Recensie

Zijn we op weg naar de ondergang?

Democratie in Nederland

Is de democratie in gevaar of niet? Moet er meer democratie komen of niet? Bieden jonge kiezers redding? Die vragen stellen diverse politicologen in drie recent verschenen boeken.

Jonge bezoekers van de Tweede Kamer proberen de blauwe stoeltjes uit en overwegen een politieke carrière. Foto NOVUM/DIRK HOL

Het oogt als een aangekondigde demonstratie: ‘Democratie: Van Ons! Voor ons! Door ons?’ Maar het is slechts het thema van het Prinsjesfestival, dat vanaf maandag voor de zesde achtereenvolgende keer in Den Haag wordt georganiseerd in het kader van Prinsjesdag. Het zogeheten ‘feest van de democratie’ wordt opnieuw met diverse activiteiten opgeluisterd. Maar is de democratie nog wel een feest, luidt de provocerende vraag van de organisatoren.

Wat is een democratie nu eigenlijk? Het begrip wordt al te vaak misbruikt. Onder het mom van een democratisch proces werden eerder dit jaar de Russische president Poetin en de Turkse president Erdogan ‘democratisch’ herkozen. De Europese Unie worstelt met de ‘illiberale’ democratie van medelid Hongarije. Allemaal democratie. Wat voor democratie?

‘De democratie is een inherent kwetsbaar systeem’, schrijft journalist Marcel ten Hooven. ‘Waar we nu mee worden geconfronteerd is zoiets als de prijs van het succes van de democratie’, schrijft filosoof Gijs van Oenen daarentegen. ‘Politiek wantrouwen is zelfs mogelijk gezond voor de democratie’, schreef politicoloog Rudy Andeweg al in 1985. Democratie, je kan er in elk geval alle kanten mee op.

Dat het debat erover – ook op nationaal niveau – via diverse invalshoeken al decennia aan de gang is, bewijst de bundel Werk in Uitvoering, samengesteld ter gelegenheid van het afscheid van Andeweg als hoogleraar Empirische Politicologie aan de Universiteit Leiden. Het is een boek met diverse beschouwingen van zijn hand waarin samenstellers Joop van Holsteyn, Galen Irwin en Ruud Koole een ontwikkeling proberen te schetsen in denken en belangstelling van de hoogleraar. Wat helaas in de bundel ontbreekt is een stuk van Andeweg zelf waarin hij terugkijkt op veertig jaar met wetenschappelijke blik politiek beschouwen.

De ‘jonge’ Andeweg wilde nogal eens met tegendraadse conclusies komen. In 1983 rekende hij op basis van empirisch (!) onderzoek hardhandig af met de toen breed onder politieke partijen levende gedachte dat voor het werven van nieuwe kiezers jongeren het wingebied waren.

Dwars was Andeweg ook in de jaren negentig toen het debat over de kloof tussen kiezers en gekozene volop woedde. Hij probeerde de opwinding te nuanceren met de stelling dat klagen over dé politiek van alle tijden was en dat er daarom ook niet gesproken kon worden van een groeiende kloof. Het wantrouwen was onvoldoende groot om een gevaar voor de democratie te vormen. Volmaakt is de democratie nooit geweest en dat is misschien maar goed ook, lijkt hij te zeggen. Daarmee wordt een ieder scherp gehouden.

Het verklaart ook de vlak na elkaar verschenen boeken van journalist Marcel ten Hooven en wetenschapper Gijs van Oenen. Beide werden genomineerd voor de Prinsjesboekenprijs, waarbij Van Oenen met zijn boek op de shortlist staat. De titels verraden de verschillende benaderingswijze. Waar Ten Hooven het heeft over de ‘ontmanteling van de democratie’, heeft Van Oenen het over een ‘overspannen democratie’. Ten Hooven is bezorgd, Van Oenen optimistisch.

Beide boeken kennen een grondige analyse waarbij de auteurs een diepgravend gesprek met de boekenkast zijn aangegaan. Er wordt veel verwezen en geciteerd. Het verschil is wel dat de journalist Ten Hooven het aanzienlijk leesbaarder opschrijft dan de filosoof Van Oenen die ettelijke keren onnodig verdwaalt in abstracties. Dat is jammer, want zijn boodschap is bij al het getob over de democratie wel zo prikkelend.

‘De tendens is’, schrijft Van Oenen, ‘altijd meer te willen en meer te verwachten van democratie’. Volgens hem is meer democratie ‘een mantra van de moderne tijd geworden’. Maar de roep om meer democratie klinkt vaak opportunistisch. Wie zijn of haar zin niet krijgt, zegt dat een besluit niet democratisch is genomen. Maar dat geldt niet voor de ander die wel gelijk heeft gekregen. ‘Er is geen norm die kan aangeven wanneer er voldoende democratisering is’, aldus Van Oenen, en hij vraagt zich af hoeveel democratie genoeg is. ‘Kan en moet het niet altijd beter?’

Daarbij komt dat de burger tegenwoordig al zoveel heeft te kiezen. Niet alleen het bestuur, maar ook de zorgverzekering, de school, energiemaatschappij en ga zo maar door. Van Oenen heeft het in dit verband over ‘interactieve metaalmoeheid’ die een waarschuwing zou moeten zijn bij het zoeken naar weer nieuwe vormen van burgerparticipatie. Het algoritme dat bedrijven als Amazon en Google hanteren als antwoord op de keuzestress zou misschien ook in het openbaar bestuur kunnen worden geïntroduceerd en verder uitgewerkt. De vele stemwijzers zijn hiervan een voorbeeld. Het leidt tot een ‘geavanceerde democratie’, waarbij de overheid adviseur wordt van de burger in plaats van de burger controleur van de overheid. Van Oenen signaleert het slechts. Maar dit is nu juist wel het grootste probleem. De burger moet zo nu en dan ‘stop’ kunnen zeggen.

Dichter bij de grond blijft Marcel ten Hooven in zijn boek. Geschreven vanuit het ‘beklemmende gevoel’ dat de voedingsbodem waarop iemand als Donald Trump gedijt ‘ook in andere landen die wij tot democratieën rekenen aanwezig is’. Om dat in kaart te brengen gaat Ten Hooven op indrukwekkende wijze niet alleen ver de geschiedenis in, maar confronteert hij deze lezer ook nog eens met diverse denkers over westerse democratieën. Ten Hoovens boek is een catalogus van de hedendaagse democratie, waarin hij gelukkig zichzelf ook niet wegcijfert.

Want dat is wel de vraag na alle goed gedocumenteerde somberheid: zijn we met z’n allen op weg naar de ondergang of is redding nog mogelijk? Ten Hooven zoekt de oplossing bij ‘de kunst van het samenleven.’ Volgens hem is het democratisch gehalte van een samenleving af te lezen ‘aan de mate waarin je anders kunt zijn zonder dat anderen jou als een bedreiging gaan zien.’ Met instemming citeert hij rechtsgeleerde Huib Drion die ooit zei dat van de democratie ‘niet veel meer mag worden verwacht dan dat de grote onredelijkheid er geen kans krijgt.’

Dit vereist iets van het politieke debat zoals dat wordt gevoerd. Het vergt evenwichtskunst, want er moet gepolitiseerd én gepacificeerd worden. Volgens Ten Hooven is ons bestaande representatieve kiessysteem en partijstelsel hiervoor de beste garantie.

Op dit moment is een staatscommissie onder leiding van commissaris van de koning Johan Remkes op zoek naar eventuele aanpassingen. Ten Hooven adviseert: ‘perfect is onze democratie niet, maar van alle democratieën is de ‘onze’ de beste.’ Dat is dan toch een antwoord aan de organisatoren van het Prinsjesfestival.

    • Mark Kranenburg