Opinie

    • Nick Ottens

De Spaanse premier Sanchez doet wat Rajoy niet durfde

De Spaanse premier heeft de oplossing voor Catalonië, meent .
‘We gaan door op de weg naar vrijheid.’ Caldas de Montbui, een gemeente in de provincie Barcelona. Foto Emilio Morenatti / AP

De nieuwe Spaanse premier, Pedro Sánchez, heeft een serieus voorstel gedaan om de crisis in Catalonië te bezweren: een herziening van de Catalaanse autonomie, gevolgd door een referendum. Sánchez blijft erbij dat de Catalanen niet over onafhankelijkheid kunnen stemmen. Dat maakt de Grondwet onmogelijk. Maar er kan wat hem betreft wel een referendum over zelfbestuur plaatshebben.

Het statuut dat de autonomie regelt stamt uit 2006. 78 procent van de Catalanen steunde het destijds per referendum. Vier jaar later herschreef het Hooggerechtshof enkele hoofdstukken. Catalonië mocht zich geen ‘natie’ meer noemen.

Dat schoot in het verkeerde keelgat. Meer dan een miljoen Catalanen demonstreerden in 2010 voor zelfbeschikking. (De Catalaanse bevolking bedraagt 7,5 miljoen.) Sindsdien zijn er ieder jaar grote protesten. In die tijd is de Spaanse regering de Catalanen niet tegemoet gekomen. Dat Sánchez nu met een voorstel komt is alleen om die reden al toe te juichen.

De sociaal-democraat volgde in juni de rechtse Mariano Rajoy op. Die weigerde ook maar met de Catalanen te onderhandelen. Zijn conservatieve Volkspartij vindt dat de regio te veel zelfbestuur heeft. Catalonië heeft een eigen politiemacht en de regio-regering gaat over zaken als cultuur, zorg, infrastructuur en onderwijs. De Catalanen betalen voor hun eigen sociale zekerheid, dat genereuzer is dan in de rest van Spanje, maar voor de rest lopen de financiën via Madrid. Een gevoelig punt. De Basken innen hun eigen belastingen en dragen een deel af aan Madrid. De Catalaanse regering moet ieder jaar geld terug vragen.

Fiscale autonomie en een ruimhartig gebaar, zoals amnestie voor de leiders van de onafhankelijkheidsbeweging die inmiddels bijna een jaar in de cel zitten, zou de meerderheid van de Catalanen ervan kunnen overtuigen dat er alsnog een toekomst voor hen in Spanje is. De spanningen zijn de afgelopen tijd echter hoog opgelopen. De starheid van Rajoy, die pogingen tot dialoog van de hand wees, heeft de Catalanen geradicaliseerd. Vanuit Madrid kregen zij telkens ‘nee’ te horen. Als over meer autonomie niet viel te praten, dan maar onafhankelijkheid. Vervolgens probeerde de Spaanse oproerpolitie op 1 oktober het referendum met geweld tegen te houden. Honderden Catalanen, die slechts over hun eigen toekomst wilden beslissen, werden door agenten in elkaar geslagen.

Is er nog een weg terug? Wellicht. Uit peilingen blijkt dat 48 procent van de Catalanen voor onafhankelijkheid is en 44 procent tegen. Wanneer echter de mogelijkheid om een federale staat van Spanje te worden wordt gegeven, valt de steun voor onafhankelijkheid naar 41 procent. Evenveel Catalanen zouden of genoegen nemen met verregaande autonomie of zijn tevreden met de huidige situatie. Slechts 6 procent vindt dat Catalonië aan zelfbestuur moet inbinden. De rest heeft geen mening.

Die cijfers wijzen op de oplossing die Sánchez aandraagt: geen afscheiding, noch voortzetting van de status quo, maar overdracht van bevoegdheden naar de regering in Barcelona die door de Catalanen kan worden goedgekeurd – of verworpen.

    • Nick Ottens