Recensie

Theater Festival opent met schokeffect: theatermaker Chokri Ben Chikha dreigt zichzelf in brand te steken

Opening Nederlands Theater Festival

In zijn ‘Staat van het Theater’ riep Chokri Ben Chikha theatermakers op tot ingrijpen in de werkelijkheid.

De Vlaamse theatermaker Chokri Ben Chikha aan het slot van zijn Staat van het Theater Foto Anna van Kooij

Het was schrikken voor het publiek bij de opening van het Nederlands Theater Festival. Aan het slot van zijn speech, de ‘Staat van het Theater’, in de Amsterdamse schouwburg, dreigde de Vlaamse theatermaker Chokri Ben Chikha zichzelf in brand te steken. Hij gooide vloeistof uit een jerrycan over zich heen en vroeg om een vuurtje. Uit het publiek kwam collega Jan Joris Lamers aangesneld om hem tegen te houden: „Hou op. Dit is niet leuk.” Daarna liep Chikha van het podium.

Chikha had zijn gehoor van theatermakers in zijn met veel passie en gedrevenheid uitgesproken Staat opgeroepen tot activisme, tot „inbreken in de realiteit”. Ze moesten hun engagement niet beoefenen in theaters, maar in de wereld zelf. „Amsterdam is een soort Disneyland geworden. Laten jullie dat zomaar gebeuren?”

Actvisten als Greenpeace en Pussy Riot, deden dat al beter en aan die „amateurs” kon iedereen een voorbeeld nemen. „We richten nu onze energie, ons geld en onze creativiteit voor 90 procent op de zwarte dozen, de bonbondozen, de seizoensbrochures en voor 10 procent op de wereld. Dat zou precies omgekeerd moeten.”

Chikha verwees naar de „performance” van Tunesiër Mohammed Bouazizi, die zichzelf in brand stak en zo de „Jasmijnrevolutie” opwekte. En naar Tsjech Jan Palach, die dat deed voor de Praagse Lente, vijftig jaar geleden. Het zichzelf in brand steken kondigde Chikha aan als „een optimistische daad. Een daad van hoop. Om het theater weer in het centrum van de aandacht te krijgen.” En het was om te laten zien „dat we buiten de zwarte doos ook iets te zeggen hebben.”

Na zijn actie kreeg de opgewonden zaal vijf minuten om tot rust te komen. En te speculeren over de vraag of zijn optreden echt was geweest. Zijn woede over de toestand in de wereld en het theater leek er oprecht genoeg voor. De vrouw met brandblusser aan de zijkant van het toneel droeg ook bij aan de spanning. Maar er was geen benzine te ruiken. Na afloop bevestigde het festival dat het een performance betrof.

Na de schok en de verwarring van deze actie ging het programma voort met de uitreiking van de BNG Bank Theaterprijs voor jonge theatermakers tot 35 jaar. De prijs, met een waarde van 45.000 euro, werd toegekend aan Eline Arbo voor haar regie van de voorstelling Het lijden van de jonge Werther bij Toneelschuurproducties.

Volgens de jury werd dit verhaal in de „eigentijdse regie” van Arbo verteld in een „aanstekelijke pop-stijl”: „Wie dacht dat Goethe en Ace of Base niet samen kunnen gaan, heeft zich vergist.”

De overige genomineerden waren: We gaan het hebben over haar, van Dorothy Blokland & Yahmani Blackman; Hatta & De Kom, van Sir Duke/ Orkater; Bij jou begin ik, van Charli Chung/ Frascati Producties; Zoetstof van De Vlieg; Regina Rex, van Florian Myjer; CLUB CLUB GEWALT 5.0 PUNK, van Club Gewalt.

    • Ron Rijghard