De luchtoorlog tegen Islamitische Staat in acht vragen

Nederland voegde zich in 2014 bij de internationale coalitie tegen Islamitische Staat. Wat was ook alweer de aanleiding? En wat is het resultaat tot nu toe?

Foto Defensie

1. Waarom doet Nederland mee aan het bombarderen van IS?

In 2014 stichtte terreurgroep Islamitische Staat een kalifaat. IS-strijders wisten grote delen van Syrië en Irak te veroveren en stonden najaar 2014 voor de poorten van Bagdad. Om het kalifaat zo veel mogelijk terug te dringen, en de wreedheden te stoppen ging Nederland in 2014 meedoen aan de bombardementen van IS-doelen. Het kalifaat zorgde voor veel onrust in de regio en bracht enorme vluchtelingenstromen op gang richting Turkije en Europa. De hele regio dreigde ontwricht te raken. Later werd het doel ook om IS als lanceerplatform voor terroristische aanslagen tegen het Westen te ontmantelen.

2. Vanaf wanneer deed Nederland mee?

Vanaf oktober 2014 voegde Nederland zich bij de internationale coalitie tegen Islamitische Staat. Ook nu nog, na de val van het kalifaat vorig jaar, bombarderen F-16’s doelen van IS in Oost-Syrië en Irak. Voor de Nederlanders was er een gevechtspauze van juli 2016 tot januari 2018. Die werd gebruikt om de F-16’s op te lappen en de piloten bij te laten trainen. In die tijd namen Belgische F-16’s de taak van de Nederlanders over.

3. Hoeveel vliegtuigen doen mee?

Nederland begon de missie met zes F-16-jachtvliegtuigen en twee reservevliegtuigen. Dat bleek echter al snel een te zware belasting voor Defensie. Vanaf oktober 2015, een jaar na de start van de missie, werd de missie verkleind naar vier F-16’s, met opnieuw twee reservetoestellen.

4. Hoeveel personeel ging mee?

Het ging tot nu toe in totaal om een kleine tweeduizend man. Sinds oktober 2014 ging er elke drie maanden een detachement van ongeveer 200 man naar Jordanië, vanaf oktober 2015 werd dat 150 man per keer. Inmiddels is in Jordanië het tiende detachement aangetreden, dit najaar volgt nog het elfde, vermoedelijk laatste. De detachementen overlappen sterk qua personele bezetting: meerdere vliegers gingen mee op meerdere missies. Tijdens de pauze van juli 2016 tot januari 2018 bewaakten dertig Nederlanders de Belgische F-16’s en het Belgisch militair personeel in Jordanië.

5. Hoe vaak en waar is er gebombardeerd?

In de eerste periode (oktober 2014 t/m juni 2016) hebben de F-16’s ruim 2.100 missies uitgevoerd. Daarbij werd ruim 1.800 keer gebombardeerd of geschoten met het boordwapen van de F-16’s. Sinds januari 2018 zijn er ongeveer tweehonderd missies geweest en zijn er tot begin juli ongeveer vijftig keer wapens ingezet. In deze periode voerden F-16’s verder vooral patrouilles uit.

In de eerste periode werd alleen in Irak gebombardeerd. Vanaf februari 2016 gebeurde dat ook in Oost-Syrië. (In West-Syrië waren vooral de Russen actief.) Preciezere locaties geeft Defensie niet vrij.

De bombardementen richtten zich volgens Defensie vooral op de infrastructuur van het kalifaat (hoofdkwartieren, aanvoerlijnen, wapen- en bommenfabrieken, olieraffinaderijen).

6. Kwamen de F-16’s tot nu toe in gevaar?

Vergeleken met andere oorlogen waaraan Nederland meedeed, zoals in Afghanistan en Kosovo, waren er erg weinig incidenten. IS beschikt(e) niet over eigen gevechtsvliegtuigen en nauwelijks over goed luchtafweergeschut waarmee de luchtvloot van de coalitie kon worden bedreigd. Februari 2015 werd een laagvliegende F-16 vanaf de grond beschoten door IS-eenheden met snelvuurwapens. De F-16 kon, ondanks de kogelgaten in de romp, gewoon doorvliegen en later opnieuw worden ingezet.

In 2016, onbekend is wanneer precies, werden twee F-16’s gedwongen uit te wijken naar een andere luchtmachtbasis in Jordanië omdat op de thuisbasis een zandstorm woedde. De twee F-16’s landden met zo goed als lege brandstoftanks op de alternatieve basis en keerden later terug.

7. Hoeveel kost de luchtoorlog tot nu toe?

Vermoedelijk rond de 300 miljoen euro. Defensie verstrekt alleen cijfers van de kosten inclusief de trainingsmissie, waarbij Nederlandse instructeurs op de grond Irakese en Koerdische militairen trainen. De totale kosten waren tot eind 2017 ongeveer 270 miljoen euro, aldus Defensie. Dit betreft onder meer de uitgaven voor de verplaatsing naar Jordanië. Het exploiteren van luchtmachtbasis en kamp in de woestijn, alsmede de logistieke ondersteuning vallen ook onder de genoemde kosten.

8. Wat is het resultaat van de luchtoorlog?

Het Islamitische kalifaat bestaat niet meer, al is dat vooral te danken aan de grondtroepen van Irak en de Koerden. Nederlandse F-16’s en andere vliegtuigen ondersteunden die grondtroepen sinds 2014 bij het terugdringen van IS. Ook wisten de bombardementen de infrastructuur van IS (hoofdkwartieren, aanvoerlijnen, opslagplaatsen, bommenfabrieken, olieraffinaderijen) plat te leggen.

IS bestaat echter nog steeds, als guerillabeweging die aanslagen pleegt en ontvoeringen op touw zet. Ze maakt zelfs een stevige groei door, zo wezen cijfers van Amerikaanse inlichtingendiensten uit. Het Amerikaans opperbevel schatte dit voorjaar het aantal overgebleven IS-strijders op hooguit een paar duizend; ook Nederland ging daarvan uit. Inlichtingendienst DIA kwam in de zomer echter met een schatting van ruwweg dertigduizend in Irak en Syrië. Onduidelijk is echter hoeveel daarvan echt strijder zijn. Ze houden zich onder meer op in gebieden (‘pockets’) in Oost-Syrië. Sinds het begin van de interventie in 2014 zijn „enkele tienduizenden strijders” van IS omgekomen, schreef het kabinet aan juni aan de Tweede Kamer.

    • Kees Versteegh