Bilbao is booming, met een beetje dank aan Dan Brown

Stedentrip In de jaren 80 was het een vieze stad, aan een stinkende rivier. Nu is Bilbao een toeristentrekker. „De rivier is nog steeds het middelpunt.”

Het stadhuis van Bilbao, aan de Nervión, in het oude deel van de stad. Foto’s Istock, Shutterstock

Iñaki Uriarte heeft vanuit zijn woonkamer een prachtig uitzicht op de Nervíon. De rivier slingert langs tal van pronkstukken aan de kade dwars door Bilbao. Hoe anders was dat in 1986, toen de architect zijn huis in Campo de Volantín betrok. Bilbao stond destijds bekend als een vieze, grimmige plek waar een stinkende stroom water langs scheepswerven, hoogovens en de metaalindustrie naar de zee stroomde. „Ja, mijn huis is wel wat in waarde gestegen”, zegt Uriarte met een bescheiden glimlach.

Bilbao – of ‘Bilbo’ zoals de Basken zelf zeggen – is booming. De terreur van de Baskische afscheidingsbeweging ETA behoort definitief tot het verleden. De wapens zijn ingeleverd, de organisatie is afgelopen mei officieel opgeheven. Het Guggenheim van de Canadees-Amerikaanse architect Frank O. Gehry geldt sinds 1995 als de grote, moderne trekpleister van de stad met nu 350.000 inwoners. Het museum speelt een prominente rol in het vorig jaar verschenen en dit jaar in het Nederlands vertaalde boek Oorsprong van de Amerikaanse schrijver Dan Brown, waardoor er een nieuwe stroom bezoekers is ontstaan.

Lees ook onze recensie van ‘Oorsprong’ van Dan Brown: Dan Brown slaat de lezer te vroeg knock-out

Maar er is meer te bewonderen langs de rivier. De Mercado de la Ribera (uit 1929), waar je overdekt boodschappen kunt doen, heeft de vernieuwingsdrang overleefd. Net als de indrukwekkende Puente de Vizcaya. Deze oudste zweefbrug ter wereld werd ontworpen door een leerling van Gustave Eiffel en verbindt sinds 1893 de plaatsjes Portugalete en Las Arenas over de Nervíon. Modern is de Zubizuri, een boogbrug voor voetgangers van de beroemde architect Santiago Calatrava, die vanaf 1997 in gebruik is.

Ook de oude binnenstad heeft nieuw elan. Onder de bogen aan het monumentale Plaza Nueva is het aantal barretjes verdrievoudigd. Bilbao is met acht restaurants met een Michelinster ook één van de gastronomische hoofdsteden van Europa. Overal op het plein, even ten noorden van de kathedraal van Santiago de Bilbao, liggen de pintxos uitgestald. Deze hapjes zorgen doorgaans voor een smaakexplosie in de mond. Neem bijvoorbeeld Pintxo Chomin: een stukje stokbrood met daarop gerookte zalm, hardgekookt ei, garnaal en ansjovis. De Basken nemen er het liefste een txakoli bij, een lokaal cider-achtige drankje.

Trots, maar ook vrees

De combinatie van cultuur, gastronomie en water werkt als een magneet op toeristen. Ze blazen de economische motor van Baskenland nieuw leven in. Vorig jaar kwamen er bijna een miljoen toeristen naar de stad die door de Ierse Academy of Urbanism – een onafhankelijk platform van stedenbouwers – dit jaar is uitgeroepen tot European City of the Year. Oude, vervallen gebouwen werden omgebouwd tot appartementencomplexen, lokale winkels maakten plaats voor souvenirwinkels en grote ketens als Zara en Primark verschenen in het centrum. Aan de randen van de stad lijkt de tijd in de oude volksbuurten echter stil te hebben gestaan.

Het Guggenheim Museum, aan de Nervión, sinds 1995 de grote trekpleister van de stad. Foto’s Istock, Shutterstock

De gedaanteverandering roept gemengde gevoelens op bij de Basken. Ja, ze zijn trots dat Bilbao weer iets terug heeft van de allure die het begin vorige eeuw had, maar de inwoners vrezen ook voor verlies van de identiteit van de havenstad. „Stadsvernieuwing luistert heel nauw”, vindt architect Uriarte. „Bilbao is altijd een havenstad geweest. Scheepvaart en handel zitten de mensen in het bloed. Je moet daarom oppassen dat je niet al te rigoureus alle herinneringen aan het verleden wegpoetst. Je kunt ook oude scheepswerven van buiten opknappen en er binnenin nieuwe activiteiten beginnen.”

Lees hier hoe de boeken van Dan Brown te verfilmen: Dan Brown-thrillers voelen verheven

Volgens hem is het onmogelijk een juist oordeel te vellen over het huidige Bilbao zonder het verleden van de stad te kennen. De stad en de rivier hebben altijd een twee-eenheid gevormd. Eeuwenlang was het water cruciaal voor de handel en de industrie. Boten voeren af en aan , treinen reden vol met goederen langs de kade en de oevers waren volgebouwd met fabrieken en scheepswerven. Vrijwel niemand wilde bij het water wonen. Uriarte: „Er werd van alles in de rivier geloosd. Het was allesbehalve een prettige leefomgeving, maar hier werd wel goed geld verdiend. De rivier is nog steeds het middelpunt, maar met compleet andere activiteiten. De blikvangers staan langs het water en er wordt grof verdiend aan toeristen.”

Noodgedwongen bezinning

Het jaar 1983 was een belangrijk omslagpunt in de moderne geschiedenis van Bilbao. Na een verwoestende overstroming, die in totaal 38 levens eiste in Baskenland, kwam het stadsbestuur noodgedwongen tot bezinning. Dit was het moment – vijf jaar na de Spaanse transitie van dictatuur naar democratie – om Bilbao te hervormen.

Stukken braakliggend terrein kwamen in handen van de gemeenschap. In overleg met de bevolking schetsten verschillende architecten het Bilbao van de 21ste eeuw waarbij de mens centraal kwam te staan. Grote schepen kwamen niet verder meer dan de zeehaven, auto’s werden van de kade geweerd, spoorrails maakten plaats voor een wandelboulevard, tal van bruggen verbonden de stadsdelen met elkaar en de oude ‘Noorse houthandel’ moest plaatsmaken voor een iconisch museum. Bilbao kreeg een strakke metro, ontworpen door Sir Norman Foster.

De ingang van de metro, station Abando – tevens een groot treinstation (Bilbao-Noord). Foto’s Istock, Shutterstock

Als Uriarte uit het raam naar rechts kijkt, ziet hij de parel van de stad opdoemen: Museo Guggenheim. „Er was vooraf al bepaald dat op die plek een museum zou komen dat veel publiek zou moeten trekken. Met daarnaast een park en verderop een congrescentrum. Zo is geschied. Bilbao won de strijd om het Guggenheim van Salzburg”, zegt Uriarte. „In de media wordt het succes van de stad altijd toegeschreven aan de komst van het museum. Maar volgens mij is het juist andersom. Het Guggenheim had een gespreid bedje aan de kade klaarstaan en heeft optimaal geprofiteerd juist van de metamorfose van Bilbao.”

Fernando Aramburu schreef een bestseller over het lot van het verscheurde Baskenland. Lees hier onze recensie

Met het uiterlijk veranderde ook het karakter van de binnenstad. Socioloog Lorenzo Vicario van de Universidad del País Vasco kijkt er met gemende gevoelens naar. „Voor de buitenwereld is Bilbao een succesverhaal. En ook heel veel inwoners van de stad gaan daar in mee. De toeristen brengen veel geld binnen. Maar wie profiteren daar in de praktijk van? De bewoners in de oude stadswijken buiten het centrum zien alles alleen maar duurder worden. Maar misschien moeten we ons afvragen van wie de stad nu eigenlijk is. En of alles gemoderniseerd moet worden.” Zelfs het voetbalstadion San Mamés – ‘de kathedraal’ genoemd – heeft plaatsgemaakt voor een moderner stadion. „Velen denken met weemoed terug aan de witte boog boven de hoofdtribune van het oude San Mamés. Athletic speelde er honderd jaar.”

Voetbalstadion San Mamés, ook aan de Nervíon gelegen, waar Athletic speelt. Foto’s Istock, Shutterstock

Het nieuwe San Mamés is echter door een nieuwe generatie fans snel omarmd. Er wordt nog wel een oude traditie in ere gehouden. Het shirt van Athletic Bilbao mag alleen gedragen worden door voetballers met Baskische roots – er spelen dan ook alleen Basken. En het nationale elftal is al decennia lang niet welkom geweest in Bilbao. Maar nu ‘de nieuwe kathedraal’ als enig stadion in Spanje is aangewezen voor het EK van 2020 zal ook dat verzet waarschijnlijk gebroken worden. Spanje in San Mamés. Voor veel oude Basken zal het dan écht voelen alsof de ziel aan de duivel is verkocht.

    • Koen Greven