De brief en ruzie waar de Tweede Kamer niets over mocht weten

Reconstructie verpleeghuizen Het debat over verpleeghuizen zou niet meer ‘gepolitiseerd’ worden, beloofde heel Den Haag. Achter de schermen bleek politiek spel te worden gespeeld op het hoogste niveau.

Staatssecretaris Martin van Rijn Foto Martijn Beekman/ANP

Eendracht maakt macht. Onder die spreuk aan de wand zitten de ministers van Rutte II bij elkaar in de Trêveszaal op 24 mei 2017. De Tweede Kamerverkiezingen zijn voorbij, het kabinet is demissionair en er is geen journalist die nu op hen let. Ook alle dagjesmensen staan aan de overkant van het Binnenhof: daar lijkt het politieke drama te zijn, want de kabinetsformatie is net weer mislukt.

Maar de politieke ruzie die zich afspeelt in de Trêveszaal, heeft gevolgen tot op de dag van vandaag. De inzet: 2,1 miljard euro voor ouderen in verpleeghuizen.

Je zou denken: hoezo ruzie? Zeven maanden eerder heeft een manifest voor betere ouderenzorg, van Hugo Borst en Carin Gaemers, veel aandacht gehad. Alle partijen in de Kamer schaarden zich erachter: er moet een einde komen aan de mensonterende omstandigheden in verpleeghuizen. De partijen hebben ook – overeenkomstig het eerste punt van het manifest: Stop met het politiseren van verpleeghuiszorg – aan de kiezers beloofd dat daar geen politiek gedoe over komt. Níét over de rug van kwetsbare bejaarden.

Maar dat gebeurt dus wel: in het voorjaar van 2017 ruziën bewindslieden en ambtenaren tot het laatste moment over dat geld. VVD-ministers willen zich er niet bij neerleggen dat het enorme bedrag zomaar op de nieuwe begroting komt, en de Tweede Kamer krijgt niet te horen dat er überhaupt nog debat mogelijk is over de hoogte ervan. Dat blijkt uit interne notities en e-mails in bezit van NRC, en uit gesprekken met twaalf direct of indirect betrokkenen.

Hoezo, niks aan te doen?

In de Trêveszaal heeft staatssecretaris Martin van Rijn (Volksgezondheid, PvdA) een mededeling: er gaat 2 miljard euro naar verpleeghuizen. Op zijn ministerie is bekend geworden dat het zoveel kost om de zorg daar weer op orde te krijgen.

Normaal gesproken gaan ministers daar dan over vergaderen – kan er niet wat af of bij, moet het echt? –, maar nu legt Van Rijn uit dat dat geen optie is. Dat zit zo: in 2014 heeft het Zorginstituut Nederland de macht gekregen om onafhankelijk van de politiek bindende uitspraken te doen over de zorg in Nederland. Het instituut heeft vastgesteld wat nodig is voor betere verpleeghuizen, en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en het Centraal Planbureau (CPB) hebben uitgerekend wat dat kost: 2,1 miljard euro.

Niks aan te doen, zegt Van Rijn tegen zijn collega’s.

Lees ook: Een som van 2,1 miljard waar niemand iets aan kan doen

Die worden boos. Hoezo ‘niks aan te doen’? Het zijn vooral ministers Henk Kamp (Economische Zaken) en Jeanine Hennis (Defensie) die zich opwinden. Je kunt toch niet zomaar zo ongelofelijk veel geld eisen? De crisis is net achter de rug, elk ministerie heeft moeten vechten voor elke cent. En nu zou een club van buiten ineens bepalen dat er sowieso 2,1 miljard op de begroting komt?

Ingewikkeld is het wel voor de VVD’ers. Hun eigen politiek leider, Mark Rutte, heeft in de verkiezingscampagne zelf beloofd zich in te gaan zetten voor 2 miljard extra naar de verpleeghuiszorg. Ze gunnen zwakke ouderen ook echt wel meer geld. Maar moet dat zo? Ze geloven ook niet zomaar dat het precies 2,1 miljard moet zijn.

Hoeveel juridische beweegruimte er is, blijkt ook al te zijn uitgezocht. Ambtenaren van Volksgezondheid en Financiën hebben er een memo over gekregen van juristen van de landsadvocaat. Die schrijven: „De mogelijkheden hier ‘nog wat aan te doen’ zijn zeer beperkt.” Ze noemen nog wel „denkrichtingen” die kunnen helpen „om de financiële gevolgen enigszins te mitigeren”.

In die verhitte ministerraad wordt nog wel afgesproken om uiterlijk op 31 mei een brief over het geld naar de Tweede Kamer te sturen. Met daarin een samenvatting van het advies van de landsadvocaat. Dan kan de Tweede Kamer zelf lezen hoe het juridisch in elkaar zit.

Diezelfde woensdag nog wordt het nieuws over de „miljardentegenvaller” van 2,1 miljard euro gelekt naar De Telegraaf. Van Rijn wordt door de NOS gevraagd of dat geld echt moet worden betaald. Hij doet alsof daar geen discussie over is: „Het is volstrekt helder dat dit de consequentie is.”

‘Dan wil de Kamer het hebben’

Ambtenaren horen al snel van hun ministers dat er ruzie is geweest in de ministerraad. In de laatste week van mei krijgen ze de opdracht met een Kamerbrief te komen waar alle bewindslieden mee kunnen instemmen.

Allerlei ministeries willen meepraten. Het ministerie van Defensie bemoeit zich ermee, Infrastructuur en Milieu, Economische Zaken, Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Algemene Zaken, Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Meer dan vijftien ambtenaren houden zich bezig met de brief, soms tot na middernacht. Er zijn verschillende overleggen, soms alleen over de laatste zin van de brief.

De afspraak van de ministers om de notitie van de landsadvocaat in de Kamerbrief samen te vatten, wordt al snel bediscussieerd. Een adjunct-raadsadviseur van het ministerie van Algemene Zaken, een hoge ambtenaar van premier Rutte, mailt op 24 mei aan een collega van Volksgezondheid: „Vanuit ons het verzoek om niet expliciet aan de landsadvocaat te refereren, omdat de Kamer dan het advies wil hebben. Dat proberen we zoveel mogelijk te vermijden om onze positie in eventuele toekomstige rechtszaken niet te ondermijnen.”

Lees ook: Uitgebreide reacties over de kabinetsruzie rond verpleeghuismiljarden

De argumenten van de landsadvocaat mogen gebruikt worden in de brief, als het bestaan van de notitie zelf maar geheim blijft. Dat vindt ook een hoge ambtenaar van Volksgezondheid.

Het leidt ertoe dat het memo inderdaad nooit naar de Tweede Kamer wordt gestuurd. De volksvertegenwoordigers komen daardoor niet te weten dat het stuk bestaat – en dat er blijkbaar discussie mogelijk is over de hoogte van het bedrag.

Een dag voordat de brief van Martin van Rijn naar de Tweede Kamer moet, krijgt de beraadslagingen tussen de ambtenaren het karakter van een onderhandeling. Het gaat erom: vertellen we de Tweede Kamer dat er 2,1 miljard euro naar verpleeghuizen moet? Of zeggen we dat er beweegruimte is?

Dit is iets voor de Inspectie der Rijksfinanciën, een groep ambtenaren die namens het ministerie van Financiën moet voorkomen dat departementen te veel geld uitgeven. De 2,1 miljard bestaat eigenlijk uit twee delen. Volgens de NZa is 1,3 miljard nodig om de verpleeghuizen te verbeteren. Het CPB denkt dat nog eens 0,8 miljard euro nodig is, onder andere omdat de verwachting is dat meer ouderen in het verpleeghuis gaan wonen.

Vertellen we de Tweede Kamer dat er 2,1 miljard euro naar verpleeghuizen moet? Of zeggen we dat er beweegruimte is?

Over dat tweede bedrag lijken twijfels te zijn. De ambtenaar van de Inspectie der Rijksfinanciën schrijft aan collega’s: „We hechten er zeer aan hier op te nemen dat de NZa het niet evident vindt dat deze kosten moeten worden gemaakt.”

Je zou dus kunnen denken: het ministerie van Volksgezondheid zegt de Tweede Kamer dat het 1,3 miljard kost. Zo gaat het niet. Een ambtenaar van Volksgezondheid laat aan collega’s weten dat er gewoon komt te staan: 2,1 miljard. Want dat is ook al gemeld aan de onderhandelaars in de kabinetsformatie. Wel wordt nog toegevoegd dat „niet evident” is dat de 0,8 miljard euro echt uitgegeven gaan worden. Andere voorstellen van departementen om het bedrag omlaag te krijgen worden ook door het ministerie van Volksgezondheid aan de kant geschoven: „Bovenstaande suggestie hebben we niet overgenomen.”

Dreigen met extra ministerraad

VVD-ministers Henk Kamp en Jeanine Hennis, die het goed met elkaar kunnen vinden, maken zich erg druk over de kostenpost. Vooral Kamp, die geldt als de bemoeial van het kabinet-Rutte II. Hij ziet het als zijn taak om ook alle dossiers van collega’s te lezen en met hen in discussie te gaan. Ongebruikelijk – net als zijn e-mailadres. Voor het vaste @minez.nl gebruikt Kamp de naam van een van de meest voorkomende weidevogels in ons land. Zwart-wit, met kenmerkende kuif en opvallend brede vleugels: de kievit.

Hennis stuurt op de ochtend van 30 mei een e-mailtje aan kievit@minez.nl: ze komt met argumenten die hem kunnen helpen bij het gesprek dat Kamp die avond zal hebben met Van Rijn.

Voor Hennis is het memo van de landsadvocaat belangrijk. Ze ziet ook wel dat de juristen het extra geld „onontkoombaar” noemen. Tegelijk merkt ze op dat de juristen „draaiknoppen” zien om „de hoogte van die extra middelen te beïnvloeden”. Dat betekent, vindt Hennis, dat de minister van Volksgezondheid „een sleutel in handen” heeft om minder geld uit te geven voor de verpleeghuiszorg.

Die avond zegt Kamp opnieuw tegen Van Rijn dat het ministerie van Volksgezondheid niet zomaar 2 miljard kan opeisen. Dat juist zijn eigen VVD eerder 2 miljard euro zei te willen voor de verpleeghuizen, lijkt even geen rol te spelen. Noch dat het manifest waar het mee begon, nadrukkelijk opriep er geen politiek spel van te maken. Kamp dreigt met het bijeenroepen van een extra ministerraad.

Van Rijn belooft opnieuw naar de brief te kijken – die móét een dag later naar de Tweede Kamer. Er staat voor Van Rijn veel op het spel: extra geld regelen voor verpleeghuizen kan een van zijn belangrijkste wapenfeiten worden. Om 23.11 uur stuurt hij Kamp een nieuwe conceptversie.

Kamp is niet tevreden. Hij vindt dat nóg duidelijker moet worden dat het bedrag lager kan uitvallen. Van Rijn reageert geïrriteerd: we moeten niet doen alsof die 2,1 miljard niet klopt, schrijft hij na middernacht.

Pas de volgende ochtend gaat Kamp alsnog akkoord. Op zijn verzoek zijn passages uit de brief gehaald die beschrijven hoe slecht het gaat in verpleeghuizen en waarom het extra geld zo hard nodig is; te emotioneel. Ook wordt niet meer drie keer het bedrag van 2,1 miljard euro genoemd (aan het begin, in het midden, op het einde), maar één keer (in het midden). In de slotzin staat nu dat partijen die onderhandelen over een nieuw kabinet nog kunnen besluiten hoe ze de miljarden willen uitgeven en op welke begroting ze komen.

Van Rijn heeft het voor elkaar: er gaan miljarden naar de verpleeghuizen. Hij laat aan de Tweede Kamer weten dat er juridisch niks meer aan te doen is, omdat het verbeterplan nu eenmaal verplicht is. De Volkskrant noemt het volgen van die ambtelijke route om geld los te krijgen later ‘het perfecte politieke misdrijf’ van Van Rijn.

Kamp kan het maar moeilijk van zich af zetten. Op vrijdag 30 juni komt hij er in de ministerraad weer op terug. De ministers komen nog tot een compromis: ze zullen beginnen aan een wetswijziging die in de toekomst de minister altijd het laatste woord geeft over grote uitgaven in de zorg – een ‘noodremprocedure’.

Want iedereen is het er wél over eens dat wat zich de afgelopen maanden afspeelde in het kabinet, nooit meer mag gebeuren.

Ruzie blijft verborgen

De nieuwe minister van Volksgezondheid, Hugo de Jonge (CDA), heeft nu al de eerste honderden miljoenen vrijgemaakt voor de verpleeghuizen. Hij is vast van plan om het hele bedrag van 2,1 miljard uit te geven. De verwachting is dat de verpleeghuizen deze maand op Prinsjesdag weer een grote post vormen op de begroting van het ministerie van Volksgezondheid.

De Tweede Kamer had vorig jaar veel vragen, maar is nooit te weten gekomen dat in het kabinet-Rutte II opties zijn besproken om minder geld uit te geven aan de verpleeghuizen.

Het memo van de landsadvocaat noemde Van Rijn in zijn antwoorden (65 kantjes lang) niet. De twijfels over de juridische verplichting het geld uit te geven ook niet, en de onenigheid tussen ministers al helemaal niet.

De Tweede Kamerleden vroegen niet door – ze konden niet weten wat voor hen verborgen bleef.

Luister ook naar deze aflevering van onze podcastserie Haagse Zaken: Nu is er geld, en toch is iedereen boos
U kunt zich ook abonneren via iTunes, Stitcher, Spotify of RSS.
    • Enzo van Steenbergen