Golven op bestelling voor surfdudes

Wave pools Golfslagbaden voor surfers rukken op – straks óók in Nederland. Waarom op wind wachten als je met een druk op de knop golven kunt maken?

Illustratie MAT

Hier klopt iets niet. Ik lig op mijn surfplank te wachten op golven, maar mijn zintuigen zijn het er niet mee eens. Mijn ogen protesteren omdat ik word omringd door een schilderachtig landschap van glooiende heuvels vol donkergroene bomen en er nergens een horizon met binnenrollende oceaandeining te bekennen is. Mijn smaakpapillen sputteren: ze proeven geen zout maar zoet water. En ook mijn oren weten zich geen raad: in plaats van het zalige ruisen der zee klinkt er zwaar, machinaal geloei dat langzaam maar zeker dichterbij komt.

Dan begint het water te kolken. Dat kan maar één ding betekenen: een golf!

Uit alle macht beginnen mijn armen te peddelen. Zodra ik vaart krijg en voel dat ik word opgetild, spring ik overeind op mijn plank, en jawel… ik sta. Zo’n honderdvijftig meter (absurd lang voor Nederlandse begrippen) kan ik naar hartelust racen, bochten draaien, of juist rustig cruisen. Na twintig seconden (ook absurd lang voor Nederlandse begrippen) is de rit voorbij en duik ik voldaan in het schuim.

En wil ik meteen meer.

Dit is het gevoel waaraan ik al bijna vijfentwintig jaar verslaafd ben – en waarvan ik nooit zal genezen. Hoeveel ik er ook heb bereden, de eeuwige honger (of dorst?) naar golven gaat nooit over. Daarom check ik zodra ik wakker word meteen alle golfhoogtes, windvoorspellingen en hoge- en lagedrukgebieden. Daarom kan ik nooit verder dan tien kilometer van de zee wonen. En daarom zijn vakantiebestemmingen zonder kustlijn taboe.

Tot nu dus.

Want in plaats van in een uitgestrekte oceaan lig ik tussen de heuvels van Noord-Wales, in een golfslagbad van driehonderd meter lang en 150 meter breed. In Dolgarrog, anderhalf uur onder Liverpool, is het terrein waar vroeger een aluminiumfabriek stond te roken, omgetoverd tot een kunstmatig surfwalhalla. In de zogeheten wave pool van Surf Snowdonia worden aan de lopende band golven afgevuurd op junkies zoals ik.

Surfen is óók: weten wanneer je waar moet zijn. Daarom zijn de beste surfers ook de beste voorspellers

Dat gaat zo: onder een lange pier die de ‘lagoon’ over de lengte in twee gelijke helften verdeelt, trekt een skiliftmotor een enorme strijkbout aan die het water omhoog stuwt. Zo ontstaat aan beide kanten een golf die gelijkmatig breekt. Gevorderden surfen zo dicht mogelijk naast de pier, waar de golf het grootst is (zo’n twee meter) en nog moet breken. Beginners liggen aan de rand van het bad en moeten genoegen nemen met schuim.

Belachelijk lange barrel

Jaarlijks komen hier zestigduizend surfers voor golven die ze thuis niet (vaak genoeg) kunnen vinden. Wave pools rukken op, met tientallen tegelijk: van New York tot Barcelona en van Marrakesh tot Tel Aviv. In Nederland zijn er vijf verschillende initiatieven om golfslagbaden te bouwen.

Dankzij stormachtige technologische ontwikkelingen is een ware wedloop ontstaan om het bouwen van de mooiste en meest consistente deining. Voorlopige winnaar: Kelly Slater. De beste surfer aller tijden en elfvoudig wereldkampioen verraste drie jaar geleden met een onwerkelijke golf, inclusief belachelijk lange barrel (ook wel: tunnel, het omslaande gedeelte waarin de surfer zich kan verstoppen). Dat zijn ‘Wave Ranch’ in Californië zich kan meten met de beste spots ter wereld blijkt uit het besluit van de World Surf League om er dit jaar een van de twaalf wereldtitelwedstrijden te houden. Van 6 tot 9 september wagen ’s werelds allerbeste atleten zich voor het eerst op een niet-natuurlijke golf, tussen de reguliere, legendarische haltes als Jeffreys Bay (Zuid-Afrika) en Pipeline (Hawaii) door.

Lees ook: Helaas kan iedereen surfen

Surf Snowdonia is lang niet zo perfect, maar kan toch aardig tippen aan de betere sessies waarvan ik me (zo gaat dat in een surfersbrein) nog elke golf kan herinneren. De lengte van de golf doet denken aan Imsouane (Marokko), waar mijn verzuurde benen begonnen te branden van het eindeloos bochten draaien. Net als in Lafitenia (Frans Baskenland) moet je snel overeind springen om niet te worden afgestraft („Voor vijftig pond per uur kun je jezelf geen fouten permitteren”, klaagt een surfer aan de andere kant van de pier na een genadeloze spoelbeurt.) En de snelheid heeft wat weg van die ene secret spot, vlak onder Santa Cruz (VS).

Lang niet slecht dus.

Onuitputtelijke voorraad perfecte golven

Swell (zoals surfers ‘deining’ noemen) op bestelling, dat is natuurlijk een wereldvondst. Als iedereen exact dezelfde golf krijgt, maakt dat de competitie eerlijker. Ook voor mindere goden en surfnomaden lijken wave pools de heilige graal: waarom zou je nog op moeder natuur wachten als er een onuitputtelijke voorraad aan perfecte golven binnen handbereik is?

Nou, dat is het ’m dus juist.

De schaarsheid van De Echt Goede Dagen maakt surfen juist zo mooi. Behalve een quick fix voor de broodnodige adrenaline is het ook een feest van hooggespannen verwachtingen die veel minder vaak uitkomen dan je zou willen. Dat langdurig smachten hoort bij het romantische ideaal dat veel surfers koesteren en – ik geef toe, nogal pathetisch – The Search noemen: de eeuwige zoektocht naar de perfecte golf. En die volmaakte samenloop van omstandigheden laat zich slecht rijmen met een lopende band.

Lees ook: Bekentenissen van een vliegvisser

Surfen is namelijk óók: weten wanneer je waar moet zijn. Daarom zijn de beste surfers ook de beste voorspellers. De zee kunnen lezen, dat is iets anders dan wachten tot er iemand op een knop drukt.

Maar toch…

De eerste zoetwatergolven mogen dan onwennig voelen, en het blijft een cultuurschok om door een loeiende strijkbout te worden achtervolgd én door een life guard in een hoge badmeesterstoel te worden bespied. Maar als ik de zoveelste golf aan gort probeer te raggen, moet ik toch toegeven: voor een veel te hete en vooral veel te platte zomer is dit een uitstekend alternatief.

Nóg maar een keer dus.

    • Frank Provoost