Burt Reynolds: icoon van de jaren 70 was meer dan een sekssymbool

Burt Reynolds (1936-2018)

De Amerikaanse filmacteur symboliseerde met zijn optimisme, provocerende nonchalance en brutale lijfelijkheid het afscheid van het nerveuze Nixontijdperk.

Als elk decennium van de Amerikaanse cinema zijn iconen heeft – Clark Gable in de jaren 30, John Wayne in de jaren 40, James Dean in de jaren 50 – dan was Burt Reynolds de Amerikaanse icoon van de jaren 70.

Niet omdat hij de beste acteur was, in die jaren maakten Dustin Hoffman, Jack Nicholson, Al Pacino en Robert Redford allemaal betere films dan Reynolds. Niet omdat hij van 1978 tot 1982 de best betaalde en meest waardevolle acteur van Hollywood was. Maar omdat hij met zijn optimisme, provocerende nonchalance en brutale lijfelijkheid het afscheid van het nerveuze Nixontijdperk symboliseerde.

Acteren was de tweede keus voor de geblesseerde American footballspeler Reynolds. De in Lansing, Michigan geboren Reynolds werd in 1957 afgewezen voor een rolletje in de film Sayonara omdat hij te veel zou lijken op hoofdrolspeler Marlon Brando. Reynolds, met zijn donkere wenkbrauwen, zou dat vaker horen en sprak er in interviews met wrange ironie over. Brando stond immers aan het andere uiterste van het acteerspectrum, met diepdoorvoelde rollen en zijn opleiding bij de Actor’s Studio. Reynolds heeft daar twee dagen rondgelopen, vertelde hij dit jaar aan The Desert Sun, en toen vroeg hoofddocent Stella Adler neerbuigend: „Wil je soms acteur worden omdat je op Marlon Brando lijkt?”

Als pin-up in vrouwenblad

Hij speelde vooral bijrollen in tv-series: cowboy of politie. Tot hij na bijna vijftien jaar ineens een van de hoofdrollen kreeg in Deliverance (John Boorman, 1972). Vier stadse mannen die een uitdaging in de natuur zoeken en per kano een woeste rivier afgaan. De vier dalen af in de hel die het platteland is, drie komen er beschadigd weer uit.

De rol veranderde Reynolds’ status in Hollywood voorgoed. Beslissender voor zijn carrière nog was het besluit van vrouwenblad Cosmopolitan datzelfde jaar om een pin-up foto van Reynolds af te drukken. Naakt op een berenvel, een dunne sigaar in de mond, het lichaam fors behaard, de linkerarm houdt zijn geslachtsdeel uit zicht. Op de cover van het blad stond: „Eindelijk een middenpagina met een naakte man!” De omzet van Cosmopolitan schoot omhoog en Burt Reynolds veranderde van acteur in een sekssymbool.

Toen hij daarna toneel speelde, merkte hij dat het publiek van „beleefd luidruchtig” was geworden, schreef hij in zijn autobiografie My Life. „Ze waren meer geïnteresseerd in mijn schaamhaar dan in het toneelstuk.”

Star Wars

In het interview met The Desert Sun vertelde Reynolds dat zijn favoriete acteur Spencer Tracy hem ooit had gevraagd of hij acteur was. „Daar is de jury nog over aan het beraadslagen”, antwoordde Reynolds . „Laat het vooral niemand merken”, zei Tracy. „Dat is het beste advies dat ik ooit heb gekregen”, zei Reynolds, die zijn nonchalance zou cultiveren.

Tegenspelers beschrijven hem als veeleisend op de set, een beleefde manier om te zeggen dat hij onhandelbaar was. Verschillende keren is hij met acteurs en regisseurs op de vuist gegaan. In zijn behoefte te laten zien wat hij allemaal durfde, raakte hij meer dan eens gewond. Hij brak zijn kaak tijdens de opnamen van City Heat (1984) en raakte daarop verslaafd aan verdovende middelen. Het kostte hem naar eigen zeggen vier jaar om er van af te komen.

In 1976 – hij had net de rol afgewezen die Harrison Ford beroemd zou maken: Han Solo in Star Wars – kwam een vriend naar hem toe met een script over een sjoemelende chauffeur die geld verdiende op truckerfeesten in het Zuiden van de VS. Het zou de film worden die Reynolds de meest waardevolle acteur van die jaren maakte: Smokey and the Bandit. Een onbekommerde roadmovie, één lange achtervolging door de politie, terwijl the Bandit ze voorblijft in zijn Pontiac Firebird met de nu omstreden Confederate vlag op de bumper. De film leverde meer dan 100 miljoen dollar op aan de kassa, twee vervolgen en een heleboel navolgers.

Bravoure tot in zijn vingertoppen

Dat zou de mal worden waarin Reynolds de komende jaren speelde: de geklofte jongen, al was hij dan over de veertig. Hij was al weggezonken naar de lagere garnituur toen hij in 1997 ineens opdook in het geniale porno-epos Boogie Nights van Paul Thomas Anderson. In zijn rol van regisseur Jack Horner – een filmer met een romantisch ideaal: een pornofilm te draaien met een echt verhaal erin – kwamen alle facetten van Burt Reynolds tot de scherpste glans. Hij had als man nog bravoure tot in zijn vingertoppen, maar ook de sluier van de weemoed daar overheen. Anderson maakte slim gebruik van de icoon Reynolds. Boogie Nights gaat immers over de filmwereld op het scharnierpunt van de zachte jaren 70 naar de harde jaren 80 – een tijd die Reynolds als vanzelf belichaamde. De bijrol leverde hem zijn enige Oscarnominatie op.

Een journalist van The Guardian beschreef donderdag, nadat bekend werd dat Reynolds op 82-jarige leeftijd was overleden, een openbaar interview dat ze in 2015 met Reynolds had. Hij kon geen vijf meter lopen of hij moest een pil slikken tegen de pijn. Zijn lichaam was op, binnen tien minuten zat hij te huilen voor de zaal bij de herinneringen die hij opdiepte. „Sorry”, zei hij. „Ik hoopte dat het leuk zou zijn.”

    • Bas Blokker