Recensie

Verzamelde Joyce-teksten zijn meer dan een toetje

Vier meesterwerken van James Joyce hadden ze vertaald, maar na Finnegans Wake, Ulixes, Zelfportret van de kunstenaar als jonge man en Dublinezen waren Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes nog niet klaar met het werk van de Ierse schrijver. En dus is er nu Varia, een bundeling van lezingen, poëzie, toneel en artikelen. Het is een bonte verzameling geworden, eerder geschikt voor de geïnteresseerde lezer die het werk van Joyce (1882-1941) kent dan voor iemand die nog aan het oeuvre moet beginnen. Toch zou je de bundeling onrecht doen door haar te beschouwen als niet meer dan een nagerecht. Daarvoor bevat ze te veel substantiële teksten.

In Varia staan stukken die je kent uit de Joyce-biografieën (‘De dag van het falderappes’, ‘Gas van een brander’), recensies, artikelen voor Italiaanse kranten. Bij al die stukken valt op hoe helder Joyce schrijft, hoe duidelijk hij verwoordt wat hij wil zeggen, zonder omhaal, zonder krullen en versiering, zonder gewichtigdoenerij, en hoe leesbaar zijn proza daarom nog steeds is. Ook valt op hoe zelfverzekerd hij meteen al is als het gaat om wat hij wil en hoe hij de taak van de schrijver ziet. ‘Als een kunstenaar dingt naar de gunst van de massa kan hij niet ontsnappen aan de besmetting met haar fetisjisme en bewuste zelfbedrog, en als hij zich aansluit bij een volksbeweging doet hij dat op eigen risico’, schrijft hij als 19-jarige in ‘De dag van het falderappes’, een geruchtmakend artikel waarin hij zich keerde tegen het provincialisme in de Ierse toneelkunst van die dagen.

Ook bevat Varia het enige toneelstuk dat Joyce voltooide, Ballingen (1918). Het stuk over de schrijver Richard Rowan en de liefdesdriehoek die hij om zich heen organiseert is nog uiterst leesbaar, maar werd destijds niet enthousiast ontvangen. Men zag de invloed van Ibsens Als wij doden ontwaken, maar diens niveau haalde Joyce toch niet, luidde het oordeel. Als adolescent was Joyce inderdaad een groot bewonderaar van Ibsen, hij leerde zich zelfs Noors om met de man in diens eigen taal te kunnen corresponderen. Hier is een van de stukken opgenomen die de jonge Joyce over Ibsen schreef. Hij geeft daarin een samenvatting van Als wij doden ontwaken, waaruit de voorzichtige conclusie valt te trekken dat Ballingen de tand des tijds misschien wel beter heeft doorstaan, en gelukkig niet zo’n larmoyant einde kent als het stuk van Ibsen.

Ook de poëzie van Joyce vindt onderdak in Varia. Die gedichten zijn opvallend verstild, of zoals de vertalers het verwoorden: ‘Abstract. Etherisch. Elegant. Gracieus.’ Hun toelichtende ‘Aantekeningen’ beslaan meer dan honderd pagina’s, staan vol uitweidingen en terzijdes; alleen om die pagina’s zou je het boek al aanschaffen. Ze bevatten ook een mooie toegift: in de aantekeningen bij de poëziebundel Verze piperstuk treft de nietsvermoedende lezer opeens negen scabreuze brieven aan die Joyce in 1909 aan zijn vrouw Nora schreef. ‘Welterusten kutje van me ik ga plat en aan mezelf sjorren tot ik klaarkom.’ Getuige de zin die dan volgt schreef Nora terug, maar niet vaak genoeg: ‘Schrijf meer en smeriger, lieveling.’ Een onverwacht slotakkoord van een mooie, levendige verzameling teksten.

    • Rob van Essen