De behoefte niet alleen te zijn

Studentenverenigingen Studentenverenigingen zijn onverminderd populair. Omdat er überhaupt meer studenten zijn, maar ook omdat ze zich willen ontplooien, woonruimte moeten hebben en vrienden willen maken.

Foto's David van Dam

Ook in de tijd van Snapchat en ‘Insta’ is studentenlied Io vivat levend, en houden jonge mannen en vrouwen vaandels vast. Jasje-dasje, zij het met sneakers, en bij gelegenheid in gala, zij het met kortere jurken.

Studentenverenigingen zijn onverminderd populair, blijkt uit een inventarisatie van NRC onder corpora en verenigingen verbonden aan het studentenverband Aller Heiligen Convent (AHC). Bij vrijwel ieder corps steeg de afgelopen vijf jaar het aantal studenten dat lid werd. Volgens Alexandra Kist, praeses van vrouwencorps UVSV/NVVSU uit Utrecht, is haar vereniging „nog nooit zo populair geweest als nu”. Er is de laatste jaren zelfs een ledenstop, net als bij mannelijke tegenhanger USC.

Bij AHC-verenigingen zijn de ledenaantallen redelijk stabiel. Sommige verenigingen zagen het aantal aanmeldingen flink groeien.

Lees ook: ‘Wie een grote mond heeft, verdient een lesje’

De Landelijke Kamer voor Verenigingen, waarbij 47 studentenverenigingen zijn aangesloten, ziet drie mogelijke verklaringen. Eén: de arbeidsmarkt, die van studenten verlangt dat ze zich ontplooien naast hun studie (organiseren, besturen, beheren). Twee: de woningmarkt, die zo krap is dat het moeilijk is een kamer te vinden – verenigingshuizen bieden soelaas. En drie: de vriendenmarkt. „Bij studentenverenigingen vind je lange en hechte contacten”, zegt voorzitter Matthijs Kneepkens. „Clichés zijn er niet voor niets.”

De cijfers staan in schril contrast met de negatieve berichtgeving in de afgelopen twee jaar. Misstanden binnen verenigingen, van intimidatie en seksisme tot fysiek geweld, werden breed uitgemeten in de media. De bestuursbeurzen van Vindicat, UVSV/NVVSU en het Rotterdamse corps werden opgeschort. Ook bij AHC-verenigingen rommelt het. In juni werd een bestuurslid van het Leidse Quintus op non-actief gezet na beschuldigingen van seksueel wangedrag.

Eenling

De behoefte niet eenzaam in de wereld te staan: zo omschrijft universiteitshoogleraar (en senator voor D66) Paul Schnabel de aantrekkingskracht van studentenverenigingen. „In Nederland staan we er niet bij stil dat we hier nauwelijks een campussensysteem hebben, zoals in Amerika en Engeland. Daar woon je in een dormitory of op een college en deel je een kamer. Hier komen studenten als eenling naar een nieuwe stad.”

Tel daarbij op dat het hoger onderwijs anoniemer is geworden, met videocolleges en zalen voor soms wel zevenhonderd studenten. Wie vandaag de dag een tentamen maakt, moet vooral zijn studentnummer niet vergeten op te schrijven – anders verdwaalt het werk in een bureaucratische brij. In die vreemde, nieuwe wereld is het fijn ergens bij te horen.

De vele aanmeldingen laten zich ook verklaren door de toename van studenten in Nederland. En let wel: nog altijd is het een kleine minderheid die lid wordt. Vorig jaar schreven in totaal 9.864 studenten zich bij een vereniging in. In totaal waren in 2017 meer dan 700.000 studenten ingeschreven bij universiteiten en hogescholen.

Het leenstelsel, het bindend studieadvies en de geweldsincidenten tijdens ontgroeningen lijken de verenigingen niet echt te hebben aangetast – al weten we natuurlijk niet wat er met het aantal inschrijvingen was gebeurd zonder die incidenten. Wel is duidelijk dat de student van nu steeds korter student is. „En dus minder lang actief lid”, zegt Kneepkens van de LKVV. Tegen verenigingsfuncties zeggen ze vaker nee, vanwege studie-eisen. „Maar ze moeten zich kunnen ontwikkelen. En niemand zit te wachten op studenten die alleen maar in de collegebanken hebben gezeten.”

‘Altijd al lid willen worden’

Volgens UVSV/NVVSU-praeses Kist, die onder meer in talkshow Jinek plaatsnam na een uitzending van Rambam over de ontgroening van haar corps, heeft alle publiciteit juist positieve gevolgen gehad voor haar vereniging. “Er zijn meisjes lid geworden die nog nooit van UVSV hadden gehoord en ons via de media leerden kennen. Negatieve publiciteit is ook publiciteit.”

Dries van de Voort, vicevoorzitter van de Maastrichtse vereniging Circumflex, denkt dat “de studenten waar wij naar op zoek zijn, zich niet zoveel aantrekken van wat zich in het nieuws afspeelt”. Volgens hem is de berichtgeving “opgeblazen” en kunnen aspirant-leden daar “doorheen prikken”.

Dit herkent Marc Mohr, rector van misschien wel de bekendste studentenvereniging: het Groningse Vindicat. “Mensen die iets tegen ons hebben, zoeken daar bevestiging van en vinden dat in de krant. De eerstejaarsleden die ik spreek zeggen dat ze ondanks diezelfde berichten nooit hebben getwijfeld, dat ze altijd al lid wilden worden.”

Familie- en vriendschapsbanden spelen hierbij een rol. Volgens bestuursleden van verschillende verenigingen kennen veel aspirant-leden studenten die al lid zijn, of dat waren. Zo ook Mohr zelf, die zegt in het stereotype plaatje te passen. “Mijn vader was lid, net als mijn zus. Door hun leuke verhalen ben ik bij Vindicat gekomen.” Josephine Dupont, vicevoorzitter van het Leidse Quintus: “De meeste aspirant-leden hebben al lang een beeld van de vereniging gevormd, waardoor ze minder naar negatieve berichten luisteren.”

Vijf eerstejaars over het verenigingsleven

Fotograaf David van Dam fotografeerde eerstejaars leden van het Utrechtsch Studenten Corps (USC) voor en na hun ‘ontgroening’ (tegenwoordig ‘kennismakingstijd’ of ‘KMT’). Oftewel: vlak nadat ze zich inschreven bij de UIT-week en twee weken later nog eens , na hun installatie als lid van ‘de kroeg’, zoals het in studententaal heet. In de tussentijd werden ze, zoals sommigen grapten, „een echte man”.

    • Mirjam Remie
    • Floor Bouma