO2-vrij energie te produceren. Wind en zon spelen een grote rol in de plannen, maar aan kernenergie wordt geen woord meer gewijd.

Een demonstratie in Maastricht tegen de Vlaamse kerncentrale van Tihange. De kerncentrale zou niet veilig zijn. Foto Erik van 't Woud

Hij levert veel stroom, zonder dat broeikasgas vrijkomt. Hij kan 24 uur per dag op volle toeren draaien, bij zon en regen. En hij bestaat al meer dan een halve eeuw.

Inderdaad, een kerncentrale.

Ook al is kernenergie CO2-vrij, je hoort er zelden iets positiefs over van een minister of bestuursvoorzitter. Over kernenergie wordt gesproken als er scheuren zijn ontdekt in een Belgische reactor, of als de centrale in het Zeeuwse Borssele sluit vanwege een kapotte pomp. Als er een plan gemaakt wordt om kernafval voor eeuwig in een kleilaag weg te stoppen. Als er gesteggeld wordt over de vele miljoenen die nodig zijn om de reactor in Dodewaard af te breken. En ja, natuurlijk als zich een catastrofe voordoet zoals in het Japanse Fukushima in 2011. Dan praten we over kernenergie.

Maar over kernenergie als deel van de oplossing voor het klimaatprobleem, dat niet.

Lees ook: Wie vult de pot van de verlaten centrale?

Binnenkort beginnen de onderhandelingen weer voor het klimaatakkoord. Voor het einde van het jaar moet de route uitgestippeld zijn waarmee Nederland in 2030 zijn uitstoot van broeikasgas gaat halveren, vergeleken met 1990. Het einddoel, vastgelegd in de Klimaatwet: 95 procent CO2-reductie in 2050. Er is de komende 32 jaar veel werk te doen.

„Het valt op dat er nauwelijks een debat over kernenergie is”, zegt onderzoeker Bert Daniëls van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), het onderzoeksinstituut van de overheid voor klimaat en milieu. Het PBL schreef afgelopen voorjaar op verzoek van het kabinet een rapport dat de basis was voor de klimaatonderhandelingen die toen begonnen. Daniëls rekende met collega’s een reeks maatregelen door die kunnen bijdragen aan de Nederlandse klimaatdoelen in 2030. Een van de maatregelen: bouw een tweede kerncentrale.

De tweede kerncentrale was even terug, zes jaar nadat energiebedrijven Delta en RWE de stekker uit hun plannen trokken om in Borssele een tweede reactor neer te zetten – ze vonden het financiële risico te groot.

En toch: zo’n dure kerncentrale maakt de Nederlandse klimaatmaatregelen goedkoper.

Dat was een van de verrassendste conclusies van het PBL uit zijn rapport van april. Het scheelt de samenleving, met een grote slag om de arm, 200 miljoen euro per jaar. Een kerncentrale, met alles erop en eraan, lijkt als klimaatmaatregel nu efficiënter – als je kosten en klimaatbaten afweegt – dan het maximaal uitbouwen van windparken op de Noordzee.

Zo’n dure kerncentrale maakt de Nederlandse klimaatmaatregelen goedkoper

Maar Bert Daniëls, die de paragraaf over kernenergie schreef, noemde ook meteen de bezwaren. Om te beginnen: het duurt 10 à 15 jaar om een kerncentrale te plannen en te bouwen. „Dus je bent voor 2030 niet op tijd”, vat Daniëls aan de telefoon bondig samen. Daarbij is er geen enkel energiebedrijf in Europa dat nu op eigen houtje investeert in een kerncentrale. En de dan noodzakelijke staatssteun is er in Nederland niet. Kernenergie, concludeerden de PBL-onderzoekers, „sluit daarom niet aan bij de huidige beleidsrealiteit”. Daarbij speelt ook een rol, zegt het instituut expliciet, dat de kosten voor de bouw van een centrale heel moeilijk zijn in te schatten. Steevast blijken die kosten tegen te vallen.

Met deze aandacht van PBL was de kous af. Minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD) wijdde in zijn reactie op het rapport aan de Tweede Kamer geen woord aan de nucleaire optie. Ook de voorlopige klimaatplannen die de onderhandelaars in juli presenteerden, zwijgen erover. En woensdag, tijdens het eerste Kamerdebat over energie en klimaat, kwam conventionele kernenergie niet één keer ter sprake.

Waarom die stilte in de politiek? En in de huidige coalitie? In hun verkiezingsprogramma’s noemden VVD en CDA vorig jaar kernenergie helemaal niet. D66 en ChristenUnie deden dat wel: deze regeringspartijen keren zich expliciet tegen de bouw van centrales.

Op weg naar de uitgang

Kernenergie is in Nederland dus op weg naar de uitgang. Dit aardgasland werd nooit een kernenergieland. Frankrijk haalt bijna driekwart van de elektriciteit uit zijn kerncentrales, België de helft, Nederland 3 procent.

Borssele werd gebouwd tijdens de wereldwijde kernenergiehausse van de jaren zestig en zeventig. De Zeeuwse centrale sluit in 2033, na zestig dienstjaren. En dan is het afgelopen, zoals het er nu uitziet. Dodewaard is al meer dan twintig jaar dicht.

Ook in Europa zit er, alle lidstaten opgeteld, geen groei meer in kernenergie. De grote klap kwam in Duitsland in 2011. Drie maanden na de ramp in Fukushima en na felle protesten tegen kernenergie besloot de regering-Merkel tot de Atomausstieg: acht kerncentrales sloten direct, de overige negen gaan dicht in de jaren tot 2022. Ook de Zwitsers stemden net na Fukushima voor sluiting van hun vijf centrales – al is dat nog niet gebeurd. België besloot tot sluiting van zijn zeven kerncentrales in uiterlijk 2025.

Kinderen demonstreren tegen de kerncentrale in Biblis, Duitsland, na het ongeluk in de reactoren in Fukushima in 2011.

Foto Arne Dedert

En toch gaan er internationaal nu stemmen op voor kernenergie – en dat komt door de steeds indringender roep om klimaatverandering in te perken.

Afgelopen maandag publiceerde het vooraanstaande Amerikaanse wetenschappelijk instituut MIT een studie, deels betaald door de nucleaire industrie, die vooruit keek naar 2050. Zijn conclusie: zonder kernenergie „wordt het klimaatprobleem veel moeilijker en duurder om op te lossen”. Als de CO2-uitstoot in 2050 naar nul moet, is een stroomsysteem mét kernenergie een stuk goedkoper, bleek uit MIT’s computermodellen van onder meer het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk.

Het rapport is kritisch over sluiting van kerncentrales vóór het einde van hun levensduur, zoals in Duitsland gebeurt. In Duitsland neemt de CO2-uitstoot momenteel niet meer af, ondanks de veelbesproken Energiewende. Er zouden juist „rationele investeringen” gedaan moeten worden om de levensduur van bestaande reactoren te verlengen – met subsidies van overheden, aldus de onderzoekers.

Kerncentrales voor een beter milieu, het is even wennen voor wie is opgegroeid met het zonnetje dat ‘Nee bedankt’ zegt tegen kernenergie. Tegenstanders wijzen nog altijd op de kernrampen in Tsjernobyl (1986) en Fukushima (2011), en op het kernafval dat duizenden jaren opgeborgen moet worden.

Het mooiste afval

Maar de pro-nucleaire milieubeweging wordt luider, onder aanvoering van de Amerikaan Michael Shellenberger en zijn ngo Environmental Progress. Shellenberger sprak vorige week in Amsterdam, op uitnodiging van gelijkgestemde ‘ecomodernisten’. Hij keerde zich tegen fossiele centrales die slachtoffers maken door luchtvervuiling. En hij noemde kernafval „het mooiste afval dat er is”, omdat het, in tegenstelling tot de CO2 uit gas- en kolencentrales, is in te kapselen.

Eén van zijn Nederlandse medestanders is Joris van Dorp, in het dagelijks leven ingenieur voor duurzaam bouwen. „De kosten van klimaatbeleid zijn lager mét kernenergie. En toch heeft Nederland besloten om kernenergie geen rol te laten spelen. Politici voeren die discussie niet openlijk. Dat vind ik geen beschaafde manier om een land te besturen.”

Michael Shellenberger pleitte in Amsterdam zelfs tegen zonne- en windenergie. „Kernenergie verwoest onze woestijnen niet door er zonnepanelen over uit te strooien, en kernenergie verpest ons uitzicht niet met windmolens. Ik haat windmolens.”

“Kernenergie verwoest onze woestijnen niet door er zonnepanelen over uit te strooien, en kernenergie verpest ons uitzicht niet met windmolens”

De MIT-onderzoekers plaatsen kernenergie juist naast andere CO2-vrije energie. In Nederland verkende het Planbureau voor de Leefomgeving diezelfde mogelijkheid afgelopen herfst, in een rapport dat vooruitblikte naar 2050. De resultaten waren niet spectaculair, vat PBL-onderzoeker Daniëls samen: „Kernenergie bleek wel wat goedkoper, als je de CO2-uitstoot met 95 procent wil reduceren. Maar het kan ook zonder kernenergie.”

Het PBL voorziet dat de Noordzee na 2030 nog veel intensiever bebouwd wordt met windmolens: van 11,5 gigawatt naar minstens 40 GW. Wind op zee zal volgens het PBL veruit de belangrijkste bron van elektriciteit worden in de komende decennia.

Het kán niet alleen zonder kernenergie, het móét zonder kernenergie, vindt Jan Haverkamp. Deze internationaal actieve expert bij Greenpeace en antikernenergieorganisatie WISE ziet dat kerncentrales zich door hun hoge kosten uit de liberale stroommarkt prijzen. Kerncentrales werden de afgelopen decennia niet goedkoper, maar duurder. „Er moet voortdurend gesleuteld worden om ongelukken te voorkomen. Dat komt doordat de risico’s bij de bouw stelselmatig worden onderschat”, zegt Haverkamp.

Lees ook: Is het eng bij een kerncentrale?

De weinige nieuwe kerncentrales die op dit moment nog in Europa gebouwd worden, kosten miljarden: 5 miljard euro voor een relatief kleine centrale in Slowakije, tot meer dan 20 miljard euro voor de reusachtige Britse centrale Hinkley Point C.

Dat zowel MIT als PBL kernenergie toch „relatief goedkoop” noemt als klimaatmaatregel, komt doordat zo’n centrale een halve eeuw meegaat. Al die tijd levert een reactor – die evenveel stroom levert als honderden windmolens – klimaatwinst op. Ook vergt een centrale weinig aanpassingen aan het elektriciteitsnet, vergeleken met zonneparken en windmolens.

Batterij-opslag

Volgens ecomodernist Joris van Dorp gaan die financiële voordelen in Nederland vooral ná 2030 meetellen, omdat dan voor zon en wind duurdere investeringen gedaan moeten worden. „Zonne- en windenergie zijn prima technologieën. Maar als je daarmee de CO2-uitstoot tot 2050 helemaal naar nul wil brengen, moet je technologie gebruiken die nu nog heel duur is, zoals voor batterij-opslag.” Daar zou, vindt Van Dorp, vanwege de lange voorbereidingstijd van een kerncentrale nu een politieke discussie over moeten plaatsvinden.

Antinucleair activist Jan Haverkamp bestrijdt die lezing. Investeringen voor duurzame energie, zoals voor opslag en het stroomnetwerk, blijven volgens hem vér achter bij de kosten voor kerncentrales. „Door de lagere acceptatiegraad van risico’s moet in Frankrijk de komende jaren voor 0,7 tot 1,4 miljard euro per bestaande reactor extra worden geïnvesteerd.”

Wetenschapper Machiel Mulder, in Groningen hoogleraar regulering van energiemarkten, ziet evenmin plek voor kerncentrales in de markt. „Op dit moment bouwt geen enkele private partij in Europa een kerncentrale.” De bouwkosten zijn hoog, terwijl de elektriciteitsprijs juist is gedaald.

Ironisch: juist de groei van wind- en zonne-energie tast de marktomstandigheden voor kerncentrales aan. Er is straks meer behoefte aan flexibele centrales die kunnen inspringen als het niet waait en de zon niet schijnt. Een kerncentrale is daarvoor technisch geschikt, maar economisch kan het niet uit. Mulder: „Een kerncentrale is alleen rendabel als hij bijna continu draait.” Hij verwacht dat vooral gascentrales na 2030 zullen bijspringen.

Voorstanders van kernenergie, zoals de MIT-onderzoekers, vinden dat de overheid kernenergie moet subsidiëren, alsof het duurzame energie is.

Dan zal de politiek zich toch moeten mengen in het kernenergiedebat. En zie: de kernenergiesector, vertegenwoordigd door de Vereniging Nucleair Nederland, was laatst op bezoek bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat. Er zou „een feitendossier” over kernenergie voor het ministerie zijn gemaakt. Een teken dat er interesse is vanuit de politiek? Die indruk wil het ministerie zeker niet wekken. Dat dossier, benadrukt een woordvoerder van de minister, „is niet op ons verzoek”.

En voor de zekerheid: „Er is geen sprake van gewijzigd beleid.”

    • Hester van Santen
    • Erik van der Walle